
In Den Haag is de lange aanloop naar nieuwe verkiezingen begonnen en voor het christelijke midden liggen er volop kansen. Dat met name het CDA onder Henri Bontenbal aan een nieuwe opleving lijkt te zijn begonnen, kan niemand ontgaan zijn.
Wie gaf er na de vorige verkiezingen, maar net een jaar geleden, nog een cent voor de partij? De kinderen van het CDA – BBB en NSC – hadden het nest met slaande deuren verlaten, met alle waardevolle familie-erfstukken onder de arm, en boekten daar successen mee.
Om niet kleurloos te zijn, moet het CDA zich stevig herankeren in de katholiek-sociale wortels van de partij
Maar zoals dat gaat met verloren zonen en dochters: ze maken er al snel een potje van, jagen er het fortuin doorheen, en kunnen vervolgens het beste met hangende pootjes naar huis terugkeren. Jammer genoeg lijkt Bontenbal vooralsnog niet van zins om de spijtoptanten met open armen te ontvangen en zijn vetste kalf te slachten voor een feestmaal. Misschien moet hij er de betreffende Bijbelpassage nog eens op nalezen.
Maar hoe dan ook: op de puinhopen van het eerste rechts-populistische kabinet van Nederland lijkt het fatsoenlijke, christendemocratische middengeluid echt weer kiezers aan te spreken.

De C in CDA blijkt eens temeer voor ‘comeback’ te staan. Maar als gezegd, de aanloop naar de verkiezingen is lang, en de gunst van de kiezer is grillig. Hoe kunnen de christendemocraten deze heropleving vasthouden en verzilveren?
Veel is er al gezegd en geschreven over de vraag waarom zoveel mensen op de PVV stemden, maar voor het CDA is de eigenlijke gewetensvraag waarom zoveel kiezers en leden de overstap maakten naar de BBB en NSC. Dat had met die familie-erfstukken te maken die ze meenamen; het opkomen voor de belangen van boeren en burgers, het streven naar een rechtvaardige en barmhartige samenleving.
BBB en NSC zijn altijd huiverig geweest om zichzelf ‘christendemocratisch’ te noemen – vermoedelijk juist ook omdat deze term binnen het CDA decennialang aan inflatie onderhevig is geweest – maar wat deze partijen aantrekkelijk maakte was weldegelijk christendemocratie pur sang.
In De Ongelooflijke Podcast was onlangs politicoloog Tom van der Meer te gast, die scherp analyseerde hoe alle middenpartijen sinds de jaren 80 druk doende zijn hun ziel te verliezen. Ze gaven ideologische principes eraan voor pragmatische, technocratische politiek. Daarom werden alle kabinetten van Lubbers tot en met Rutte eigenlijk één pot nat, en zag de kiezer op den duur ook het verschil niet meer tussen CDA, PvdA en VVD.
![]() | Lees ookCommentaar | Profileer je (niet) |
“Heel veel middenpartijen zijn een soort van D66 geworden”, aldus Van der Meer. “Een echt inhoudelijk alternatief moet je als kiezer dan zoeken in de flanken.”
Voor alle middenpartijen is dit een les om in de oren te knopen. Tot nu toe is de strategie vooral geweest: ‘Wilders-light’ spelen in de hoop de populisten wat wind uit de zeilen te nemen. Maar misschien is het (voorzichtige) succes van Bontenbal juist wel te danken aan het feit dat hij dat niet doet, maar radicaal zichzelf lijkt te zijn. Een herontdekking van wat het ten diepste betekent om partijbreed zichzelf te zijn – en voor het CDA is dat niets anders dan een stevige herankering in de katholiek-sociale wortels van de partij – zal zorgen voor een daadwerkelijk bestendige nieuwe profilering van partijen in het midden. Zodat er voor de kiezer straks weer echt wat te kiezen is.
![]() | Lees meer!Dit commentaar is afkomstig uit Katholiek Nieuwsblad van deze week. |
Er zijn geen artikelen gevonden