
De concilietekst Dei Verbum laat zien dat Gods spreken geen koude mededeling is, maar een uitnodiging tot relatie. Joseph Ratzinger benadrukte al vroeg dat openbaring zonder menselijke reactie geen openbaring meer is.
Wat is de “eigenlijke leer” over de goddelijke openbaring, en het belang daarvan voor de Kerk en zelfs voor de hele wereld? Met deze vraag begint Dei Verbum, over het Woord van God, een korte maar veel bestudeerde concilietekst. In zijn goedheid en wijsheid heeft het God behaagd zich aan de mensen te openbaren, in de schepping, maar “bovendien vanaf het begin aan de eerste mensen”.
Ook na de val van Adam en Eva laat God de mensheid niet in de steek, zegt de tekst. Hij maakt Abraham tot stamvader van een groot volk. Hij bereidt de weg voor, door de aartsvaders, door Mozes en de profeten, voor het Evangelie. Hij spreekt uiteindelijk door de Zoon.
Maar hoe weet je nu precies hoe de Zoon tot ons gesproken heeft? Wat zijn de bronnen van Gods openbaring? De Schrift natuurlijk, maar ook de hele en lange traditie van de Kerk, die breder is dan de Schrift en ons veel te zeggen heeft.
In de voorbereiding van Dei Verbum werd een pijnlijke verdeeldheid bij de concilievaders zichtbaar. Hoe lees je de Schrift, wat is het belang van de historisch-kritische exegese, de bijbeluitleg? Hoe ver mag die gaan, wat is de rol van de Kerk, het leergezag?
De conservatieven, onder de geharnaste leiding van kardinaal Alfredo Ottaviani, hadden een statische opvatting over de Openbaring. Voor hen was die Openbaring vooral een mededeling van goddelijke geheimen, neergelegd in de geloofsleer, in een vaste traditie, in onveranderlijke formules. Deze geloofsschat diende je zuiver te bewaren en te verdedigen.
Tegen dit defensief ingestelde voorconciliaire denken tekende zich het meer dynamische denken af van vernieuwers als de kardinalen Franz König en Joseph Frings, met zijn invloedrijke adviseur Joseph Ratzinger.
Voor Ratzinger is de Openbaring niet een spreken van God tót de mens, maar een spreken mét de mens
Na lange en verhitte discussies (de Kerk discussieert) en na een ingrijpen van paus Johannes XXIII (de Kerk besluit) schaarde het Concilie zich met een zeer grote meerderheid achter de hervormers.
In het oude, statische denken, zegt Ratzinger er later over, werd de Openbaring, het Woord van God, nog te veel gezien als “een op aarde gevallen meteoor”, die ergens als “een steenmassa voor ons ligt”, die je als het ware “naar het laboratorium” kunt overbrengen, om het aldaar als een theologisch object te analyseren, en er vervolgens leerstellige uitspraken over te doen.
Ratzinger pleitte in die tijd al voor een dynamische opvatting van de Openbaring. Voor hem is de Openbaring niet een “hoog” spreken van God tót de mens, maar een spreken mét de mens. Openbaring is een dynamische handeling, niet goed voor te stellen zonder de begrippen dialoog en relatie.
God zoekt een verbond met de mens. Hij spreekt tot de mensen “als tot vrienden”. Het hele denken van Joseph Ratzinger is dialogisch, dynamisch. Als God zich openbaart, wil Hij gemeenschap met de mensen.
Gods openbaring heeft mensen nodig! God spreekt niet in een lege, holle, onmenselijke ruimte. Als de mens niet “reageert” op het spreken van God, als hij niet meer luistert, niets meer waarneemt, dan is er geen Openbaring meer, zegt Ratzinger.
Als je in de geseculariseerde wereld met je rug naar God gaat staan, dan maak je Gods openbaring onmogelijk. God zoekt de mens. De mens moet God zoeken. Alles is hier dialoog en relatie.
Er zijn geen artikelen gevonden