Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Analyse

Zo voert Israël oorlog tegen het christelijk erfgoed in Libanon

Communicatiespecialist en kerkhistoricus

07 mei 2026

Een zuster neemt deel aan een processie op Goede Vrijdag in een buitenwijk van Beiroet, te midden van escalerende aanvallen van Israël op deze regio.
Foto: OSV News - Emilie Madi, Reuters

Een klooster platgegooid, kerken beschoten, een crucifix ontheiligd met een bijl: de aanvallen op christelijk erfgoed in Zuid-Libanon stapelen zich op. Zijn dit incidenten, zoals het Israëlische leger volhoudt, of schuilt er een bewuste politiek achter?

In het Zuid-Libanese grensdorp Yaroun heeft het Israëlische leger vorige week vrijdag 1 mei het Grieks-katholiek-melkitische klooster van de Sœurs Basiliennes Salvatoriennes de l’Annonciation aangevallen.

Welles-nietes

De Franse hulporganisatie L’Œuvre d’Orient sprak in een persbericht meteen van de “vernieling” van het klooster. L’Œuvre d’Orient steunt de betrokken zustercongregatie, en met name hun vele scholen in Libanon.

Intussen was er een welles-nietes-spelletje over hoe ernstig de aanval was. De algemene overste van de melkitische congregatie, zuster Gladys Sabbagh, vertelde aan persbureau AP dat het om een kleiner gebouw gaat, waar tot voor kort twee zusters verbleven. Zij hadden in Yaroun ook een schooltje en een dispensarium, maar dat alles was verlaten sinds het begin van de jongste inval van het Israëlische leger in Libanon.

Wel degelijk gesloopt

Zuster Sabbagh zei dat zij “vernomen had” dat het gebouw “met bulldozers met de grond gelijkgemaakt” was. Meteen verspreidden de Israëlische strijdmachten een ontkenning met foto’s van een intact gebouwtje, gedateerd 2 mei 2026.

advertentie

Die ontkenning is weer van het internet gehaald, want intussen werd duidelijk dat het huis waar de zusters tot voor kort verbleven inderdaad intact is, maar dat het grotere kloostergebouw iets verderop wel degelijk gesloopt werd.

Verontschuldigingen

Het was niet het eerste en niet het laatste incident in Zuid-Libanon. Israël reageert alleen als het zwaar onder druk komt te staan, zoals toen de beelden verspreid raakten van een Israëlische soldaat die het hoofd van een crucifix in het christelijke dorp Debel met een bijl te lijf ging en vele buitenlandse regeringsverantwoordelijken verontwaardigd reageerden.

Plots struikelden premier Benjamin Netanyahu en buitenlandminister Gideon Staar in Tel Aviv over elkaar heen met verontschuldigingen. En het Israëlische leger kondigde aan dat de betrokken soldaat aan “gepaste maatregelen” onderworpen zou worden; hij kreeg dertig dagen militaire celstraf en werd van het front weggehaald. Zijn gedrag week immers “volkomen af van de bevelen die hij kreeg en van de waarden van het Israëlische leger”.

Oorlogsmisdaden

Over welke waarden het leger het heeft, is niet meteen duidelijk. De aanhoudende gedwongen evacuatie van Zuid-Libanese dorpen is in strijd met alle internationale rechtsregels. Ook publiceerde de Israëlische krant Haaretz onlangs een vernietigend rapport over  de systematische plundering door Israëlische soldaten van private bezittingen in die dorpen, terwijl hun commandanten erop staan toe te kijken.

Haaretz vernam intussen uit allerlei militaire bronnen ook dat de vernieling van elke infrastructuur in de dorpen in de grensstreek van Zuid-Libanon wel degelijk een bewuste politiek is. Als dat klopt, zou dat een oorlogsmisdaad zijn, net als het vergiftigen van landbouwgronden in het gebied door de Israëlische luchtmacht.

Veiligheidscorridor

De betrokken dorpen in Zuid-Libanon zijn nu eens sjiitische dorpen, dan weer christelijke dorpen, en soms gemengde dorpen. Het is waar dat de sjiitische terreurorganisatie Hezbollah die dorpen soms misbruikt om vandaaruit raketten op Noord-Israël af te vuren.

Rook stijgt op boven een dorp in Zuid-Libanon na een Israëlische luchtaanval medio maart.
Foto: OSV News - Shir Torem, Reuters

Maar het creëren van een ‘veiligheidscorridor’ in een soeverein buurland – zoals Israël dat nu doet – is strijdig met alle internationale rechtsregels.

En het klooster in Yanoun is niet het eerste stuk christelijk patrimonium dat er vernield werd. Tevoren werden ook al melkitische kerken in Aalma ash-Shaab, in Derdghaya en in Nabatieh getroffen, net als een maronitische kerk in Sarda. Er dook zelfs een video op van hoe Israëlische soldaten in het Grieks-orthodoxe Sint-Mamasklooster in Zuid-Libanon lachend christelijke iconografie ontheiligen.

‘Groot-Israël’

Zowel extremistische rabbijnen als extreemrechtse politici weigeren dit gedrag af te keuren. Rabbijn Yossi Mizrahi bijvoorbeeld – die voor alle duidelijkheid ook door vele andere rabbijnen een ‘joodse haatpredikant’ wordt genoemd – roept zelfs uitdrukkelijk op “in alle plaatsen die we bezetten, zoals bijvoorbeeld in Libanon, elk patrimonium waar afgoden vereerd worden, te vernielen, zoals de Thora het ons leert”.

De extreemrechtse minister van Nationale Veiligheid in de regering-Netanyahu, Itamar Ben-Gvir, verkondigt aan ieder die het horen wil dat Israël niet alleen de Westelijke Jordaanoever en Zuid-Libanon moet annexeren, maar moet gaan voor Eretz-Israël, ‘(Groot) Land van Israël’, waar delen van Jordanië, Irak en Syrië ook bij zouden horen.

Christenen bespuwen

Ook op de Westelijke Jordaanoever en in Jeruzalem neemt het geweld tegen christenen hand over hand toe. Vorige week nog werd een Franse zuster en medewerkster van het Bijbelinstituut van Jeruzalem door een fanatieke zionist in volle daglicht op de grond gegooid en geschopt.

advertentie

Christelijke religieuzen in Jeruzalem getuigen dat zij niet meer af en toe op straat door extremisten bespuwd worden, maar dat dit nu dagelijkse kost is. Ook het bespuwen van kerken in de Heilige Stad gebeurt nu systematisch.

‘Aloud gebruik’

Maar opnieuw vindt minister Ben-Gvir dat dit moet kunnen, want “christenen bespuwen is een aloud joods gebruik”. Intussen waarschuwt de Latijnse patriarch van Jeruzalem, kardinaal Pierbattista Pizzaballa, dat Israël ook alle juridische middelen uitput om eigendommen van christenen op de Westelijke Jordaanoever of in Jeruzalem in te lijven.

Dit artikel delen: