
Paus Franciscus kreeg een stortvloed van kritiek over zich heen omdat hij zich laatdunkend uitliet over de homoseksuele subcultuur op sommige seminaries. Het PR-debacle legt een diepere spanning bloot in de Kerk tussen een open en een gesloten cultuur.
“Het was nooit de bedoeling van de paus om iemand te beledigen of zich uit te drukken in homofobe bewoordingen, en hij biedt zijn excuses aan aan degenen die zich beledigd voelden door het gebruik van een term, zoals gemeld door anderen.”
De woordvoerder van het Vaticaan zal het deze week maar druk hebben gehad met het bezeilen van de volgende storm in een glas water. De paus had in een besloten bijeenkomst met Italiaanse bisschoppen gereageerd op de vraag hoe om te gaan met homoseksuelen die zich aanmelden voor het priesterseminarie.
Voor zover we kunnen afleiden uit de berichtgeving heeft de paus daar geen heel verrassend antwoord op gegeven. Het lijkt erop dat hij nogmaals de principiële houding van een verwelkomende Kerk heeft benadrukt. Maar daarbij heeft hij, ook niet voor het eerst, gewaarschuwd tegen een soort homoseksuele subcultuur op seminaries.
Dat dat een reëel verschijnsel is op sommige seminaries, geldt als een publiek geheim. Het gaat dan voor alle duidelijkheid niet om individuele seminaristen die toevallig ook nog eens homoseksueel zijn, maar om een heimelijke onderlinge cultuur, met veelal onuitgesproken regels, gewoonten, verwachtingen.
Het probleem is daarbij niet eens zozeer dat het botst met de seksuele leer van de Kerk, maar vooral dat het de groepsdynamiek in seminaries kan verzieken. Het kan individuele seminaristen in het nauw drukken, nog helemaal ongeacht hun eigen seksuele geaardheid.
Meer dan eens hoor je verhalen van mensen die om deze reden het seminarie verlieten. Dus natuurlijk is dit een zorg van bisschoppen, en dus ook van de paus – die in zijn thuisland zelf overigens ook jarenlang rector van een seminarie geweest is.
De ophef ontstond echter omdat de paus voor een weinig subtiele Italiaanse formulering koos, die ruwweg vertaald kan worden als ‘nichtenbende’.
Sommige commentatoren probeerden dat nog te vergoelijken door te zeggen dat de paus als Argentijn zich vast niet bewust was van de negatieve connotatie van het Italiaanse woord. Maar in alle eerlijkheid is dat weinig overtuigend; met zijn Italiaanse wortels en inmiddels toch lange staat van dienst in Rome weet hij heus wel wat hij zegt.
Nee, Franciscus is gewoon een paus die soms bijzonder lomp uit de hoek kan komen – ook dat is eigenlijk geen nieuws. De directe, informele stijl waarom hij ook gewaardeerd wordt, werkt vaak ook tegen hem, zeker als hij denkt in kleine kring vrijuit te kunnen spreken.
Eigenlijk pikanter aan het hele verhaal, is het dat er tenminste één Italiaanse bisschop bij deze besloten bijeenkomst is geweest, die dacht: “Dit ga ik eens lekker vertellen aan iemand die ik ken bij een roddelsite” – want zo is het balletje aan het rollen geraakt.
Wat we wel vaker zien met de katholieke Kerk in onze tijd: een cultuur van vertrouwelijkheid, van onderonsjes achter gesloten deuren, botst frontaal op een cultuur van radicale transparantie, van de vuile was buiten nog voor ‘ie in de wasmachine ging.
De grote ironie is dat we diezelfde botsing zien in de kwestie die het onderwerp was van het gewraakte pauselijke onderonsje. Als het waar is wat de paus zei over die ‘nichtenbende’, dan ontstaat en gedijt die precies in de beslotenheid, in de schaduwzijde van de mantel der liefde. Die staat ook op gespannen voet met een moderne cultuur die ‘uit de kast komen’ als hoogste vorm van zelfexpressie huldigt.
Voor zowel de cultuur van openheid als voor de cultuur van beslotenheid is iets te zeggen, en beide hebben ze ook hun evidente beperkingen. Hoe dan ook bewijzen de ‘seminariekwestie’ én ook het PR-debacle van de paus, dat de Kerk daar met schade en schande een nieuw evenwicht in te zoeken heeft.
Er zijn geen artikelen gevonden