Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Analyse

Hoe en waarom spreekt het Vaticaan zich uit over Maria-titels? 5 vragen (en antwoorden)

Kardinaal Víctor Manuel Fernández, prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, bij de presentatie op 4 november van het document 'Mater Populi Fidelis' ('Moeder van het Gelovige Volk').
Foto: CNS - Lola Gomez

Het Dicasterie voor de Geloofsleer heeft een notitie gepubliceerd, met goedkeuring van paus Leo XIV, over welke titels katholieken wel en niet mogen gebruiken als het over Maria gaat. Wat staat er precies in, en waarom maakt het Vaticaan zich hier eigenlijk zo druk om? Vijf vragen en antwoorden over Mater Populi Fidelis.

1. Waarom hebben katholieken eigenlijk zoveel titels voor Maria?

Moeder van God, Koningin van de vrede, Sterre der zee, Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand, enzovoort, enzovoort. Haast eindeloos is de lijst met namen en titels waarmee katholieken de heilige maagd Maria aanspreken.

Die aanspreekvormen kun je lezen als liefdesverklaringen. Katholieken kijken met “affectie en bewondering” naar Maria, zo schrijft het Vaticaanse Dicasterie voor de Geloofsleer in het vandaag gepubliceerde document Mater Populi Fidelis, want zij “is de vrouwelijke manifestatie van alles wat de genade van Christus in een mens kan bewerkstelligen”.

Katholieken, kun je zeggen, zijn onverbeterlijke ‘moederskindjes’. Het beeld van de zorgzame, liefhebbende moeder is in de loop van de geschiedenis belangrijk en bepalend gebleken voor de betrokkenheid van katholieken bij hun kerkgemeenschap. Ons kerkbeeld, ja zelfs ons Godsbeeld, is er door gekleurd; ja, wij geloven in God de Vader, maar die is niet streng of afstandelijk, Hij is zorgzaam en mild als een moeder. Zoals Maria inderdaad, Moeder van de Kerk, Troosteres van de bedroefden, enzovoort.

Dat verklaart dus die eindeloze variaties in namen en titels voor Maria. Die vormen een warm eerbetoon. Want waar het hart van vol is…

2. Waarom maakt de Kerk zich dan druk over welke titels wel en niet kunnen?

Als het liefdesverklaringen zijn, kun je je dat inderdaad afvragen. Je gaat toch ook geen liefdesbrieven censureren – ‘schatje’ mag, ‘honneponnetje’ is over de grens, zoiets?

Maar waar het om gaat: de katholieke Kerk hecht van oudsher aan een precies gebruik van woorden. Het zijn niet ‘slechts’ woorden; wat wij zeggen en hoe wij het zeggen heeft betekenis en impact, het geeft beslissend vorm aan hoe wij denken, hoe wij leven, hoe wij geloven. Dus ja, woorden doen er wel degelijk toe.

https://www.kn.nl/vaticaan/

Mariadevotie, zo beklemtoont Geloofsleer-prefect kardinaal Víctor Fernández in het voorwoord van genoemd document, is de “schat van de Kerk”. Het document is niet bedoeld om dat “te corrigeren, maar boven alles om het te waarderen, bewonderen en aan te moedigen”. Maar dan wél in het juiste licht, in de juiste bewoording.

Het kerninzicht waar het steeds om draait, is dat authentieke Mariadevotie mensen helpt om bij Christus en God te komen, niet om van God en Christus weg te voeren door Maria in plaats van Christus en God naar voren te schuiven.

3. Tegen welke titels maakt het Vaticaan bezwaar en waarom?

Mater Populi Fidelis gaat vooral dieper in op twee titels waartegen grote theologische bezwaren bestaan, namelijk ‘Medeverlosseres’ (Coredemptrix) en ‘Middelares’ (Mediatrix; en dan met name als het gaat om Maria als middelares van alle genade).

Verlosser en Middelaar zijn geen duo-baan

Het komt heel nauw, zo legt het document ook uit, hoe je die termen definieert. Als je het zo uitlegt dat Maria een handje meewerkt aan de verlossing en de bemiddeling tussen God en mens, dat zij zogezegd ‘meewerkt met Gods genade’ zoals wij allemaal gevraagd worden om mee te werken met de genade, dan is er op zichzelf niks mis mee.

