Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Achtergrond

Een rondje om de kerk: De katholieke haat-liefdeverhouding met de fiets

Zusters juichen de renners van de Tour de France toe, in 2005.
Foto: CNS - Reuters

Wielrennen en het katholicisme: een relatie die ooit met argwaan begon, maar uitgroeide tot een innige band vol symboliek, geloof en rituelen. Van pauselijke zegeningen tot renners met rozenkransen: het peloton is soms vromer dan je denkt.

“Om de zoveel tijd, vooral als er een schandaal opduikt, is wielrennen opeens een katholieke sport.” Dat schreef journalist Koos Schwartz in 2013 in Trouw. Hij vervolgt:

“Het gesjoemel en de leugens van coureurs en ploegleiders, het gemak waarmee regels worden omzeild en ontdoken, de soepelheid waarmee overtredingen worden vergeven en vergeten, de verering van de renners, de devotie van de fans, het doet sommigen denken aan het Roomse geloof en aan de manier waarop wethouders, aannemers, notabelen en hun handlangers in sommige dorpen en steden tussen Moerdijk en Marbella, al ritselend de dienst uitmaken: met vrome woorden over het algemeen belang.”

‘Een soort hoogmis’

Het mag een karikaturale blik zijn op zowel de wielersport als het katholieke geloof, maar toch zit er een kern van waarheid in. Jan Janssen, de eerste Nederlandse tourwinnaar (1968), omschreef het wielrennen ooit in Katholiek Nieuwsblad als “eigenlijk een soort hoogmis”.

Bij de Acht van Chaam werd Jan Janssen gehuldigd als winnaar van de Tour de France 1964.
Foto: Eric Koch - Anefo/Nationaal Archief

Tijdens de etappes bad hij soms. “Als ik nu terugkijk op mijn carrière, dan ben ik absoluut verhoord. Zeker toen ik in 1968 de laatste etappe won, een tijdrit, terwijl ik helemaal geen tijdrijder was. Als je echt gelooft, dan denk ik dat je veel verder komt in het leven”, aldus Janssen toen, in 2009.

‘Als je gelooft, sta je sterk’

Ook drievoudig etappewinnaar Rini Wagtmans fietste naar eigen zeggen (wederom in KN, 2009) nooit zonder de rozenkrans van zijn opa en een Christoffelmedaille. Zijn geloof gaf hem kracht.

Bruiloft van wielrenner Rini Wagtmans in de Sint-Willibrorduskerk in Sint-Willibrord, 1966.
Foto: Eric Koch - Anefo/Nationaal Archief

“Dat heeft me in de Tour altijd enorm geholpen. Als je gelooft sta je sterk. Dan kunnen ze je ook niet omkopen. […] En uiteraard ga ik ieder jaar op bedevaart naar Lourdes. Ach, het wielrennen is altijd een katholieke sport geweest, en dat zal het ook wel blijven”, aldus Wagtmans.

Te lichamelijk

Toch is die innige band tussen wielrennen en katholicisme lang niet altijd vanzelfsprekend geweest. Eind negentiende eeuw, toen het moderne sporten opkwam, stond zowel de protestantse als katholieke Kerk er uitgesproken afwijzend tegenover.

Is er wel een completere anarchie dan het fietsen?

Sport was te veel gericht op het lichaam en te weinig op de ziel. Het toegeven aan lichamelijke verlangens en genoegens vond men vergelijkbaar met het oproepen van seksuele gevoelens.

Een ‘pauselijke quaestie’

De fiets was sowieso omstreden, al was die eind negentiende eeuw in verschillende landen wel in opkomst. Zo ook in Italië. In 1894 werden daar de eerste fietsende geestelijken gesignaleerd. “Eenige geloovigen hadden zich bezwaard gevoeld, dat eenige pastoors ten platten lande zich van rijwielen voorzagen”, aldus een bericht in De Groene Amsterdammer op 19 augustus 1894.

Zo werd het nieuwe vervoersmiddel een discussiepunt in het Vaticaan. “De quaestie is hooger op gekomen tot voor den Paus.” De officiële krant L’Osservatore Romano linkte fietsen zelfs aan anarchie, omdat de fietser werd gezien als “iets ondefinieerbaars, iets onverklaarbaars en ontsnapt aan elke wetmatigheid van beweging, trekkracht en vervoer. Is er wel een completere anarchie dan het fietsen die elke fysieke wet qua beweging en zelfbeweging te boven gaat?”

Een praktisch pluspunt

Voordelen zag men echter ook in het Vaticaan: “het wielrijden der priesters” had als onmiskenbaar pluspunt dat “het snelle vervoer gewoonlijk aan de zielsverzorging ten nutte kwam”. De paus liet de keuze uiteindelijk maar aan de bisschoppen, wat resulteerde in een fietsverbod voor pastoors in bepaalde kerkprovincies. Maar er waren belangrijkere problemen in de Kerk, dus dat deed de visie keren ten gunste van de fietsende geestelijken.

https://www.kn.nl/nieuwsbrief/

Volgens de bisschop van Cremona was het rijwiel in 1845 zelfs uitgevonden door abt Pianton, de overste van een abdij, die zich “er zegenrijk van bediende”. Deze verder onbekende informatie was mede oorzaak van het toestaan van het zich verplaatsen per fiets door katholieken.

De gunst van het volk

Daar kwam nog een pragmatische overweging bij. Met de snel opkomende populariteit van wielrennen in Italië dreigde de Kerk zich met haar weerzin tegen de fiets van het gewone volk te vervreemden.

