
Ik durf het er bijna niet meer over te hebben, maar dit Jubeljaar kende één groot thema: hoop. Lezingen, kampen, de mini-WJD… alles draaide erom. Hoop op de hemel, christelijke hoop op aarde, de heiligen over hoop, Bijbelse achtergronden, noem maar op. Maar terwijl de Advent en het christelijk Nieuwjaar snel naderen, en we dit jaar in het teken van hoop dus afsluiten, voelt die hoop juist verder weg dan ooit.
Vanmorgen opende ik de nieuwsapp op mijn telefoon, onderweg naar college. Meteen verscheen een artikel over jongeren die openlijk over hun depressie vertellen, met als opvallend citaat: “Ik snap eigenlijk niet waarom niet iedereen depressief is.” Ze spreken over hun worstelingen met de dood, het nut van het leven en de donkerte die ze om zich heen ervaren.
Bij aankomst stop ik mijn telefoon weg. We krijgen een gastcollege. De spreker vertelt over de positieve bijdragen van haar organisatie aan natuurkwaliteit en klimaatverandering.
Maar om uit te leggen waarom dat werk nodig is, schetst ze het eerste uur vooral een somber beeld: tientallen miljoenen mensen die ontheemd raken door toenemende verwoestijning, het verdwijnen van al het koraal bij 2°C opwarming, en het doel van het Parijsakkoord – de befaamde 1,5°C, door wereldleiders massaal ondertekend en daarna praktisch genegeerd – dat eigenlijk al buiten bereik ligt.
En dat zijn slechts de voorbeelden van één willekeurige ochtend. Dan heb ik het nog niet eens over de huidige oorlogen, de toenemende polarisatie of vrouwen die zich steeds onveiliger voelen op straat. Eigenlijk is het niet vreemd dat de WHO voorspelt dat depressie in 2030 volksziekte nummer één is.
Je zou denken dat wij, de katholieke gemeenschap, het afgelopen jaar genoeg hebben geleerd over hoop om die levend te houden, maar zo simpel is het niet. Je kunt iemand wel uitleggen waarom hij of zij hoop zou móéten houden, maar je kunt niemand dwingen iets te voelen. Zeker niet bij iets dat zo abstract en tegelijk zo vloeibaar is als hoop.
Hoe leg je christelijke hoop überhaupt uit aan buitenstaanders? Is het een optimistische kijk op het leven? Levenslust? De verwachting van de hemel? Het uitzien naar de wederkomst van Christus? Het vertrouwen dat alles goed komt? De zekerheid dat er Iemand is die van je houdt?
Al deze antwoorden raken aan de kern, maar niemand heeft één sluitende definitie. Zelf woonde ik meerdere lezingen over dit thema bij, en iedere spreker benadrukte weer een ander aspect. Maar één ding is mij intussen wel duidelijk: hoop is een fundament van ons geloof, maar staat nooit op zichzelf. Je zou bijna haar zusjes vergeten: geloof en liefde.
Het geloof in God is de basis voor onze hoop op een mooiere wereld – op aarde én in de hemel – omdat Hij met ons is. En door de liefde van Christus, en Zijn voorbeeld, kunnen wij die hoop doorgeven aan anderen. Onze hoop houdt geen stand zonder de dragende kracht van geloof en liefde.
Christelijke hoop gaat niet alleen over de hemel. Ze gaat over hoop voor de mensheid en voor deze aarde. Het is onze roeping als christenen om de hoop die ons geschonken is, via ons geloof en door Gods liefde, door te blijven geven aan de wereld om ons heen. Niet alleen dit jaar, maar ons hele leven lang.
Er zijn geen artikelen gevonden