Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Midden-Oosten

Tien jaar na IS worden de christenen van Mosoel nog steeds door trauma’s geterroriseerd

Dale Gavlak

10 juni 2024

Kinderen bij een uitgebrande auto tijdens de Slag om Mosoel begin juni 2014. IS verdreef het Iraakse leger uit de stad en onderwierp de plaatselijke christenen aan een schrikbewind.
Foto: OSV News – Reuters

Op 10 juni was het tien jaar geleden dat de Iraakse stad Mosoel in handen van terreurorganisatie IS viel. De stad was ooit een christelijk bolwerk, nu leven haar inwoners als vluchtelingen in het buitenland. Daar leiden ze een worstelend bestaan – maar er zijn ook lichtpuntjes.

Voor Iraakse katholieken is het een datum die ze nooit zullen vergeten. De overname van Mosoel door militanten van de Islamitische Staat tien jaar geleden begon hun bloedige en verwoestende rooftocht door het voorouderlijke hart van het land dat de christenen de afgelopen zestien eeuwen hun thuis noemden.

Beproeving

“Jonge mannen verspreidden de waarschuwing dat IS Mosoel binnenkwam”, vertelt Rita, een inwoonster van de ooit op één na grootste stad van Irak. Tegenwoordig woont ze in Marka, een voorstad van Amman in Jordanië. Ze wil, net als andere Irakese christenen, alleen haar voornaam geven uit angst voor vergelding voor familieleden die in Irak zijn achtergebleven.

“Mijn tante hoorde van de buren over de aanpak van de militanten. We wisten dat het onmogelijk zou zijn om te blijven. Daarom verzamelden we mijn zus en mijn kinderen en gingen naar het noorden voor veiligheid, ingepakt in een auto.” Daarmee begon een tien jaar durende traumatische beproeving, die haar leven en dat van haar familie heeft bepaald.

Kalifaat

De val van Mosoel vond plaats tussen 4 en 10 juni 2014, toen opstandelingen van Islamitische Staat de stad overnamen van het Iraakse leger. IS is een islamitische militante organisatie die losbrak van Al-Qaida en grote delen van Irak en Syrië in handen kreeg. In 2014 riep de terreurgroep daar een kalifaat, een traditionele vorm van islamitische heerschappij, uit.

De organisatie bestaat grotendeels uit extremistische soennitische militanten uit Irak en Syrië, maar heeft jihadstrijders uit de hele moslimwereld en Europa aangetrokken.

Depressie

“Veel Irakezen leven met een depressie. Ik zie het op hun gezichten als ze naar de kerk komen”, vertelt Khalil Ja’ar, priester van de Maria Moeder van de Kerkparochie in Marka.

Er was geen veiligheid, geen bescherming voor gewone burgers. Ik wist dat ik op zoek moest naar een veilige plek voor mijn gezin.

“Van tijd tot tijd nodig ik ze uit om met mij te komen praten. Ze zeggen: ‘We weten dat er geen oplossing is, maar we hebben tenminste de gelegenheid om te praten’.”

‘Levende heiligen’

Ja’ar kan zich heel goed inleven in hun strijd, want hij groeide op als Palestijnse vluchteling in Bethlehem. Hij zet zich al jaren in voor Iraakse christenen en andere migranten die op de vlucht zijn voor conflicten in naburige landen.

Ja’ar biedt praktische hulp, zoals onderwijs voor de kinderen, voedselbonnen, huisvesting en nu ook een onlangs geopende gezondheidskliniek op het terrein van de parochie om de vluchtelingen te helpen.

Deze Arabische priester vindt dat zijn eigen leven voor altijd is veranderd door het helpen van de vluchtelingen, die hij “levende heiligen” noemt, omdat ze ervoor kozen om vast te houden aan hun christelijk geloof in het aangezicht van het verliezen van alles wat ze hadden in deze wereld.

Hoop op hervestiging

De vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, UNHCR, zegt dat Jordanië nu onderdak biedt aan ongeveer 53.000 Iraakse vluchtelingen, van wie de meesten christenen zijn. Deze aantallen zijn lager dan in 2014, toen velen Mosoel en de steden in de Nineveh-vlakte, waaronder Qaraqosh, ontvluchtten.

Hun vluchtroute leidde vaak eerst naar de noordelijke regio Koerdistan, voordat ze naar Jordanië gingen in de hoop op hervestiging in het Westen. “Als ze al zijn vertrokken, dan is dat vooral naar Australië, maar eigenlijk zijn er maar heel weinig die Jordanië hebben verlaten”, legt pater Ja’ar uit.

“De meesten zijn nog steeds hier. Ze voelen zich vergeten omdat er weinig hulp is. Ze mogen niet werken of naar het ziekenhuis gaan. Internationale organisaties zeggen tegen hen: ‘Jullie zijn Irakezen, jullie moeten terug naar je land.’ Maar de situatie daar is nog steeds erg gevaarlijk.” Ja’ar kent mensen “die bij terugkeer hun huizen al bezet vonden.”