Don Camillo in een theaterstuk uit 2022 in het Oostenrijkse Purkersdorf.
Foto: Andreas Novotny, Theater Purkersdorf - Wikimedia Commons

En dat volk kreeg steeds meer socialistische sympathieën! Sommige dorpspastoors gingen daarom, ondanks de afkeuring van de hogere geestelijkheid, zelf fietsen. Een medio vorige eeuw zeer bekend voorbeeld was de fietsende dorpspastoor Don Camillo, fictief hoofdpersoon uit een toen razend populaire Italiaanse boeken- en filmreeks, die het opneemt tegen de communistische burgemeester Peppone.

Een meer positieve kijk

Langzaam maar zeker kantelde ook het idee dat lichaamsbeweging en godsdienstigheid niet samengingen. Paus Pius X (paus van 1903-1914) hield verschillende toespraken waarin hij juist het belang van sport in de vorming van de persoonlijkheid benoemde. Hij beargumenteerde dat sport niet alleen een middel tot ontspanning en tijdverdrijf was, maar ook de lichamelijke ontwikkeling en de beoefening van de deugden kan bevorderen.

Paus Pius X wordt in zijn werkkamer geschilderd door de Nederlandse schilder Antoon van Welie, 1904.
Foto: Spaarnestad Photo - Wikimedia Commons

Onder diezelfde paus werd Vaticaanstad ook voor het eerst zelf het decor van een sportevenement. Op 6 oktober 1905 werd er een toernooi gehouden van enkele dagen, waaraan ook wielrenners deelnamen. Paus Pius X sprak ze persoonlijk toe: “Ik bewonder en zegen van ganser harte uw uitspanningen en uwe spelen, de gymnastiekuitvoeringen, het cyclisme, het alpinisme, de roei- en wandelsport en de schermoefeningen, waarin gij u onderscheidt.”

Morele kwaliteiten

Pius X onderstreepte in zijn toespraken opnieuw het belang van sport voor de persoonlijkheidsontwikkeling en de beoefening van deugden en morele kwaliteiten als zelfbeheersing, moed, wilskracht, uithoudingsvermogen, eerlijkheid en trouw.

In de jaren daarna volgden meer grote sportevenementen in Vaticaanstad. Zoals in 1908 de Katholieke Atletische Spelen met ruim 2000 deelnemers, net zoveel als bij de Olympische Spelen dat jaar in Londen! Hoogtepunt was een voetbalwedstrijd Ierland-Italië met uiteraard alleen katholieke spelers. In 1909 was van enige weerstand vanuit de Kerk bij de eerste editie van de Giro d’Italia geen sprake meer.

Zegen voor ‘de vrome’

Na de Tweede Wereldoorlog kwam er een openlijker connectie tussen de katholieke Kerk en de wielersport. In 1947 deelde paus Pius XII kerkelijke onderscheidingen uit aan Italiaanse wielrenners, onder wie de behoudende katholiek Gino Bartali, bijgenaamd ‘de vrome’.

Gino Bartali, rechts, op de voet gevolgd door Fausto Coppi, over de top van de Ballon d'Alsace tijdens de achtste etappe van de Tour de France op 2 juli 1952.
Foto: International News Photos [INP]/Spaarnestad Photo - Nationaal Archief

Een jaar later vocht Bartali in de Tour de France een duel uit met zijn rivaal Fausto Coppi, die communistische sympathieën zou hebben en er een vrije levensstijl op na hield. De bisschop van Milaan, de latere paus Paulus VI, koos openlijk partij door Bartali te zegenen en hem tijdens de Tour een telegram te sturen. Bartali won de Tour van 1948 en dat straalde ook op de katholieke Kerk af. De paus ontving hem in audiëntie op het Sint-Pietersplein en prees hem vanwege zijn geloof.

De definitieve kentering

Met het Tweede Vaticaans Concilie was het definitief gedaan met de ondergeschiktheid van het lichaam aan de ziel. In het conciliedocument Gaudium et Spes wordt sport expliciet genoemd als een goede vorm van vrijetijdsbesteding.

https://www.kn.nl/kn-kennismaken/

Daarna hebben verschillende pausen, in het bijzonder Johannes Paulus II, zich ook regelmatig over de positieve kant van sport uitgelaten.

‘In het licht van het evangelie’

In 2018 bracht het Vaticaanse Dicasterie voor Leken, Gezin en Leven een document uit over sport en de mens met de Engelse titel Giving the best of yourself. Het document wordt voorafgegaan door een brief van paus Franciscus aan de prefect van dit Dicasterie.

Een renner van de Tour de France passeert een Mariabeeld in Lourdes, 2018.
Foto: CNS - Benoit Tessier, Reuters

Daarna volgen vijf hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de redenen van het document, de sport als verschijnsel, de betekenis van sport, enkele uitdagingen die aan sport worden gesteld vanuit christelijk perspectief (“in het licht van het evangelie”) en de rol die voor de Kerk is weggelegd in de wereld van sport.

Blijvende liefde

Die blijft onverminderd groot. Op 1 juni 2025 raasden de renners van de Giro d’Italia nog dwars door Vaticaanstad. De net gekozen paus Leo XIV begroette en zegende hen.

Hij was overigens niet de eerste die dat deed. In 1974 ging de Giro d’Italia ook al van start in het Vaticaan. Ook paus Paulus VI zegende toen het peloton. De latere winnaar Eddy Merckx kuste daarna nog de ring van de paus. En in 2018 startte de Giro d’Italia in Jeruzalem en finishte tenslotte in Rome. Roomser kan haast niet.

https://www.kn.nl/donaties/