fbpx
<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Achtergrond

Geestelijk verzorgers in coronatijd: ‘Het medicijn dat wij brengen is juist contact’

Selinde van Dijk-Kroesbergen 6 april 2021
image
Een geestelijk verzorger aan het werk in 2018. Vanwege de coronacrisis werden veel geestelijk verzorgers op afstand gehouden. De ene geestelijk verzorger voelde zich hierdoor machteloos en compleet buiten beeld geplaatst, de ander vond nieuwe wegen en wist duidelijk positie te nemen. Foto: Hans Dornseiffen, ERICH

Tijdens de coronapandemie bleek het werk van geestelijk verzorgers urgenter dan ooit. Maar zij kregen wel te maken met allerlei barrières voor contact met patiënten. Hoe gingen zij daarmee om? Een internationaal onderzoek in 36 landen laat een wisselend beeld zien.

Joost Verhoef (56) is onderzoekscoördinator bij ERICH (European Research Institute for Chaplaincy in Healthcare), een onderzoekprogramma dat is voortgekomen uit een Europees netwerk voor geestelijke verzorging in de zorg (ENHCC). Hij was betrokken bij het onderzoek onder geestelijk verzorgers in Europa, Australië en de Verenigde Staten naar hun bevindingen in de eerst lockdown. De uitkomsten ervan werden onlangs gepubliceerd.

“Het is bekend dat als mensen horizontaal komen te liggen, ze verticaal gaan denken”

“Tijdens de eerste golf van de coronacrisis ontstonden wereldwijd min of meer dezelfde dilemma’s, problemen en blessures. Nationaliteit en cultuur lijken hierin geen belangrijke rol te spelen.”

‘Fysieke nabijheid is nodig’

Geestelijk verzorgers overal ter wereld erkenden het grote belang van fysieke nabijheid. “Het medicijn dat we brengen is juist contact”, vertelt Verhoef, die zelf katholiek geestelijk verzorger is in OLVG in Amsterdam. “Als geestelijk verzorger breng je niet heel veel meer mee dan je eigen persoon. Contact maken gaat het gemakkelijkst als je bij elkaar in dezelfde ruimte bent.”

https://www.kn.nl/abonnementen/

Verhoef legt dit uit: “Fysieke aanwezigheid is het hart van ons werk. Je mist non-verbale signalen als je over de telefoon praat. Maar ook voor het vasthouden van een hand of gewoon samen in stilte bij elkaar zijn, moet je fysiek aanwezig zijn. En voor een ziekenzalving of een afscheidsritueel is fysieke nabijheid ook noodzakelijk.”

Machteloos

Maar juist die nabijheid was tijdens de pandemie vaak niet mogelijk. Terwijl de nood erg hoog was, werden veel geestelijk verzorgers als mogelijke bron van besmetting op afstand gehouden. Veel geestelijk verzorgers voelden zich hierdoor moreel gekwetst, blijkt uit het onderzoek.

“Het ging over leven en dood en we hadden juist iets te brengen”, zegt Verhoef. “Het is bekend dat als mensen horizontaal komen te liggen, ze verticaal gaan denken. Ze gaan zich heroriënteren op de vragen en bronnen waarop ze het leven baseren. Het gaf veel geestelijk verzorgers een gevoel van machteloosheid dat ze bij de patiënten werden weggehouden. Wel was het zo dat ze vaak ‘tweedelijns’ werden ingezet, als steunpilaar voor zorgpersoneel.”

‘Ons repertoire is in de breedte ontwikkeld’

De pandemie leidde tot grote veranderingen in het werk van geestelijk verzorgers. Al snel waren er overal ter wereld geestelijk verzorgers die allerlei alternatieven wisten te vinden om toch voor patiënten en hun naasten aanwezig te kunnen zijn.

“Ons repertoire is tijdens de eerste lockdown in de breedte ontwikkeld. We zijn nu voor patiënten aanwezig door bijvoorbeeld te beeldbellen, een kaartje te sturen of door te bidden met de familie van een IC-patiënt in een kapel of op de gang. Ook al zien we veel oplossingen als second best, toch was het een bijzondere ervaring en we merkten dat dit ook goed was. Het positieve eraan is dat we voor dingen die we eerst voor onmogelijk hielden, nu niet meer terugdeinzen.”

‘Wij zijn er voor de patiënten’

“Voor de toekomst zullen we sommige alternatieve werkwijzen verder ontwikkelen”, zegt Verhoef. Hierbij denkt hij aan manieren waarop mensen in landen waar de afstanden groot zijn, zoals Amerika of Australië, toch samen kunnen bidden.”

De coronacrisis is dus niet alleen een verhaal van inleveren en onmogelijkheden. Verhoef: “De zorg ging meer back to basic. Er ontstond een houding van ‘Wij zijn er in de eerste plaats voor de patiënten’. Tijd om eindeloos alles door te praten was er niet. Er moesten snel stappen gezet worden.”

https://www.us12.list-manage.com/subscribe/post?u=d22144bf286104d517b638301&id=b3f10e4ed1

Een andere positieve ervaring was voor sommigen de beleving van kleinschalige uitvaarten. “Een uitvaart met de dertig belangrijkste mensen uit iemands leven levert een ander soort intimiteit op, die door sommige mensen erg wordt gewaardeerd. Uiteraard past het niet bij iedereen. Er zijn natuurlijk ook mensen die een uitvaart liever groots en meeslepend hebben.”

Angst

Bij een aantal geestelijk verzorgers leefde de angst om zelf met het coronavirus besmet te raken. “Dat is natuurlijk ook niet heel vreemd”, zegt Verhoef. “In Italië bijvoorbeeld zijn verschillende geestelijk verzorgers besmet en overleden. In OLVG hebben drie van de acht geestelijk verzorgers een coronabesmetting opgelopen.”

Dat alles maakt het complex: wat goed is om besmetting te voorkomen, is soms slecht voor de patiënt. “Het verschrikkelijkste was natuurlijk dat patiënten alleen stierven. Het idee dat je het enige wat je nog kan doen aan iemands sterfbed – iemands hand vasthouden en er zijn – niet mag doen, is afschuwelijk. Niemand lijkt het antwoord te hebben op wat wijsheid hierin is.”

In Nederland

In Nederland zijn er ongeveer 1.400 geestelijk verzorgers actief. Zij werken meestal in teamverband binnen zorgteams, maar ook bij justitie, de krijgsmacht, de politie of in de eerstelijnszorg. Katholieke geestelijk verzorgers worden meestal gezonden door hun bisschop.