

Paus Leo XIV bracht samen met Roemeense en Joodse vertegenwoordigers eer aan de zalige Iuliu Hossu. Deze Grieks-katholieke geestelijke redde duizenden Joden en verzette zich dapper tegen zowel de nazibezetting als het daaropvolgende communistische regime.
De zalige Iuliu Hossu (1885-1970), Roemeens Grieks-katholiek bisschop van Cluj-Gherla, werd in 1969 door paus Paulus VI in het geheim – in pectore – tot kardinaal benoemd. De bisschop zat toen in een communistische gevangenis in Roemenië en heeft zijn rode kardinaalshoed nooit ontvangen.
Op 2 juni eerde paus Leo XIV, samen met vertegenwoordigers van de Roemeens-katholieke kerk en de Joodse gemeenschap van het land, deze Roemeense geestelijke tijdens een ceremonie in de Sixtijnse Kapel.

Hossu zat decennialang in de gevangenis omdat hij weigerde zich aan te sluiten bij de orthodoxe Kerk, nadat de Grieks-katholieke Kerk door het communistische regime verboden was.
De ceremonie in de Sixtijnse Kapel stond echter niet alleen stil bij zijn gevangenschap. Paus Leo prees de bisschop ook om “zijn moed en heldhaftigheid voorafgaand aan de communistische machtsovername in Roemenië”. Tussen 1940 en 1944 redde hij duizenden Joden in Noord-Transsylvanië, terwijl de nazi’s hun gruwelijke deportatieplannen uitvoerden.
“Met groot persoonlijk risico en gevaar voor de Grieks-katholieke Kerk ondernam de zalige Hossu talloze inspanningen om de Joden te beschermen tegen deportatie”, aldus de paus. In 1944 riep hij via een pastorale brief Grieks-katholieke geestelijkheid en gelovigen op “niet alleen met uw gedachten, maar ook met uw opoffering de Joden te helpen, in het besef dat er geen nobelere daad bestaat dan het bieden van christelijke en Roemeense hulp, voortkomend uit vurige menselijke naastenliefde.”
Silviu Vexler, voorzitter van de Federatie van Joodse Gemeenschappen in Roemenië en parlementslid, sprak het publiek toe: “De daden van kardinaal Iuliu Hossu zijn voor bijna iedereen van ons nauwelijks voorstelbaar: tijdens de Holocaust, het duister van de geschiedenis, stelde hij zichzelf, zijn gemeenschap en zijn Kerk bloot aan vernietiging – enkel om mensen te redden die hij niet eens kende.”
“Niet zijn lijden moet het beeld bepalen dat wij van hem hebben”, vervolgde Vexler, “maar de kracht van zijn overtuigingen. De moed, waardigheid en het geloof die kardinaal Hossu tegenover het kwaad toonde, blijven een leidend symbool voor mij – nu en in de toekomst.”
Vexler bedankte paus Leo en zei: “Aan het begin van uw pontificaat wil ik u, namens de Joden en Joodse gemeenschappen in Roemenië, het volgende toewensen: Moge G-d u de kracht geven om hoop te brengen aan wie hopeloos zijn, een glimlach aan wie huilen, vrede aan wie geen troost kennen, liefde aan wie haten en geloof aan wie het verloren zijn.”

Paus Leo sprak over de zalige Hossu als een voorbeeld van de martelarengeest: “een onwankelbaar geloof in God, zonder haat en met een geest van barmhartigheid die lijden omzet in liefde voor de vervolger.”
“Kardinaal Hossu’s boodschap is nog steeds bijzonder actueel”, aldus de paus. “Wat hij deed voor de Joden in Roemenië, zijn inzet om zijn naaste te beschermen ondanks alle risico’s, maken hem tot een model van vrijheid, moed en vrijgevigheid – zelfs tot het brengen van het hoogste offer.”
Paus Leo bad dat het voorbeeld van de zalige Hossu – “dat vooruitliep op het onderricht van de verklaring Nostra Aetate van het Tweede Vaticaans Concilie, waarvan binnenkort het zestigjarig jubileum wordt gevierd” – samen met de vriendschap tussen gemeenschappen, als een baken voor de wereld van vandaag mag dienen.
“Laten we ‘nee’ zeggen tegen geweld, in al zijn vormen”, besloot paus Leo. “En in het bijzonder tegen geweld gericht op wie weerloos en kwetsbaar zijn, zoals kinderen en gezinnen.”
Er zijn geen artikelen gevonden