
Met Allerzielen herdenken we onze overleden dierbaren. Maar hoever kunnen en willen we daarin gaan, nu AI-toepassingen zelfs een soort ‘digitale wederopstanding’ mogelijk maken? Ethici en rouwexperts waarschuwen voor de consequenties.
Kunstmatige intelligentie wordt steeds vaker ingezet om overleden geliefden digitaal weer tot leven te wekken. Wereldwijd hebben meerdere bedrijven zich gespecialiseerd in het maken van zogeheten digitale avatars of deadbots. Een levensecht lijkende digitale versie van de overledene kan dan zelfs praten met zijn of haar rouwende familie en vrienden.
In augustus ‘interviewde’ de Amerikaanse journalist Jim Acosta op die manier een avatar van Joaquin Oliver, die samen met zeventien anderen werd gedood bij een schietpartij op een middelbare school in Florida in 2018.
De avatar, gemaakt met toestemming van Olivers ouders, zei tegen Acosta dat hij “te vroeg uit het leven was weggenomen door wapengeweld op school”, en dat “het belangrijk is om hierover te praten zodat we een veiligere toekomst voor iedereen kunnen creëren”.
Maar zelfs als makers een nobel doel nastreven, kun je bij dit soort AI-avatars veel vraagtekens zetten, zegt Brian Patrick Green, directeur technologische ethiek aan het Markkula Center for Applied Ethics van de Santa Clara-universiteit in Californië. Green is ook lid van de AI Research Group, een groep Noord-Amerikaanse theologen, filosofen en ethici die is opgericht op verzoek van het Vaticaanse Centrum voor Digitale Cultuur.
Een AI-avatar kan leiden tot een niet-realistische aanwezigheid, die de rouwende alleen maar verder isoleert
Hoewel hij het interview van Acosta nog niet had gezien, zegt Green dat het begrijpelijk is dat ouders van kinderen die zijn omgekomen bij een schietpartij zo’n AI-avatar zien als een “mooi eerbetoon aan hun kind”. Maar, zegt hij ook, “het kind zelf kan geen toestemming geven, want het is er niet meer”.
Bovendien, zegt Green, “zijn we de doden respect verschuldigd”. Binnen het katholieke geloof wordt benadrukt dat “er een continuüm bestaat tussen de doden die ons zijn voorgegaan” en toekomstige generaties “die na ons komen”, legt Green uit. “Wij zijn hier als verbinding tussen het verleden en de toekomst, en dat is een grote verantwoordelijkheid.”
Green benadrukt dat “het niet goed is te denken dat we mensen digitaal kunnen laten verrijzen. Het is een bespotting van de term ‘verrijzenis’.” Waar kunstmatige intelligentie volgens hem wel bij kan helpen, is het maken van een ‘digitaal plakboek’ van een overleden dierbare. Maar ook dan, waarschuwt hij, mogen we computers niet verwarren met mensen van vlees en bloed.
Het idee om digitale avatars te maken van overleden dierbaren komt “waarschijnlijk voort uit de goede intentie om rouwende nabestaanden te helpen”, beaamt Patrick Metts. Hij is therapeut en adjunct-directeur van het Office of Evangelization and Discipleship van het aartsbisdom Atlanta. Maar, benadrukt Metts, uiteindelijk kan zo’n avatar “het rouwproces juist in de weg zitten door verwarring te creëren”.
Een AI-avatar van een overleden dierbare kan volgens hem leiden tot een “voortdurende, maar niet-realistische aanwezigheid” die niet op waarheid gebaseerd is. Metts voegt eraan toe dat er grote bezorgdheid onder experts bestaat dat zo’n digitale aanwezigheid de rouwende persoon verder zou kunnen isoleren, juist op het moment dat sociale steun het hardst nodig is.
“De hoop is natuurlijk dat rouwenden contact zoeken met hun gemeenschap”, aldus Metts. “Dat ze troost ontvangen vanuit hun omgeving, vanuit de Kerk, vanuit de sacramenten.” Metts benadrukt ook het belang van bewuste herdenkingsactiviteiten zoals de uitvaartmis, het bezoeken van het graf, het schrijven in dagboeken of luisteren naar liedjes die de overledene mooi vond.
“Dat soort actieve dingen kunnen helpen om aanvaarding, afsluiting en troost te vinden als we iemand missen”, aldus Metts. Maar, zegt hij, “als die avatar voortdurend aanwezig is, ondermijnt dat het rouwproces en creëert het juist meer eenzaamheid, omdat die avatar uiteindelijk nooit in de buurt komt van de echte persoon die is overleden”.
Zowel hij als Green merken op dat er in de moderne westerse cultuur steeds meer manieren worden gezocht om de dood te vermijden of te ontkennen. “We moeten ervoor zorgen dat nieuwe technologieën daar niet aan bijdragen”, aldus Green. “Als we niet kunnen erkennen dat mensen sterven, dan leven we niet meer in de echte wereld.”
Toch zijn Green en Metts ervan overtuigd dat de katholieke leer en de pastorale praktijk in staat zijn om te gaan met de uitdagingen die AI-avatars van overledenen en andere AI-toepassingen met zich meebrengen. Ook dankzij de toenemende aandacht van paus Leo XIV voor dit onderwerp.
Op parochieniveau kunnen gelovigen volgens Metts een waardevolle rol spelen in de ondersteuning van mensen die rouwen. “Reik uit en wees aanwezig in iemands leven, en ga in tegen de neiging van de samenleving om verdriet te negeren of te vermijden”, geeft hij als advies. “Ga actief de confrontatie aan met iemands verdriet en begeleid die persoon daarin – dát is hoe de kerk kan reageren.”
![]() | Lees meer!Dit artikel is afkomstig uit Katholiek Nieuwsblad van deze week. |
Er zijn geen artikelen gevonden