
Op gevels van huizen, stadsmuren, in achtertuinen en in straten en steegjes. Rome staat vol met zogenaamde stadsaltaren, kleine en grote Madonna-schilderijen die je alleen opmerkt als je met de blik omhoog door de stad loopt.
Als het waar is dat alle wegen naar Rome leiden, dan is het waarschijnlijk net zo waar dat de Italiaanse hoofdstad de bezoeker onderwerpt aan een zintuiglijk bombardement van geluiden, geuren en bezienswaardigheden. In deze wirwar is het gemakkelijk om de kleine details te missen. Details die ook architectonisch van aard kunnen zijn.
Een voorbeeld hiervan zijn Rome’s edicole sacre, ofwel heilige stadsaltaren, die in de Italiaanse volksmond ook wel madonelle, kleine Madonna’s, worden genoemd. Dit zijn meestal schilderijen van de Maagd Maria met het Kindje Jezus op haar schoot.
Maar ook andere heiligen kunnen afgebeeld zijn. Wat ze allemaal gemeen hebben is dat ze op hoeken en gevels van huizen hangen, vaak twee tot zes meter boven het straatniveau, dus op plekken waar de ogen van de bezoeker niet altijd naartoe gaan.
Deze madonelle zijn een uitdrukking van een oude Italiaanse boerencultuur die teruggaat tot de zeventiende en achttiende eeuw. In die tijd was het gebruikelijk voor veel Italiaanse boeren om kleine madonnabeeldjes op houten palen in hun velden te plaatsen, deels om de grenzen aan te geven tussen de percelen met verschillende eigenaren, maar ook omdat Maria de grond zou beschermen en extra vruchtbaar zou maken.

Vanaf de zeventiende eeuw tot aan de moderne tijd verlieten veel Italiaanse boerenfamilies het plattelandsleven en de velden voor een nieuw leven in de steden. Dit betekende echter niet dat het gebruik van Maria als beschermster van de familie uitstierf, want in veel gevallen verhuisde Maria gewoon mee naar de steden, als ware ze een onderdeel van de familie.
Hier werd de Madonna boven de ingang van het huis of misschien boven een winkel geplaatst, opnieuw om zowel de familie als de commerciële belangen te beschermen.
Deze Maria-afbeeldingen waren vaak eenvoudige schilderijen van lokale en niet bijzonder bekende kunstenaars. Ze konden rechtstreeks op de muur van het huis worden geschilderd als een fresco of op kleine houten plankjes die dan onder een vaak heel eenvoudig blikken baldakijn werden opgehangen. Vaak werden de schilderijen ook vergezeld van een kleine brandende lamp om het werk te verlichten en de aandacht van voorbijgangers te trekken.
Naast sommige Romeinse stadsaltaren vind je ook de zogenaamde votiefgaven terug in de vorm van kleine metalen plaatjes of zilveren hartjes, vaak met de inscriptie P.G.R. (Per Grazia Ricevuta) wat de Italiaanse afkorting is voor ‘Voor Ontvangen Genade’. Deze votiefoffers worden tot op de dag van vandaag gemaakt om dankbaarheid uit te drukken voor genezing na een lange ziekte, bijvoorbeeld.
Een mooi voorbeeld van deze votiefoffers is te vinden bij een van de nieuwere stadsaltaren van Rome in de Via Gramsci in de noordelijke wijk Parioli. Op de muur zie je een aanzienlijk aantal votiefoffers en in het midden van dit heilige tafereel bevindt zich een prachtig mozaïek van de Madonna met haar Kind, gemaakt in het begin van de jaren vijftig.

Een ander voorbeeld van hetzelfde fenomeen is te zien in de Via delle Botteghe Oscure, waar een hooggelegen Madonna vergezeld wordt door verschillende zilveren harten. Dit stadsaltaar dateert uit de achttiende eeuw en volgens een populaire volkslegende zou de Madonna in kwestie haar ogen in 1796 hebben bewogen.
Tijdens een telling van de heilige altaren van Rome, uitgevoerd in 1853 door filantroop Andrea Rufini, werden meer dan zeshonderd verschillende stadsaltaren geregistreerd. Veel van deze altaren zijn helaas in de loop der tijd verdwenen, vooral tijdens de vele architectonische veranderingen die Rome heeft ondergaan, met name in de negentiende eeuw.
Vele werden ook vernietigd onder het fascisme. Weer andere zijn door de jaren heen vergaan omdat de materialen waarvan ze werden gemaakt de barre weersomstandigheden niet konden doorstaan.
In het hele centrum van Rome, maar ook op verschillende plekken daarbuiten, zijn deze religieuze schatten te vinden. De beste gebieden om naar ze op zoek te gaan zijn de wijk Trastevere, de wijk Ponte, het Campo dei Fiori-gebied, Campo Marzio maar ook Testaccio, dat in het verlengde van Trastevere ligt.
Een eigenaardig Noord-Europees tintje is te vinden in de Via Arco della Pace, waar de Duitse beeldhouwer Peter Schoepe in 1865 een bas-reliëf maakte met Madonna en het Jezuskind. Schoepe, die een van de leerlingen van de Deense beeldhouwer Thorvaldsen was, verhuisde op jonge leeftijd naar Rome en bleef er tot aan zijn dood in 1875.
De stadsaltaren kunnen groot en ontzagwekkend zijn of klein en soms zelfs armoedig. Een van de beroemdste stadsaltaren van Rome vind je op de hoek van de Via del Governo Vecchio en Piazza dell’Orologio. Sommige historici beweren dat het is gemaakt door de befaamde architect Francesco Borromini zelf, maar volgens de meeste kenners zijn de makers ervan twee van Borromini’s leerlingen, namelijk Tommaso Righi en Antonio Bicchierai.
Vervolgens kun je in de Via dell’Arco della Ciambella, vlakbij het Pantheon, een van de meer monumentale stadsaltaren van de stad bekijken. Het dateert uit 1895 en is gemaakt door schilder Pietro Campofiorito. De marmeren bank eronder komt uit de zeventiende eeuw en is vaak versierd met bloemen. Een bewijs dat de plaatselijke bewoners nog steeds een religieuze waarde hechten aan deze plek.
Meer bescheiden is een fresco van de Madonna in de Arco dei Bianchi. Dit fresco is direct op een stenen muur geschilderd. Ondanks het feit dat de onderliggende turkooisblauwe kleur op verschillende plaatsen aan het afbladderen is, heeft de hele compositie nog steeds een grote charme.
Of je nu op zoek bent naar grandeur of verval, de zoektocht naar de verborgen stadsaltaren van Rome is spannend. Het belangrijkste is om een goed paar wandelschoenen aan te trekken en dan vooral je blik omhoog gericht te houden.
Er zijn geen artikelen gevonden