
Vijfenveertig jaar geleden, op 2 juni 1979, begon Johannes Paulus II aan zijn eerste pauselijke pelgrimstocht naar zijn geboorteland Polen, toen geketend door een communistische dictatuur. Het bezoek had niet alleen een enorme impact op de geestelijke vernieuwing van de Poolse natie, maar het inspireerde ook toekomstige vrijheidsstrijders in andere delen van het Sovjetrijk.
Op 16 oktober 1978 werd de 58-jarige kardinaal Karol Wojtyla uit Krakau de eerste niet-Italiaan in eeuwen die tot paus werd gekozen. Het feit dat de katholieke Kerk geleid zou worden door een man van achter het IJzeren Gordijn maakte zowel het Kremlin als de door Moskou geïnspireerde Poolse communistische regering van die tijd zenuwachtig.
De nieuwe paus besloot in de voetsporen van zijn voorganger Paulus VI te treden en pastorale bezoeken buiten Italië af te leggen. Het communistische regime van Polen stemde er schoorvoetend mee in dat hij zijn vaderland bezocht.

Begin juni 1979 verscheen hij voor menigten in Warschau, Gniezno, Czestochowa, Kalwaria Zebrzydowska, zijn geboortestad Wadowice, het voormalige Duitse Nazi concentratiekamp Auschwitz-Birkenau, Nowy Targ en een stad die zijn diocesane zetel was – Krakau.
“Het bezoek van de paus in 1979 was de kiezelsteen die de lawine in gang zette die de geopolitieke situatie veranderde van niet alleen Oost- en Midden-Europa, maar van de hele wereld”, vertelt Pawel Skibinski, hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Warschau.
“Het leidde tot een grote crisis van het communisme en was een van de factoren die leidde tot de uitbreiding van de grenzen van de vrije wereld”, aldus de historicus, die een boek schreef over deze beslissende pelgrimstocht van Johannes Paulus II.
Skibinski legt uit dat het pauselijk bezoek, waarbij 11 miljoen mensen in een land van toen 36 miljoen de paus kwamen bezoeken, veel Polen hielp begrijpen dat ze niet alleen stonden in hun afwijzing van het regime. Een jaar na het bezoek van de paus werd Solidariteit, de eerste niet-communistische vakbond in het Sovjetblok, opgericht in de Lenin-scheepswerven in Gdansk.

In schril contrast met het officiële atheïsme van het Poolse regime werden afbeeldingen van Johannes Paulus II en de Zwarte Madonna van Czestochowa in de poorten van de scheepswerf opgehangen.
Uiteindelijk werd Solidariteit een grote geweldloze nationale bevrijdingsbeweging waarmee de communistische leiders in Warschau en Moskou te maken kregen.
Het jaar 1979 was het begin van de revolutie van het geweten
De beweging begon toen vakbondsleider Lech Walesa op 31 augustus 1980 de akkoorden van Gdansk met de regering ondertekende om Solidariteit te legaliseren. Dat deed hij met een pen met de beeltenis van de paus.
Volgens Skibinski hielp de pelgrimstocht de Amerikaanse machthebbers begrijpen dat er tenminste in Polen, de grootste satellietstaat van de Sovjet-Unie, een grote dissonantie bestond tussen de officiële ideologie en het beleid van het regime en de harten van een groot deel van de samenleving, wat een belangrijke destabiliserende factor zou kunnen zijn.
In geheime Amerikaanse overheidsdocumenten wordt beweerd dat zowel de Democratische president Jimmy Carter, wiens nationale veiligheidsadviseur de Pool Zbigniew Brzezinski was, als zijn Republikeinse uitdager Ronald Reagan begrepen dat de Poolse samenleving een belangrijke rol zou kunnen spelen bij het beëindigen van de Sovjethegemonie in de regio.
Skibinski is niet de enige historicus die van mening is dat de pelgrimstocht van 1979 een cruciale rol speelde in het begin van het einde van de communistische overheersing in Oost- en Midden-Europa. Het standpunt werd ook al eens naar voren gebracht door de pausbiograaf George Weigel en andere Amerikaanse academici.

“Toen Johannes Paulus II de grond kuste op het vliegveld van Warschau op 2 juni 1979, begon hij het proces waardoor het communisme in Polen – en uiteindelijk overal – tot een einde zou komen”, zo schreef John Lewis Gaddis, historicus aan de universiteit van Yale, in zijn geschiedenis van de Koude Oorlog.
Ook de Amerikaanse journalist Christian Caryl stelde in een boek dat de pelgrimstocht één van de vijf historische momenten was die van 1979 het jaar maakten dat de weg vrijmaakte voor onze huidige geopolitieke orde.
Skibinski merkt daarbij op dat de impact van de pelgrimstocht niet beperkt bleef tot de Poolse samenleving en politici in Washington. “Door de Sovjet-Unie gedomineerde samenlevingen, vooral de Oekraïners en de Litouwers, hadden grote belangstelling voor het pauselijk bezoek”, zegt hij.
Volgens Skibinski was de preek van de paus in Gniezno bijzonder inspirerend voor de Oekraïners en Litouwers en tegelijkertijd angstaanjagend voor de Sovjet-elites, die, zoals blijkt uit KGB-documenten, de preek als een “dodelijke bedreiging” beschouwden.
In die bewuste preek sprak Johannes Paulus over de christelijke nationale identiteit en de Europese identiteit van de Slavische naties, waarbij hij expliciet de Roethenen (Oekraïners), Kroaten, Tsjechen, Slowaken en Bulgaren noemde, evenals de Litouwers, die weliswaar niet Slavisch waren, maar wel gekerstend dankzij Polen.
In buurland Tsjecho-Slowakije intussen ontwikkelde kardinaal František Tomášek van Praag zich van iemand die bereid was tot compromissen met het regime tot een moedige aanhanger van de anticommunistische dissidentenbeweging, verdediger van de godsdienstvrijheid en aanhanger van de ondergrondse Tsjecho-Slowaakse Kerk na 1979.
Het jaar 1979, zo stelt Weigel, was het begin van “de revolutie van het geweten”.
“In Warschau, op het Overwinningsplein, gaf de paus een verbazingwekkende preek, waarin hij de Heilige Geest vroeg om het aanschijn van de aarde te vernieuwen”, aldus de JP2-biograaf “Het was alsof er een elektrische lading door de menigte ging.”
Er zijn geen artikelen gevonden