Paus Franciscus heeft twintig koptisch-orthodoxe mannen, in 2015 door IS vermoord, toegevoegd aan de lijst van door de katholieke Kerk erkende martelaren. Het komt vrijwel nooit voor dat niet-katholieke christenen in het martyrologium worden opgenomen.
Paus Franciscus deed die uitspraak in het bijzijn van de koptisch-orthodoxe paus Tawadros II, die woensdag en donderdag een bezoek aan Rome bracht. De opname van de koptische martelaren is volgens Franciscus bedoeld als “een teken van de spirituele gemeenschap die onze twee Kerken verenigt”, meldt Vatican News.
“Moge de gebeden van deze koptische martelaren, verenigd met die van de Theotokos [een orthodoxe titel voor Maria, red.], ons blijven helpen om als Kerken in vriendschap te groeien, tot de gezegende dag waarop we aan hetzelfde altaar vieren en samen het Lichaam en Bloed van Christus ontvangen”, sprak paus Franciscus bij de bekendmaking.
De 21 martelaren – twintig Egyptische kopten en een Ghanese christen, werden in 2015 door IS-strijders vermoord in Libië. Die moord werd gefilmd; op de beelden is te zien dat de mannen biddend de dood in zijn gegaan.
“Deze martelaren zijn niet alleen gedoopt met water en de Geest, maar ook met bloed. Bloed dat het zaad van eenheid voor alle volgelingen van Christus is.”
- Paus Franciscus
De koptisch-orthodoxe Kerk viert hun feestdag op 15 februari, de dag van hun dood. Paus Tawadros II legde uit dat hun lichamen in 2018 zijn opgegraven en naar Egypte zijn overgebracht. In el-Aour, het dorp waar de meesten van hen vandaan kwamen, heeft de Kerk een kapel ter ere van de martelaren gebouwd.
“We vragen vaak om hun voorspraak en geloven dat ze ons blijven zegenen”, aldus Tawadros, die katholieken oproept om hetzelfde te doen.
Tawadros schonk Franciscus gisteren ook een reliekhouder van de koptische martelaren, waarvoor Franciscus zijn dank uitsprak. “Deze martelaren zijn niet alleen gedoopt met water en de Geest, maar ook met bloed”, zei hij. “Bloed dat het zaad van eenheid voor alle volgelingen van Christus is.”
Het is hoogst uitzonderlijk dat niet-katholieke christenen een plaats in het katholieke martyrologium krijgen, maar Franciscus’ gebaar is niet uniek. In 2001 voegde paus Johannes Paulus II enkele oosters-orthodoxe heiligen, die na het Schisma van 1054 leefden, toe aan het martyrologium.
Daarbij ging het om de elfde-eeuwse Theodosius en Antonius van Pečerska en Stefanus van Perm en Sergius van Radonezh, die in de veertiende eeuw leefden.