Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Achtergrond

Wat heeft de Eerste Wereldoorlog te maken met de instelling van Christus Koning 100 jaar geleden?

Links ingekleurd beeld uit de loopgraven van WOI, uit de documentaire 'They Shall Not Grow Old'; rechts een glas-in-loodraam dat Christus' koningschap verbeeldt.
Beeld: OSV News - Warner Bros/Gregory A. Shemitz

Op de laatste zondag van het liturgische jaar vieren katholieken het hoogfeest van Christus Koning. Het is een relatief nieuwe toevoeging aan de kerkelijke kalender: precies een eeuw geleden, in 1925, werd het ingesteld. Maar waarom eigenlijk?

Toen kardinaal Ambrogio Achille Ratti tot paus werd gekozen en de naam paus Pius XI aannam, verkeerde een groot deel van de wereld in chaos. Het jaar was 1922, en hoewel het bloedvergieten van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) voorbij was, waren vrede en rust nog lang niet overal zichtbaar.

Immens leed

De oorlog die alle oorlogen had moeten beëindigen, had vooral Engeland en de landen van continentaal Europa zwaar getroffen. Bovendien had de omverwerping van de Romanov-tsaren door de Russische Revolutie tot enorme onrust in Rusland geleid en veel leed veroorzaakt. Overheden verkeerden in economische chaos, werkloosheid was alomtegenwoordig en mensen stierven op veel plaatsen letterlijk de hongerdood.

De stabiliteit van de oude sociale en politieke orde, die gebouwd was op koningshuizen en gekroonde staatshoofden, brokkelde af. De zegevierende oorlogsmachten eisten zware straffen en onredelijke herstelbetalingen van de overwonnen Duitsers, vastgelegd in het Verdrag van Versailles.

Opkomst van tirannen

Pessimisme, een gevoel van machteloosheid en groeiende haat tussen de volkeren namen de overhand. De tijd was rijp voor de opkomst van tirannen – en die kwamen er ook. De etterende ideologieën van het fascisme en het communisme brachten figuren voort als Benito Mussolini, Adolf Hitler en Joseph Stalin.

Mensen lieten zich meeslepen door dictators, waarbij ze God uitsloten uit hun dagelijks leven

De voorganger van paus Pius XI, paus Benedictus XV, had in 1920 hier al profetisch voor gewaarschuwd toen hij schreef: “Er kan geen stabiele vrede bestaan, hoe lang en moeilijk de onderhandelingen ook zijn geweest, tenzij er een terugkeer is naar wederzijdse naastenliefde om haat te temperen en vijandschap te verdrijven.”

Kerk werd ouderwets en irrelevant

In hun nood klampten mensen zich vast aan iedereen die hun hoop bood, die richting beloofde te geven in de chaos en voedsel op tafel beloofde te zetten. Ze lieten zich meeslepen door de opkomende dictators, en daarbij probeerden ze vaak zelfvoorzienend te worden, waarbij ze God uitsloten uit hun dagelijks leven.

https://www.kn.nl/geschiedenis/

Velen beschouwden de basisprincipes van moraliteit en de leer van de Kerk als ouderwets en irrelevant in de twintigste eeuw. Modern denken liet hoogstens toe dat Christus koning was in het privéleven van het individu, maar zeker niet in het openbare leven.

Pax Christi in Regno Christi

Sommige politieke regimes pleitten zelfs voor de volledige verbanning van Jezus, niet alleen uit de samenleving, maar ook uit het gezin. Terwijl naties opnieuw werden opgebouwd en regeringen werden hervormd, werden hun fundamenten, beleid en wetten vaak opgesteld zonder enige aandacht voor christelijke principes.

Paus Pius XI.
Foto: CNS - L'Osservatore Romano

In al deze ontwikkelingen zag de nieuwe paus Pius XI hoe mensen Christus verloochenden ten gunste van een levensstijl gedomineerd door secularisme, materiële belangen en valse hoop die door tirannen werd gevoed.

Hij besefte dat hij de politieke en economische krachten moest aanspreken die de koningschap van Jezus verdrongen. Om te beginnen wijdde hij zijn pontificaat aan ‘De Vrede van Christus in het Koninkrijk van Christus’ (‘Pax Christi in Regno Christi’).

