fbpx
<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Analyse

Rimpelingen in de katholiek-Joodse dialoogvijver

Martin Janssen 13 oktober 2021
image
Paus Franciscus en rabbijn Abraham Skorka tijdens Franciscus' bezoek aan Israël in 2014. Foto: CNS Photo - Paul Haring

Paus Franciscus kreeg onlangs forse kritiek van een aantal Joodse organisaties vanwege uitspraken die zouden neerkomen op de achterhaalde ‘vervangingstheologie’. Wie nauwkeurig kijkt, ziet dat de kritiek onterecht was.

De relaties tussen het jodendom en de katholieke Kerk waren door de eeuwen heen bepaald niet vrij van spanningen. Het Tweede Vaticaanse Concilie vaardigde in 1965 echter het document Nostra Aetate uit,  waarin de houding van de Kerk jegens andere godsdiensten opnieuw gedefiniëerd werd. Het opende de weg voor een nieuwe toenadering tot het jodendom.

De paragrafen in Nostra Aetate over het jodendom rekenden af met de zogenaamde ‘vervangingstheologie’, die leerde dat het christendom de Joodse religie vervangen zou hebben, die daarmee achterhaald zou zijn geworden. Ook het idee dat ‘de Joden’ tot op de dag van vandaag schuld zouden dragen voor Christus’ dood, werd resoluut afgewezen.

De Wet

Tijdens zijn wekelijkse algemene audiëntie maakte paus Franciscus begin augustus echter enkele opmerkingen die tot grote verontwaardiging leidden bij Joodse organisaties.

“Critici verwijten de paus 'het onderwijzen van minachting voor het Joodse geloof'”

De Paus sprak over de Thora, de eerste vijf boeken van de Hebreeuwse Bijbel, als “een enorm geschenk van God voor zijn volk”. De Thora staat ook wel bekend als de Wet van Mozes, en de paus wees erop dat “in die tijd een dergelijke Wet noodzakelijk was”.

Het probleem ontstond toen de paus zei dat “de Wet echter geen leven geeft. De Wet geeft niet de vervulling van de belofte omdat ze hiertoe niet in staat is. De Wet is een pad, een pad dat leidt tot een ontmoeting. (...) Degenen die leven zoeken, dienen te kijken naar de belofte en de vervulling hiervan in Christus”.

Consternatie

Deze uitspraak veroorzaakte in de Joodse wereld consternatie. Rabbijn Daniel F. Polish legde begin september in het jezuïetentijdschrift America uit waarom de pauselijke woorden pijnlijk waren. Volgens Polish waren Franciscus’ woorden “direct en expliciet in tegenspraak met het idee dat de vervangingstheorie zelf was vervangen. De notie dat de Thora slechts een tussenstation is op de weg naar een hogere waarheid is pijnlijk voor Joden”.

https://www.us12.list-manage.com/subscribe/post?u=d22144bf286104d517b638301&id=b3f10e4ed1

Rabbijn Rasson Arussi is voorzitter van de commissie van het Israëlisch opperrabbinaat die de dialoog met de Heilige Stoel voert. Hij schreef een brief aan het Vaticaan waarin hij de paus verweet dat deze zou zijn teruggekeerd naar “het onderwijzen van minachting voor het Joodse geloof”. En rabbijn David Sandmel, voorzitter van het Internationaal Joods Comité voor Interreligieuze Beraadslaging, liet zich in gelijke bewoordingen uit.

Een nieuwe weg

Franciscus trok zich de kritiek uit Joodse hoek duidelijk aan. Hij gaf de Zwitserse curiekardinaal Kurt Koch opdracht om de onenigheid te beslechten. Koch stuurde brieven naar prominente Joodse rabbijnen. Hierin legde hij uit dat de woorden van de paus begrepen moesten worden “binnen het raamwerk van de theologie van Paulus”.

Het christendom leert dat Christus een nieuwe weg naar verlossing toonde, “maar dit betekent niet dat de Thora wordt gedegradeerd of niet langer wordt erkend als de weg der verlossing voor Joden”. Tot op heden is onbekend of de Joodse organisaties gereageerd hebben op het schrijven van kardinaal Koch.

Netelig vraagstuk

De kwestie legt al met al de vinger op een netelig vraagstuk binnen de interreligieuze dialoog tussen Joodse organisaties en het Vaticaan. Het idee dat de Kerk het Joodse volk met zijn geloof vervangen zou hebben, leidde in Europa immers door de eeuwen heen tot anti-Joodse maatregelen. Het is daarom goed dat er in Nostra Aetate officiëel afscheid van werd genomen.

“In de dialoog tussen jodendom en christendom kan van christelijke leiders niet verwacht worden dat ze een fundamentele waarheid van hun eigen geloof verloochenen of geweld aandoen”

Rabbijn Polish verwijt de paus echter dat het idee dat de Thora slechts “een tussenstation zou zijn op de weg naar een hogere waarheid” in principe een terugkeer betekent naar de vervangingstheorie.

Kern

Feitelijk betreft het hier echter de kern van het christelijk geloof, dat gebaseerd is op het fundamentele gegeven dat voor christenen de Joodse Wet en het Oude Testament inderdaad hun voltooiing vonden in de persoon van Jezus Christus als hoogste waarheid. Dit staat los van de vervangingstheorie die in de katholieke theologie terecht geen plaats meer heeft.

https://www.kn.nl/abonnementen/

In de dialoog tussen jodendom en christendom kan van christelijke leiders niet verwacht worden dat ze een fundamentele waarheid van hun eigen geloof verloochenen of geweld aandoen. Van de Joodse deelnemers aan de dialoog wordt immers ook niet verwacht dat zij hun afwijzing van Christus als Gods Zoon en Verlosser laten varen.

Broeders

Van paus Franciscus is bekend dat hij hartelijke relaties onderhoudt met Joodse gemeenschappen wereldwijd en Joodse vrienden heeft. Als aartsbisschop van Buenos Aires schreef hij samen met de Argentijnse rabbijn Abraham Skorka een boek. Zij werden vrienden voor het leven.

In mei 2014 bezocht Franciscus Israël, waar hij uitgebreid sprak met de belangrijkste rabbijnen van het land. In 2016 bezocht hij de grote synagoge in Rome, waar hij wees op de Joodse wortels van het christendom en toevoegde: “Daarom moeten Joden en christenen elkaar als broeders beschouwen.” En meer dan eens sprak de paus zich tijdens een algemene audiëntie uit tegen het opkomende antisemitisme, dat hij “noch menselijk, noch christelijk” noemde.

Paus Franciscus plaatste zich hiermee in dezelfde lijn als zijn directe voorgangers. Hem verwijten dat hij “minachting zou tonen voor het Joodse geloof” is simpelweg onterecht.

https://www.kn.nl/donaties/