Tussen twee vuren

Voor de zestigjarige elektrotechnische ingenieur George is het sowieso onmogelijk om terug te keren naar zijn huis in Bartella omdat er geen huis meer is: dat werd tijdens het conflict gebombardeerd. De ooit overwegend christelijke stad is nu in handen van sjiitische milities, die de stad overnamen nadat die was bevrijd van IS.

“Uiteindelijk hadden we het gevoel dat we tussen twee vuren leefden. De sjiitische milities kwamen naar me toe om mijn gereedschap op te eisen om het voor zichzelf te verkopen. Er was geen veiligheid, geen bescherming voor gewone burgers. Ik wist dat ik op zoek moest naar een veilige plek voor mijn gezin”, zegt George, die zich in de laatste fase van een asielaanvraag voor Canada bevindt.

Heet, zonnig en stoffig

Een andere parochiaan, Sami, dient als diaken in de Maria Moeder van de Kerkparochie in Marka. Vroeger oefende hij die functie uit in zijn thuiskerk, de Sint-Thomaskerk in Karamles, een van de oudste nederzettingen in Noord-Irak. “De kerkklok luidde in 2014 hevig om ons te waarschuwen dat er problemen op komst waren: de militanten zouden snel binnenvallen.”

Paus Franciscus bezocht Mosoel in 2021. Hij woonde er onder meer een herdenkingsgebed voor de slachtoffers van IS bij.
Foto: CNS - Paul Haring

“We moesten snel zijn, negen mensen in een auto proppen en alles achterlaten. Het was heet, zonnig, stoffig en we hadden geen water. Jaren later probeerde ik naar huis terug te keren en ontdekte ik dat het huis in brand was gestoken”, zegt Sami.

Hoge bloeddruk

“Door wat ze in Irak hebben meegemaakt en door de uitdagingen waar ze nu voor staan, ervaren Iraakse vluchtelingen veel stress”, aldus Taim Suyyagh, behandelend arts in de pas geopende Sant’Angelo-gezondheidskliniek van de kerk.

Ongecontroleerd hoge bloeddruk is een van de meest voorkomende ziekten die Suyyagh ziet bij de Irakese vluchtelingen die naar de kliniek komen. Een gebrek aan geld betekent ook dat sommige vluchtelingen niet in staat zijn om hun medicijnen op peil te houden.

Maar, zo vertelt hij, de kliniek hoopt een positieve verandering teweeg te brengen door diagnoses te stellen en consulten te houden, en door medicijnen te verstrekken en de beste manieren aan te bieden om zieken te behandelen.

Psychologische ondersteuning

“Dit is om de Iraakse gemeenschap te helpen met medische controles en medicijnen, om training te geven voor diagnostiek en om mensen met een beperking te helpen”, vertelt Tommaso Riva van de Habibi Association uit Amman, die in 2013 in Italië werd opgericht om de meest kwetsbaren en degenen die door conflicten zijn getroffen te helpen.

We moesten snel zijn, negen mensen in een auto proppen en alles achterlaten.

Riva vertelt dat een programma om psychologische ondersteuning te bieden eerst geïntroduceerd kan worden “op een gemeenschapsmanier als een training of workshop” voor deelnemers, omdat de samenleving in het Midden-Oosten nogal privé is over het delen van persoonlijke gevoelens met betrekking tot stress en trauma.

Verlegen

“De vluchtelingen en de armen in de buurt zijn meestal te verlegen om hulp te zoeken. Wij hebben gezegd: ‘Kom alsjeblieft. Het is onze plicht en ons voorrecht om jullie te dienen’”, legt Ja’ar uit.

Tot nu toe komen er maandelijks zo’n honderdvijftig tot tweehonderd, maar hij verwacht dat dit aantal zal stijgen. “Als sommige mensen niet naar de kliniek kunnen komen, vraag ik de dokter en verpleegster om naar hun huis te gaan voor een medisch bezoek.”

‘Financieel uitgeput’

De trots van de priester is de school die hij tien jaar geleden oprichtte om tweehonderd Iraakse vluchtelingenkinderen onderwijs te geven, omdat ze op lokale scholen met problemen werden geconfronteerd.

“De kinderen vertelden me: “We houden niet van zomervakantie. Thuis kunnen we nergens spelen en het is erg gevaarlijk om de straat op te gaan. Op deze school kunnen we onze vrienden ontmoeten, met ze spelen en lekker eten’”, legt hij uit.

De financiering is echter krap en meer middelen zijn hard nodig. “Ik hoop en bid dat we de school in september kunnen heropenen, want we zijn financieel uitgeput”, zegt Ja’ar. “Sluiten zou een ramp zijn voor de kinderen.”

Dit artikel delen:

Steun katholieke journalistiek

Belangrijker dan ooit:
steun katholieke journalistiek

Ontvang het laatste nieuws in je mailbox

© Katholiek Nieuwsblad | 2026