Een betekenisvol gedenkjaar

In 1925 vierde de Kerk – net als nu – een heilig jaar, waarbij tevens werd stilgestaan bij de 1600e verjaardag van het Concilie van Nicea. De concilievaders die in 325 bijeenkwamen, hadden de volle godheid van Jezus Christus als God de Zoon bevestigd, één in wezen met God de Vader. Hun uitspraak werd een geloofsbelijdenis, later uitgebreid tot wat wij nu de Geloofsbelijdenis van Nicea noemen, die wij nog steeds elke zondag in de Mis belijden.

Tijdens het jubeljaar stroomden honderdduizenden pelgrims naar Rome. En keer op keer, bij alle grote feesten, benadrukte paus Pius het koningschap van Christus zoals verwoord in de Geloofsbelijdenis: “Aan zijn koningschap komt geen einde.”

Encycliek over Christus’ koningschap

Op 11 december dat jaar gaf de paus, om blijvend erkenning te geven aan de heerschappij van Jezus Christus over alle mensen en naties, de encycliek Quas Primas uit, waarin hij het feest van ‘Onze Heer Jezus Christus, Koning’ toevoegde aan de jaarlijkse liturgische kalender.

Foto: OSV News - Gregory A. Shemitz

Sommigen beweerden destijds dat zo’n feest overbodig was omdat het oude feest van de Epifanie (Driekoningen) Christus al als koning erkende. Maar meer dan 340 religieuze leiders, waaronder kardinalen en bisschoppen, hadden om dit nieuwe feest gevraagd, en de paus voldeed graag aan dat verzoek.

Een zorgvuldig gekozen moment

De encycliek bepaalde dat het feest van Christus Koning jaarlijks gevierd zou worden op de laatste zondag van oktober. Deze datum, een week voor Allerheiligen en vier weken voor de Advent, was zorgvuldig gekozen: zij herinnerde het volk eraan dat Jezus Christus niet alleen de Koning van deze wereld is, die nu heerst over de naties, maar ook de eeuwige Koning, verheerlijkt door de heiligen in de hemel, en die op een dag zal terugkomen om de hele mensheid te oordelen.

https://www.kn.nl/nieuwsbrief/

‘Plaag’ van ontwrichting

In zijn encycliek merkte de paus op dat de voortdurende ontwrichting van die tijd, wat hij “de plaag die de maatschappij teistert” noemde, al lang aan het etteren was en het gevolg was van naties die Christus verwierpen.

Later in de tekst herinnerde de paus de nationale regeringen aan het “laatste oordeel, waarin Christus niet alleen zijn uitbanning uit het openbare leven, maar ook die verachtelijke miskenning en veronachtzaming als een groot onrecht zeer streng zal wreken. Het is immers een eis van Zijn koninklijke waardigheid, dat het gehele openbare leven naar de geboden Gods en de christelijke beginselen worde geregeld, zoowel in de wetgeving en in de rechtspraak, als ook in de opvoeding van de jeugd tot een gezonde leer en reine zeden.”

Heilig Hart

De paus instrueerde de gelovigen om dit jaarlijkse feest te gebruiken als een moment om zichzelf toe te wijden of hun toewijding te hernieuwen aan het Heilig Hart van Jezus. Daarmee verbond hij het feest expliciet aan de devotie tot het Heilig Hart en tot de levende Christus in de eucharistie.

In 1969 zette paus Paulus VI verschillende stappen om het getuigenis van het feest te versterken. Om de universele heerschappij van Christus te benadrukken, veranderde hij de naam in het feest in ‘Onze Heer Jezus Christus, Koning van het Heelal’ (Domini Nostri Iesu Christi universorum Regis).

Hij verplaatste ook de datum naar de laatste zondag van het liturgische jaar, waardoor de band tussen Christus’ koningschap en zijn wederkomst om de wereld te oordelen nog sterker werd onderstreept. Daarnaast verhief de paus het feest tot de hoogste rang op de liturgische kalender: een hoogfeest.

Meer dan ooit nodig

Vandaag de dag ontvlucht de vrede ons nog steeds; sociale, politieke en economische structuren wankelen; en de naties blijven op vele manieren het licht van het Evangelie verwerpen. We mogen daarom dankbaar zijn voor de jaarlijkse viering van het hoogfeest van Christus Koning – want de wereld heeft ons getuigenis van zijn heerschappij over alle dingen nu meer dan ooit nodig.

https://www.kn.nl/donaties/