
Het wordt makkelijker voor mensen met een lichamelijke of geestelijke beperking om in dienst te treden van het Vaticaan. Paus Leo zet hiermee een noodzakelijke stap naar een socialer personeelsbeleid – maar zijn zorgen op dat vlak zijn nog lang niet voorbij.
Op 13 september heeft paus Leo XIV nieuwe arbeidsregels goedgekeurd die de kansen voor mensen met een beperking binnen het Vaticaan aanzienlijk moeten vergroten. De hervormingen leggen vast dat een handicap geen belemmering vormt om werkzaam te zijn in de instellingen van de Heilige Stoel of Vaticaanstad.
De wijzigingen, die per direct ingaan, schrijven voor dat alle Vaticaanse diensten de werving van mensen met een beperking actief moeten bevorderen. Daarbij kunnen, waar nodig, passende voorzieningen worden getroffen om een inclusieve werkomgeving te waarborgen.
Een belangrijk onderdeel van de hervorming betreft de medische toelatingseisen voor nieuwe medewerkers. Tot nu toe moesten kandidaten aantonen in “goede gezondheid” te verkeren. Voortaan wordt uitsluitend gekeken of iemand fysiek en psychisch in staat is de taken van de functie te vervullen, met een officiële verklaring van de Vaticaanse gezondheidsdienst.
De maatregelen volgen op eerdere besluiten van paus Leo XIV om het personeelsbeleid socialer te maken. Zo kregen ouders van kinderen met een beperking recentelijk extra verlofdagen en werd het vaderschapsverlof uitgebreid.
Het lijkt een open deur voor een instituut dat gezinswaarden en sociale rechtvaardigheid hoog in het vaandel heeft, maar het Vaticaanse personeelsbeleid is een complex dossier dat ook Leo’s voorgangers Franciscus en Benedictus al heel wat hoofdbrekens heeft gekost.
Zeker onder het pontificaat van Franciscus kwam dat duidelijk aan het licht. Tijdens een kerstbijeenkomst met Vaticaanse medewerkers eind 2017 kreeg hij nog een daverend applaus omdat hij de sociale misstanden in de Romeinse Curie aankaartte: slechte arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden, onderhandse arbeidscontracten.
“Het is een gewetenskwestie”, zei Franciscus toen. “Ik kan niet naar buiten treden en de sociale leer van de Kerk verkondigen, en dan tegelijkertijd hier deze dingen doen.”
Maar het transparanter en eerlijker maken van het personeelsbeleid, bleek niet louter in het voordeel van medewerkers. Want met naar schatting een slordige 4.800 medewerkers, wegen de personeelskosten sowieso toch al zwaar op de Vaticaanse financiën – nog zo’n hoofdpijndossier dat al meerdere pontificaten onopgelost blijft.
In november 2024 kreeg Franciscus van dezelfde medewerkers de wind van voren toen hij het Vaticaanse pensioenstelsel hervormde om het houdbaar te maken “voor toekomstige generaties”. Voor de huidige generatie betekende dat onvermijdelijk een pijnlijke stap terug.
Meer anekdotisch, maar toch tekenend is een kwestie die begin 2025 speelde bij de Vaticaanse bank IOR. Twee medewerkers werden daar ontslagen omdat ze met elkaar trouwden – een rechtstreeks gevolg van door Franciscus ingestelde anti-corruptiemaatregelen.
Maar de medewerkers in kwestie begonnen een rechtszaak, en in de Italiaanse pers werd het uitgelegd als een hardvochtig ontslag dat indruist tegen katholieke gezinswaarden.
Dit is de ingewikkelde erfenis waarmee ook paus Leo nog zal worden geconfronteerd. Maatregelen als die voor een meer inclusieve werkomgeving voor mensen met een beperking, zijn natuurlijk broodnodig vanuit een katholiek-sociaal perspectief, en doen het bovendien goed in de publieke beeldvorming.
Maar het prijskaartje van een socialer Vaticaans personeelsbeleid krijgt ook Leo onvermijdelijk nog gepresenteerd.
Er zijn geen artikelen gevonden