<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Commentaar

Dwangarbeid

Anton de Wit 14 maart 2019
image
Kinderen aan het werk in een kledingfabriek in Bangladesh Foto: Mona Mijthab via Wikipedia.org

Zuster Consolata Bui Thi Bong loopt inmiddels tegen de 80, maar zet zich samen met haar medezusters nog steeds onvermoeibaar in voor kwetsbare groepen in Vietnam: hiv/aidspatiënten vooral, maar ook voor hun kinderen voor wie vaak niets anders rest dan slecht betaalde kinderarbeid.

Voor deze kinderen organiseren de Dochters van Maria van de Onbevlekte Ontvangenis zomerkampen, ze geven hen zakgeld, voedsel en schoolboeken in de hoop dat zij dan tenminste nog het onderwijs kunnen volgen waar zij recht op hebben.

Weinig nieuwswaarde

Toch is de kans groot dat u nog nooit eerder over zuster Consolata hebt gehoord. In onze Nederlandse kranten en journaals zult u haar naam nooit horen. Waarom? Omdat Vietnam ver weg is, zeker.

Omdat zij slechts één van de vele duizenden religieuzen is, door mij nu tamelijk willekeurig uitgelicht, die zich wereldwijd inzetten voor de meest kwetsbare groepen. In termen van ‘nieuwswaarde’ stelt haar verhaal weinig voor.

Wrang

Maar wrang is het toch. In onze kranten en journaals hoort u wél over de veronderstelde ‘dwangarbeid’ in instellingen van de Zusters van de Goede Herder. De laatste van die jeugdinstellingen ging ongeveer veertig jaar geleden dicht, van de zusters in kwestie leven er nog maar zes; de jongste is van de leeftijd van zuster Consolata.

Maar zij moesten op hun oude dag nog een schadeclaim van een mensenrechtenadvocaat op hun deurmat vinden, met het verwijt dat zij geprofiteerd hebben van het werk dat de meisjes in hun naaiateliers en wasserijen verrichtten…

Kwaadaardige vertekening

Hun werk hebben deze zusters destijds vermoedelijk met dezelfde liefde en toewijding gedaan als de Vietnamese zusters dat vandaag doen. Met gebrekkige middelen, ongetwijfeld (ook dat is in Vietnam vandaag niet anders trouwens), en belangrijk: vanuit de destijds in de gehele samenleving heersende opvatting dat discipline en hard werken belangrijk zijn voor de ‘heropvoeding’ van probleemkinderen.

Dat zij nu plots worden neergezet als slavendrijvers is een gotspe, een kwaadaardige vertekening, een belediging voor datgene waar de zusters ziel en zaligheid aan gegeven hebben.

Foei, foei

Maar zelfs als de kritiek op de zusters terecht zou zijn, dan nog is de verontwaardiging uitermate gemakzuchtig. Wel ja, laten we ons lekker opwinden over misstanden in instituten die niet eens meer bestaan.

Laten we er een paar hoogbejaarde zusters van langs geven en langs onze hoge hedendaagse standaarden leggen. Foei, foei. Terwijl de echte dwangarbeid van kinderen gewoon nog bestaat: in Vietnam bijvoorbeeld, zoals op vele andere plekken in Azië en Afrika.

Ver van huis?

Is dat werkelijk zo ver van huis? Die kinderen maken ónze T-shirts en spijkerbroeken in krakkemikkige sweat shops, en ze zetten ónze smartphones en televisies in elkaar die wij daarom tegen zulke scherpe prijzen uit China kunnen bestellen.

Dat horen we liever niet, want dan raakt het aan ons gedrag, onze portemonnee. Dan horen we liever opgeklopte verhalen over ‘foute’ zusters uit een voltooid verleden tijd, waar wij fijn onze morele verontwaardiging over kunnen spuien.

Op een kwade dag kunnen ook goede zusters als de Vietnamese Consolata door de goegemeente aan de foute kant van de geschiedenis geplaatst worden. We mogen hopen dat zij zich er niet door zullen laten tegenhouden om zich in stilte te blijven ontfermen over de kinderen die in onze naam dwangarbeid verrichten.