

Het huwelijk. Raar, hoe weinig huwelijken ik eigenlijk heb meegemaakt. Ik ben 36 inmiddels, begeef me in de meer conservatieve kringen waar, verwacht ik, toch vaker getrouwd wordt, en ben katholiek. Toch heb ik aanzienlijk meer begrafenissen bijgewoond dan huwelijken.
De liefde woorden willen geven is haar kwijtraken
De huwelijken van mijn broers, het huwelijk van een vriend waar ik niet op kwam dagen, het huwelijk van een andere goede vriend en het huwelijk van mijn beste vriend waar ik ceremoniemeester voor was, en dat was het wel. Vijf huwelijken. Tegenover, wat zal ’t zijn, een stuk of vijftien begrafenissen?
Gek is dat ook niet. Ik ben altijd de man die zich aan de rand van de vriendengroepen begeeft. Met één been erin, met het andere erbuiten. Groepsvakanties? Ik krijg het niet voor elkaar. Zodra ik een afspraak heb gemaakt, raak ik in een soort paniek; nadat ik heb afgezegd, kan ik weer ademhalen.
Het is niet voor niets dat de schrijvers tot wie ik me al sinds de puberteit aangetrokken voel (Pessoa, Slauerhoff, Kierkegaard, Flaubert) schrijvers zijn die hier ook mee worstelen.
Gek: je zou denken dat als je de veertig nadert, je accepteert wie je nu eenmaal bent. Enfin. Dit is geen therapie en u bent geen therapeut – dat is ChatGPT al, gratis en voor niets.
Terug naar het huwelijk! Komend weekend – op moment van schrijven – heb ik een huwelijk. Niet zo maar een: er is mij gevraagd om het huwelijk te sluiten. Soort van dan. Dankzij Napoleon zijn we verplicht om eerst burgerlijk te trouwen, daarna religieus. Het stel dat ik ga trouwen is niet religieus, maar vindt zo’n burgerlijk huwelijk, tsja: burgerlijk. Dus ik sluit hun huwelijk symbolisch, daarna gaan ze op het fietsje nog een keer hun handtekening zetten.
Mensen die mij al langer lezen, weten dat ik vaak heb gevraagd wat de liefde dan is, wat dat inhoudt. Deze week is dat nog urgenter geworden: wat heb ik te zeggen? Ik? Die een huwelijk sluit zonder God en Kerk achter me. Wat zeg je tegen een stel dat gaat touwen als je niet kunt zeggen dat hun huwelijk, twee individuen, bijzonder, waardevol, liefde is, maar ook moeilijkheden zal kennen die ze gelukkig niet samen hoeven te dragen: God helpt hen.
Was iedereen maar katholiek, dan had ik dit niet hoeven doen
De liefde woorden willen geven is haar kwijtraken. Zoals Paul Celan al dichtte: “Een woord, je weet – een lijk.”
Ik ben enorm nerveus. Een gevoel dat ik eigenlijk nooit heb als ik een groep moet toespreken. Maar dan gaat het alleen om mezelf: het ergste dat kan gebeuren is dat er een stilte valt. Nu voelt het alsof het slagen van hun huwelijksdag op mijn schouders rust.
Was iedereen maar katholiek, dan had ik dit niet hoeven doen.
Maar ook weet ik: zij zijn dan misschien niet religieus, maar ik geloof dat deel zijn van de liefde, dat God daar in het midden komt en de taal bij mij omhoog brengt die op dat moment nodig is.
En mocht Hij luid klinken in afwezigheid, dan hebben we altijd nog Rilke, toch een goede tweede: “Ook is het goed om lief te hebben: want de liefde is moeilijk. Liefhebben van mens tot mens: dat is misschien wel het moeilijkste wat ons is opgelegd, het hoogste, de laatste proef en beproeving, het werk waarvoor al het overige werk slechts voorbereiding is.”
Dat is eigenlijk alles wat er gezegd moet worden. Maar dan in 35 minuten.
Peter van Duyvenvoorde is schrijver en filosoof. Elke drie weken schrijft hij een column in Katholiek Nieuwsblad.
Er zijn geen artikelen gevonden