<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Nieuws

Viganò: ‘Ik rebelleer niet tegen de paus’

KN Redactie 20 oktober 2018
image
Brief van het Vaticaans Staatssecretariaat uit 2006 aan father Ramsey, waarin wordt verwezen naar diens eerste meldingen over McCarrick uit 2000. (Foto: CNS)

In een nieuwe verklaring heeft aartsbisschop Carlo Viganò weersproken dat hij zou aansporen tot rebellie tegen paus Franciscus.

In zijn inmiddels derde verklaring reageert de oud-nuntius vrijdag op een brief van kardinaal Marc Ouellet, prefect van de Congregatie voor de Bisschoppen. Die beschuldigde Viganò er eerder deze maand in felle bewoordingen van op te roepen tot rebellie tegen de paus. Aanleiding daarvan was een uitgebreide brief van de oud-nuntius in Washington dat de paus op de hoogte was van de seksuele wandaden van inmiddels ex-kardinaal Theodore McCarrick. Desondanks zou de paus hem een belangrijke rol hebben toebedeeld. Viganò riep de paus daarom op zich te bekeren of af te treden. Viganò riep in een tweede brief Ouellet op om de waarheid te spreken.

Pijnlijke beslissing

Viganò verdedigt in zijn jongste brief opnieuw zijn beslissing om “te getuigen van de corruptie in de hiërarchie van de Kerk”, een stap die hij als zeer pijnlijk ervaart. Langer zwijgen zou volgens hem schadelijk zijn voor het zielenheil van de gelovigen en zeker van dat van hemzelf.
Volgens Viganò bidt hij dagelijks voor paus Franciscus, “meer dan voor welke paus ooit”, in de hoop dat hij “zijn fouten toegeeft en zich bekeert”.

Verwarring en verdeeldheid

Op kardinaal Ouellets verwijt dat hij verdeeldheid en verwarring zaait antwoordt Viganò dat verwarring en verdeeldheid “onvermijdelijk zijn als de opvolger van Petrus de uitoefening van zijn eerste opdracht negeert, namelijk de broeders te bevestigen in het geloof en in de gezonde morele leer. Als hij vervolgens de crisis vergroot door tegenstrijdige en verbijsterende verklaringen over deze leer te doen wordt de verwarring verergerd”.

Samenzwering van het zwijgen

“Daarom heb ik gesproken. Want het is de samenzwering van het zwijgen die grote schade aan blijft richten in de Kerk, schade aan zo veel onschuldige zielen, aan jonge priesterroepingen, aan de gelovigen in het algemeen.”

Beschuldigingen bevestigd

“Kort gezegd geeft kardinaal Ouellet de belangrijkste beweringen die ik deed en doe toe en betwist hij beweringen die ik niet doe en nooit heb gedaan”, aldus Viganò. De oud-nuntius blijft bij zijn bewering dat paus Franciscus en het Vaticaan in detail op de hoogte waren van ex-kardinaal McCarricks seksuele wangedrag en misbruik van seminaristen en jonge priesters.

 ‘Geruchten’

Hij weerspreekt de bewering van Ouellet dat in het Vaticaan slechts “geruchten” waren over McCarrick. “Integendeel was de Heilige Stoel op de hoogte van een reeks concrete feiten (…) Niettemin hebben de verantwoordelijke personen ervoor gekozen niet op te treden of werden ervan weerhouden dat te doen.”

‘Geen sacristieroddels’

“Compensatie door de bisdommen Newark en Metuchen aan de slachtoffers van McCarricks seksueel misbruik, de brieven van father Ramsey, van de nuntii Montalvo in 2000 en Sambi in 2006, die van dr. Sipe in 2008 en mijn twee notities aan de hoofden van het Staatssecretariaat waarin de concrete beschuldigingen tegen McCarrick tot in detail beschreven zijn. Zijn dat slechts geruchten? Het is officiële correspondentie, geen sacristieroddels.”

Ernstige misdrijven

“De misdrijven die zijn gerapporteerd zijn zeer ernstig, waaronder het geven van sacramentele vergeving aan medeplichtigen in perverse handelingen, met vervolgens heiligschennende viering van de Mis”, aldus Viganò.
Het geven van de sacramentele absolutie aan een medeplichtige in seksuele zonden behoort volgens het kerkelijk recht tot de zwaarste zonden waarvoor een priester gestraft kan worden met excommunicatie.

‘Puur legalisme’

In zijn open brief aan Viganò weerspreekt kardinaal Ouellet dat er kerkrechtelijke sancties tegen McCarrick waren. Hij bevestigt echter wel dat er “maatregelen” waren die echter geen “sancties” kunnen worden genoemd.
Volgens Viganò is “kibbelen over de vraag of het sancties of maatregelen waren of iets anders is puur legalisme. Vanuit pastoraal oogpunt zijn zij precies hetzelfde.”

Opvallend zwijgen

De oud-nuntius signaleert dat in de kritiek op zijn eerste brief van augustus over twee zaken werd gezwegen. Allereerst de situatie van de slachtoffers en de “corrumperende invloed van homoseksualiteit op het priesterschap en de hiërarchie”. Zijn aanklacht is geen kwestie van politiek of het “vereffenen van rekeningen”, maar “het gaat om zielen”.

Hypocrisie

Hij noemt het een “enorme hypocrisie” misbruik te veroordelen en medelijden met de slachtoffers te betonen zonder de “voornaamste oorzaak” van veel seksueel misbruik te verwerpen, dat volgens hem homoseksualiteit onder de clerus is. Hij beschuldigt de homoseksuele clerus van “samenzwering” en noemt clericalisme een instrument van misbruikplegers, maar niet het “voornaamste drijfveer”.

Ontrouw aan de paus

“Ik ben niet verbaasd dat ik door de aandacht te vestigen op deze plagen ik word beschuldigd van ontrouw aan de Heilige Vader en dat ik tot een open en schandalige rebellie zou aanstoken.”
Viganò eindigt zijn derde brief met een oproep aan iedere priester of bisschop die over kennis of documenten beschikt ervan te getuigen dat hij de waarheid spreekt.

Oproep tot spreken

“Jullie staan ook voor een keuze. Jullie kunnen ervoor kiezen je terug te trekken uit de strijd, het samenzwerende doodzwijgen te steunen en jullie blik af te wenden van de uitdijende corruptie. Jullie kunnen excuses bedenken, compromissen sluiten en rechtvaardigen de dag van de waarheid uit te stellen. Jullie kunnen jezelf troosten met de leugen en de illusie dat het makkelijker zal zijn om de waarheid morgen te vertellen, of de dag erop. En zo verder.” (KN/CNA)