
In de eerste maanden van zijn pontificaat heeft paus Leo XIV nog niet echt kleur bekend. Maar juist in zijn bedachtzame opstelling schuilt de eigenlijke omslag – een verandering die nauwelijks opvalt, maar die misschien wel het belangrijkste is dat hij tot nu toe bereikt heeft.
In de Romeinse wandelgangen klinkt het gerucht, zo meldde ND-vaticanist Hendro Munsterman onlangs, dat de eerste encycliek van paus Leo XIV ophanden is. Die zou zomaar eens op of rond de dag dat hij honderd dagen paus is (16 augustus) kunnen verschijnen.
Gaat de paus – die door alle analisten als voorzichtig en toch ook wat kleurloos wordt omschreven – dan eindelijk kleur bekennen, het achterste van zijn tong laten zien? Het valt niet te verwachten. Volgens Munsterman zou het om een encycliek over armoede gaan, waaraan zijn voorganger Franciscus al begonnen was.
Hij zou alleen maar de puntjes op de i hoeven zetten en voortborduren op de erfenis van zijn voorganger; precies zoals Franciscus zelf in de zomer van 2013 ook zijn eerste encycliek (Lumen Fidei) uitbracht die al door zijn voorganger Benedictus was begonnen. Ook dat werd niet zijn meest memorabele schrijven; eerder een vingeroefening voor latere encyclieken.
Dus nee: in de eerste honderd dagen van zijn pontificaat zal Leo geen ‘kleur bekennen’. Het is ook maar de vraag of dat hoeft. De journalistieke gewoonte om een staatsman of regering te wegen bij deze vrij arbitraire grens, is in het kerkpolitieke discours sowieso wat voorbarig.
Vaticaanse raderen draaien nu eenmaal trager dan die van de wereldpolitiek; de impact van een paus weegt men bij voorkeur na honderd jaar, niet al na honderd dagen.
Maar goed, ook in vergelijking met zijn voorgangers maakte Leo toch een voorzichtige start. Hij deed geen sweeping statements, geen schokkende benoemingen, maakte subtiele aanpassingen maar gooide nergens het roer radicaal om. Hij maakte vooral waar wat al van meet af aan het beeld was van hem: dat van een ingetogen man, die eerst luistert en dan pas spreekt.
Hoe saai dat ook mag klinken: hij wordt er enorm om geliefd. Het enorme enthousiasme waarmee jongeren hem onlangs begroetten bij de Jubeljaar-viering in Rome spreekt wat dat betreft boekdelen.
Nu kun je zeggen: dat is de gebruikelijke papolatrie van katholieken. Maar er lijkt toch iets fundamentelers aan de hand te zijn. Het is helemaal niet zo voor de hand liggend dat een paus wordt omarmd door zowel de ‘fans’ van zijn voorganger als door diens felste critici. Sterker nog: dat hebben we in de recente geschiedenis nog niet meegemaakt.
Van kampen ‘voor’ of ‘tegen’ de paus is ineens nauwelijks sprake meer
Niet alleen Franciscus, maar ook Benedictus en Johannes Paulus II waren van meet af aan nogal ‘verdelende’ pausen. Love ‘em or hate ‘em. Wie niks van Johannes Paulus moest weten, had haast automatisch ook niks met Benedictus. Maar hield je van Benedictus dan had je niks met Franciscus en omgekeerd. Zelfs al was de inhoudelijke continuïteit tussen hun pontificaten nog zo groot, ze werden op deze wijze in de publieke perceptie – ook door katholieken zelf – vrijwel gelijk tegen elkaar uitgespeeld, in de overbekende (maar tekortschietende) hokjes van ‘progressief’ versus ‘conservatief’.
Bij Leo wordt die poging natuurlijk ook ondernomen, maar vooralsnog onttrekt hij zich met zijn kenmerkende bescheiden glimlach aan onze categoriseerdrang. En hij wordt er vrijwel unaniem om gerespecteerd.
Dat is misschien de eigenlijke, stille revolutie van honderd dagen Leo, iets waarin hij zich nog het meeste onderscheidt van zijn voorgangers – dat hij een veel grotere eenheid weet te bewerkstelligen; van kampen ‘voor’ of ‘tegen’ de paus is ineens nauwelijks sprake meer.
In gepolariseerde tijden is dat een niet te onderschatten verdienste.
Er zijn geen artikelen gevonden