
Polen zijn negatiever dan ooit over de katholieke Kerk. De slechte reputatie van de Kerk lijkt vooral aan haar bisschoppen te liggen: die zouden zich vooral bezighouden met politiek en geld, terwijl problemen als de misbruikcrisis onopgelost blijven.
Weinig Europese landen zijn zo katholiek als Polen, maar toch ligt het vertrouwen in de Kerk op een dieptepunt. Volgens een enquête van het gerenommeerde persbureau PAP heeft slechts een derde van de Polen vertrouwen in de Kerk. Tegelijkertijd is het aantal Polen dat de Kerk wantrouwt gestegen naar 47,1 procent; in 2016 was dat nog 24,2 procent.
De enige Poolse bisschop die tot nu toe publiekelijk op die pijnlijke cijfers gereageerd heeft, is Artur Wazny van het bisdom Sosnowiec. “Ik sla me op de borst, al weet ik dat dat niet genoeg is”, schrijft hij op X.
Wazny zegt “in gebed” een verklaring gevonden te hebben, die hij met een citaat van de profeet Ezechiël verwoordt: “Ge eet het vet, ge kleedt u met de wol, ge slacht het vetgemeste dier, maar weiden doet ge de beesten niet.” Daarmee verwijst hij vermoedelijk naar de jaren van teleurstelling bij de Poolse gelovigen over de bisschoppen, die er in woelige crisisjaren niet in slaagden om zich als herders op te stellen.
Vijf jaar geleden kwam de misbruikcrisis in Polen aan het licht. Sindsdien zijn er veel hervormingen doorgevoerd, waaronder de oprichting van de Sint-Jozefstichting, een stichting voor hulp aan slachtoffers, en een kerkelijk bureau voor kinderbescherming. Maar een landelijk rapport over de omvang van het misbruik is er nog altijd niet. Ook klinkt al twee jaar de belofte voor een onderzoekscommissie.
Bovendien werd aartsbisschop Wojciech Polak van Gniezno, voorzitter van het kerkelijke kinderbeschermingsbureau, in juni door zijn collega-bisschoppen ontslagen als leider van het voorbereidingsteam voor die commissie. Dat heeft misbruikslachtoffers ernstig geschokt, omdat Polak juist gold als een uitgesproken pleitbezorger van slachtoffers.
“De schuld voor de aanzienlijke afname van het vertrouwen in de Kerk ligt uitsluitend bij de bisschoppen”, schreef Tomasz Krzyzak, hoofdredacteur van het tijdschrift Rzeczpospolita, op 18 september. “Geen verdraaiing van de werkelijkheid meer. De Kerk is slechts voor een handjevol Polen een autoriteit.”
Toen het communisme in 1989 viel, vertrouwde meer dan 90 procent van de Polen de Kerk. Volgens Krzyzak hebben de prelaten dat vertrouwen sindsdien “verkwanseld” door wat hij “de drie P’s” noemt: “polityka, pedofilia, pieniadze”, oftewel politiek, pedofilie en poen.
De bisschoppen zijn volgens hem te veel bezig met politiek en te geldbelust – opeenvolgende regeringen hebben de Kerk gigantische subsidies geschonken – terwijl de misbruikschandalen amper hun aandacht trekken. “Volgens paus Franciscus moeten bisschoppen naar hun kudde ruiken”, aldus Krzyzak. “Veel van onze bisschoppen komen niet eens in de buurt van hun schapen.”
Robert Fidura, zelf slachtoffer van seksueel misbruik binnen de Kerk en werkzaam als vertegenwoordiger van misbruikslachtoffers, wil nog een factor toevoegen aan Krzyzaks lijstje: communicatie.
Toen paus Johannes Paulus II was overleden, ontstond er een leegte: er waren geen ideeën, er lag geen strategie.
“Er is een totaal gebrek aan communicatieve vaardigheden”, zegt hij. “Veel bisschoppen en woordvoerders spreken in pompeuze, kerkelijke taal die misschien alleen theologische specialisten of geestelijken kunnen begrijpen. Voor velen is dit loze praat.”
Ook ziet Fidura dat de Kerk in Polen in een “zwart gat” verdween na het overlijden van paus Johannes Paulus II in 2005. Het pontificaat van de Poolse paus werd door de bisschoppen in zijn geboorteland als een “daad van God” gezien, zegt hij.
“Ze besloten dat hun rol hier slechts was om zijn visie voor de Kerk in Polen uit te voeren. Toen hij was overleden, ontstond er een leegte: er waren geen ideeën, er lag geen strategie.”
De Poolse bisschoppen hebben de misbruikcrisis verkeerd en “te laat” aangepakt, vindt Fidura. Een bewijs daarvoor ziet hij in de beslissing van Marta Titaniec om zich niet voor de derde keer verkiesbaar te stellen als voorzitter van de Sint-Jozefstichting.
Titaniec heeft daarbij aangegeven dat haar besluit samenhangt met het feit dat ze onder de bisschoppen “niet altijd begrip vond voor de activiteiten van de stichting”. De Sint-Jozefstichting is weliswaar door de bisschoppen opgericht, maar werd toch “soms behandeld als een vreemde, externe instelling”.
Titaniec is bovendien de enige leek met een leidinggevende functie binnen de Poolse Kerk op nationaal niveau. Dat zij “weggewerkt” is, vindt Fidura een teken dat de misbruikaanpak van de bisschoppen een faliekante mislukking is. “Het lijkt erop dat er geen onafhankelijke commissie zal komen, en ook geen stichting die slachtoffers verwelkomd, zoals Marta Titaniec heeft gecreëerd en geleid.”
Er zijn geen artikelen gevonden