fbpx
<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
image
Column

Schelden in het Engels

Albert van der Woerd 24 maart 2020

Maart begon bizar hier in Venice, Californië. Op de dag dat mijn felbegeerde Green Card op de mat viel, werd er bij mij ingebroken.

“Welkom in de Verenigde Staten”, stond er in de begeleidende brief. “Je hebt nu een permanente verblijfsvergunning.” Of ik door wil gaan naar naturalisatie weet ik nog niet, maar ik heb nog vijf jaar om daarover na te denken.

Derdewereldland

Dit land heeft vaart, weinig geduld en komt snel tot zaken. Maar op een aantal gebieden loopt het hopeloos achter. Neem de snelwegen in Hollywood. Precies in het gebied waar bakken met geld worden verdiend, lijken de wegen die van een derdewereldland: kuilen, scheuren en geen verlichting. Of neem de overheidsgebouwen. De treurnis overvalt je, als je ziet hoe slecht die onderhouden zijn.

“Ik heb het gevoel dat deze pandemie een terechtwijzing is van de manier waarop we tegenwoordig leven”

Ik moest onlangs naar een bijeenkomst met een gemeenteraadslid. Samen met een advocaat van het bisdom maakte ik bezwaar tegen de uitbreiding van een daklozenproject dat vlak tegen onze school aan is gebouwd. Hoe krijg je het verzonnen? We moeten nu al de injectiespuiten van het schoolplein halen voor de kinderen op school komen.

Oog in oog met een inbreker

Terwijl ik op retraite was, had één van die kerels vanuit het project mijn appartement in de gaten gehouden. Hij had me niet thuis verwacht toen hij midden in de nacht mijn deur intrapte. In mijn ondergoed stond ik oog in oog met de inbreker, en ik was verbaasd over hoe goed ik, net uit mijn diepe slaap ontwaakt, in het Engels kon schelden. Kennelijk denk en droom ik nu in de taal van dit land.

Dankzij mijn gedetailleerde beschrijving via 911 (de Amerikaanse 112) kon de knaap binnen tien minuten worden aangehouden. Dat was dan wel weer even strak geregeld. Ik werd opgehaald met een politiewagen en vanachter een geblindeerd raam kon ik de boef identificeren.

Corona

Inmiddels komt het openbare leven hier ook tot stilstand door het coronavirus. De school is al dicht en alle parochiewerkgroepen zijn afgelast. We hebben nog wel Missen, maar die zitten niet vol. Het parochieleven wordt nu teruggebracht tot zijn simpelste eenvoud. Geen communie uit de kelk, geen zangkoren, geen wijwater, geen vredeswens. We hadden een heel ambitieus vastenprogramma opgezet met diaconie, meditaties en vrijdagse devoties. Dat gaat nu allemaal niet door.

Ik vind het eigenlijk wel prima nu, als het allemaal niet gierend uit de hand loopt met dat virus. Maar ik heb het gevoel dat deze pandemie een wereldwijde terechtwijzing is van de manier waarop we tegenwoordig leven. Wat we nu normaal vinden, is eigenlijk te gortig. Yuppen, mensen zonder kinderen die in de stad wonen en een dubbel inkomen hebben, kopen de duurste producten in luxe levensmiddelenwinkels, terwijl op de stoep een dakloze bedelt om een paar dollar voor een stuk brood.

Aandacht, inzet en barmhartigheid

Toch heb ik nog nooit zo sterk het gevoel gehad dat mijn pastoraat ertoe doet. Met een beetje aandacht, inzet en barmhartigheid kom je hier gauw een heel eind. Als beginnende religieus wilde ik ooit graag naar een ontwikkelingsland. Het kwam er niet van. Nu, als priester, heb ik het gevonden.

Albert van der Woerd is priester van het aartsbisdom Los Angeles. Hij schrijft elke drie weken een column in Katholiek Nieuwsblad.