Het probleem ontstaat wanneer je het zo uitlegt dat Maria net zo als, of samen met, Christus verlossing en bemiddeling brengt. Dan plaats je haar op gelijk niveau met Christus – en dat is niet te verzoenen met het Bijbelse en traditioneel-christelijke uitgangspunt dat Christus als Verlosser en Middelaar volstrekt uniek is, met geen enkel ander mens te vergelijken.

Verlosser en Middelaar zijn geen duo-baan, met Jezus Christus en Maria als parttimers die in goed onderling overleg de uren verdelen.

Maria is een mens, net als wij, een heel bijzonder, heel diepgelovig mens die “vol van genade” is , zoals we bidden in het Weesgegroet. Maar dat is een genade die zij zelf ook maar van God ontvangen heeft; ze is geen godin die naar eigen inzicht genade uitdeelt.

4. Wie waren er eigenlijk vóór die titels, en waarom?

Beide titels kennen een lange en op zichzelf eerbiedwaardige historie, zo legt het document ook uit. Ze zijn door de kerkgeschiedenis heen in verschillende betekenissen en met verschillende waarderingen gebruikt. Dat er bewegingen ontstonden die met een zeker fanatisme voor het gebruik van die titels begonnen te ijveren, zelfs pleitten om er een dogma – dus een officiële kerkelijke leerstelling – van te maken, is echter van recenter datum, pakweg de voorbije anderhalve eeuw.

https://www.kn.nl/nieuwsbrief/

Ook in onze contreien: rondom de Amsterdamse zieneres Ida Peerdeman (1905-1996) – wiens zelfverklaarde Mariaverschijningen door het Vaticaan officieel als niet-authentiek zijn bestempeld – ontstond bijvoorbeeld een enthousiaste campagne om Maria officieel tot ‘Medeverlosseres’ te laten uitroepen. En nog veel breder gedragen was een eeuw geleden de roep in België, aangevoerd door de beroemde kardinaal Désiré-Joseph Mercier (1851-1926), voor de dogmaverklaring van ‘Maria Middelares’ (in Gent staat bijvoorbeeld nog altijd een ziekenhuis met die naam). Ook toen ging het Vaticaan er echter niet in mee.

Wat verklaart dan toch het enthousiasme van dergelijke bewegingen? Er is veel over te zeggen, maar belangrijk is bovenal te beseffen dat dit verschijnsel opkwam in een tijd van razendsnelle maatschappelijke veranderingen, waarin ook de positie van de katholieke Kerk in het geding was. Katholieken zochten naar nieuwe houvast, naar een soort identiteitspolitiek vaandel om zich achter te scharen. Niet in de laatste plaats om zich ermee af te zetten tegen andersdenkenden; socialisten, liberalen, protestanten, enzovoort. Maria – struikelsteen voor protestanten, dwaasheid voor niet-gelovigen – leende zich daar uitstekend voor.

Misschien is zo ook de terughoudende reactie van Vaticaanse zijde te begrijpen: als een duidelijk signaal dat Maria te belangrijk is om te laten kapen als icoon van een al te tijd- en plaatsgebonden cultuurstrijd.

5. En nu? Is de discussie nu definitief gesloten?

Dat is maar de vraag. In het verleden is gebleken dat voorvechters van deze titels zeer bedreven zijn in het in twijfel trekken of in hun voordeel uitleggen van zelfs de meest zonneklare Vaticaanse instructies. Zelfs de braafste ‘moederskinderen’ zullen wel weer smoezen vinden om Moeder de Kerk niet te hoeven gehoorzamen.

Een beeld van Onze Lieve Vrouw van La Antigua, patroon van Panama, op tafel tijdens de presentatie van 'Mater Populi Fidelis'.
Foto: CNS - Lola Gomez

Maar dit document is toch echt zo helder als glas: het legt nog eens heel duidelijk de criteria uit van authentieke Mariadevotie, zoals men vorig jaar ook deed met betrekking tot Mariaverschijningen. En het laat bovendien positief zien dat Maria zich nog altijd eerbiedig en liefdevol laat aanspreken met vele andere namen dan ‘Medeverlosseres’ en ‘Middelares van alle genade’.