<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Commentaar

De ellendigen

Anton de Wit 7 december 2018
image
Beeld uit de film Les Misérables (2012)

Een kleine, maar betekenisvolle passage in de grootse roman Les Misérables (1862) van Victor Hugo. In het hongerige en armoedige Parijs van de jaren 1830 broeit de revolutie. Eén van de jonge revolutionairen ziet een aanplakbiljet, waarop staat dat de plaatselijke aartsbisschop het zijn ‘kudde’ toestaat om tijdens de vasten eieren te eten. Hij ontsteekt in woede, maar wordt dan tot kalmte gemaand door de voorman van de opstandelingen, Enjolras. “Verspil je verontwaardiging niet”, zegt die, “je zult er nog behoefte aan krijgen.”

Leger van ontevredenen

Deze deels op historische gebeurtenissen gestoelde roman laat zien dat het huidige oproer in Frankrijk z’n antecedenten kent, ver vóór de studentenprotesten van ’68. Het ‘leger van ontevredenen’ vandaag, getooid in gele hesjes, dat zijn de ellendigen van Hugo.

Niet dat zij – toen en nu – per se de allerarmsten zijn; er zitten verwende studenten tussen, opportunisten, cynici en relschoppers. Hun idealen zijn niet zelden vaag of twijfelachtig. Toch: Victor Hugo schreef er met veel empathie over. Hij begreep de grieven, de broeiende onvrede door allerlei maatschappelijke misstanden.

Kerk aan de zijlijn

Ook hetzelfde toen en nu: de Kerk lijkt machteloos aan de zijlijn te staan. Ze is nauwelijks een speler in het debat. Wat ze doet, doet ze niet goed – eieren eten toestaan tijdens de vasten in tijden van honger; natuurlijk roept dat hoon of verontwaardiging op. Maar de reactie van Enjolras is nog tekenender, ook voor onze tijd: hij haalt er de schouders voor op, vindt de Kerk niet eens de moeite van de verontwaardiging waard.

Ook wie nu met gele hesjes de straat op gaan, zullen zich weinig gelegen laten liggen aan een christelijke boodschap. Ze willen betaalbare benzine, een huurwoning, een baan. En ze willen het nu. Kom dan maar eens aan met een fraaie adventsboodschap over het verwachten van een ander soort heil.

Ratjetoe van eisen

Toch: een boodschap, een oprecht ideaal, is precies wat de gele-hesjesbeweging mist. Het is een ratjetoe van vaak tegenstrijdige eisen en verwachtingen voor de korte termijn, en vooral veel ongerichte onvrede tegen alles en iedereen. Maar, zoals columnist Özcan Akyol het eerder deze week mooi in het AD verwoordde: “Wie tegen alles is, is uiteindelijk voor helemaal niets.”

Dat leidt dus ook tot helemaal niets. In Les Misérables ontaardt de onvrede ook in gewelddadige rellen, in een veldslag in de straten van Parijs zoals we die vandaag op het nieuws weer zien. Enjolras en zijn kameraden gaan roemloos ten onder in een plas van bloed terwijl aan de maatschappelijke misstanden volstrekt niets verandert.

Stille christelijke naastenliefde

Die Kerk die aan de zijlijn staat, blijkt juist aan de goede kant te staan. De helden van het verhaal zijn niet de revolutionairen, maar een bisschop die zich ontfermt over een verschoppeling, een ex-veroordeelde die met vallen en opstaan zijn leven betert, kloosterzusters die onderdak bieden aan een voortvluchtige, een jongeman die inziet dat de liefde voor één vrouw meer waard is dan een abstracte liefde voor ‘de mensheid’.

Kortom: het is de stille christelijke naastenliefde die het wint in het epos van Victor Hugo. En dat doet zij ook vandaag, al lees je daar zelden over in de krant.