Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Achtergrond

Een nieuwe paus, een nieuwe naam, een nieuw programma?

Paus Johannes Paulus I, de eerste paus sinds de tiende eeuw die een ‘originele’ naam koos, op het balkon van de Sint-Pieter in 1978.
Foto: CNS - Giancarlo Giuliani, Catholic Press Photo

De kortste samenvatting van het programma van een paus is al zo’n duizend jaar de naam die hij voor zichzelf kiest. Paus Franciscus leek revolutionair te zijn toen hij de naam van een heilige koos in plaats van die van een vereerde voorganger, maar is dat ook zo?

De eerste pausen die een nieuwe naam aannamen, deden dat niet om een ideaal uit te dragen, maar om schandaal te vermijden. Toen in 533 ene Mercurius tot paus werd gekozen, verving hij zijn heidense godennaam door de apostolische naam Johannes.

Problematisch

Problematisch om andere redenen was de naam Petrus, voorbehouden aan de prins der apostelen, en dus veranderde ook Pietro Canepanova, gekozen in 983, zijn naam en werd niet Petrus II, maar Johannes XIV.

De eerste daarentegen die om positieve redenen een pausnaam koos was Gregorius V (996-999), Bruno van Karinthië, die zo in de voetstappen wilde treden van zijn bekendste voorganger, de heilige Gregorius de Grote.

https://www.kn.nl/product/katholiek-nieuwsblad-speciale-editie-paus-franciscus-1936-2025-digitaal/

De keuze van Jorge Maria Bergoglio om zich Franciscus te noemen, voegde zich in een lange traditie, waarbij zelfs de keuze voor een heiligennaam niet nieuw was.

Gregorius V is al genoemd, maar ook de (voorlopig) laatste in die reeks, Gregorius XVI, koos in 1831 die naam om Gregorius de Grote te eren, van wiens klooster op de Monte Coelio hij twintig jaar abt was geweest, naast de gedachtenis aan de zeventiende-eeuwse missiepaus Gregorius XV.

Benedictus

Diezelfde dubbele motivering dreef paus Benedictus XVI: met zijn naam wilde hij verwijzen naar de vredespaus Benedictus XV (1914-1921) én naar de vader van het Westerse monnikendom en co-patroon van Europa, de heilige Benedictus.

Ook andere, minder vrome redenen kwamen voor. Zo zou paus Julius II, in 1503, zich niet naar zijn vierde-eeuwse voorganger hebben genoemd, maar naar Julius Caesar, en koos Fabio Chigi in 1655 de naam Alexander VII, niet ter ere van renaissancepaus Alexander VI Borgia, wiens pontificaat allesbehalve voorbeeldig was geweest, maar vanwege de elfde-eeuwse Alexander III, die net als hij uit Siena afkomstig was.

Chauvinisme

De Venetiaan Pietro Barbo kon er in 1464 van weerhouden worden om zich al even chauvinistisch Marcus (II) te noemen, naar de patroonheilige van zijn vaderstad. Het verhaal wil dat zijn eerste keuze echter Formosus (II) was, ‘de knappe’, ingenomen als hij was met zijn uiterlijk.

Het werd uiteindelijk Paulus II, vermoedelijk naar de grote apostel en mentor van de heilige Marcus. Het is opvallend dat hij niet opteerde voor Eugenius, naar zijn oom Eugenius IV: hoe diepgeworteld het nepotisme in de curie toen ook was, het leidde zelden tot ‘dynastieën’ van gelijknamige pausen uit eenzelfde familie.

Johannes XXIII luidde een tijdperk van ‘revolutionaire’ pausnamen én -programma’s in

Paus Franciscus koos zijn naam ter ere van de heilige Franciscus en om zijn zorg voor het welzijn van de armen. Hij kwam op het idee toen kardinaal Hummes hem na zijn keuze omhelsde en toefluisterde: “Vergeet de armen niet.”

Eenzelfde morele keuze maakte Giovanni Battista Pamphilj in 1644 toen hij zich Innocentius noemde, ‘de onschuldige’, tegen het corrupte bewind van zijn voorganger. Dat deed ook de tweede opvolger van Innocentius X, Giulio Rospigliosi, die de naam Clemens IX koos en het motto “Clement voor anderen, niet voor zichzelf”, in een tijd waarin de katholieke leer eerder streng was.

https://www.kn.nl/franciscus/

Het zette een trend, want in de daaropvolgende drie eeuwen wisselden Innocentius, Clemens en later Pius, ‘de vrome’, elkaar af als favoriete pausnamen, met ertussendoor een enkele Benedictus of Leo, waarbij de nieuwe paus met zijn naam vrijwel steeds een gewaardeerde voorganger eerde.

De keuze van zulke vrome namen zal eraan hebben bijgedragen dat van de 25 pausen uit die periode er tot op heden één is heiligverklaard, Pius X, en twee zalig, Innocentius XI en Pius IX, terwijl van twee anderen de zaak nog loopt.

Verzoenend gebaar

De eerste die sinds paus Lando (913-914) een nieuwe naam aan de reeks toevoegde, was niet Franciscus maar Johannes Paulus I, een dubbele naam bovendien met meteen het nummer I erachter. Zo wilde hij Johannes XXIII en Paulus VI eren, die hem respectievelijk bisschop en kardinaal hadden gemaakt.

Men mag er ook een verzoenend gebaar in zien, in een tijd waarin de erfenis van Vaticanum II betwist werd tussen de aanhangers van de paus die het Concilie had geopend en van de paus die het moest implementeren.

Toen Johannes Paulus I na 33 dagen overleed, nam zijn opvolger Karol Woityla diens naam over, eveneens uit respect voor de twee conciliepausen. De vernieuwende geest van dat concilie was overigens al zichtbaar in de namen van Johannes en Paulus, die sinds eeuwen niet meer waren gebruikt.

Paulus VI nam de apostel Paulus als voorbeeld, terwijl Johannes XXIII erbij dacht aan zijn vader Giovanni Battista én aan de dorpskerk waarin hij was gedoopt, alsmede aan de vele kathedralen – ook die van Rome – die Johannes de Doper als patroonheilige hadden.

https://www.kn.nl/kn-kennismaken/

Johannes XXIII luidde een tijdperk van ‘revolutionaire’ pausnamen én -programma’s in. De gematigde terugkeer naar de traditie door Benedictus XVI werd niet gevolgd door Franciscus, integendeel, wat nu de vraag oproept welke naam zijn opvolger zal kiezen.

Wordt hij een nummer in een reeks? Kiest hij een totaal nieuwe naam? Behoudt hij zijn eigen naam, zoals de no nonsense-hervormingspausen Adrianus VI en Marcellus II dat deden in de zestiende eeuw? Gaat de revolutie verder of mag het weer wat meer traditie zijn – een Leo XIV of Gregorius XVII? Pius XIII zal het zeker niet worden, maar wel Franciscus II?

Pater Marc Lindeijer SJ is historicus en hagiograaf en woont in Amsterdam.