Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Commentaar

Een verkoelende Kerk heeft geen menselijke bemoeienis nodig

Hoofdredacteur

07 juli 2026

Waar ik kerk met mijn gezin, daar is het in de winter binnen kouder dan buiten. In de zomer is het er helaas binnen ook warmer dan buiten, of in elk geval benauwder. Toen ik laatst op een al vroeg hete zondagochtend puffend de kerk uit liep, grapte onze pastoor erover: “Och, in december is de hitte heus wel weer weg uit het gebouw.”

Poosplaats

Onze kerk leent zich er dus jammer genoeg niet zo goed voor om tot ‘verkoelingsplaats’ te worden uitgeroepen. Maar ik vind het mooi en toepasselijk dat vele kerken tijdens de voorbije hittegolf wel een poosplaats konden zijn voor bijvoorbeeld kwetsbare ouderen, thuislozen en alle anderen die even behoefte hadden aan verkoeling.

Mensen zoeken verkoeling in een fontein voor de kathedraal van Berlijn, tijdens een hittegolf in de zomer van 2022.
Foto: CNS - Fabrizio Bensch, Reuters

Het is mooi meegenomen dat mensen die er normaal misschien nooit komen ook eens een kerk van binnen zien. Maar wat mij betreft hoeven we er niet eens allerlei evangelisatieprojecten aan op te hangen. Alle goede bedoelingen ten spijt, het risico is reëel dat je mensen alleen maar weer naar de hete straat terugjaagt.

Sacrale stilte

Daarbij ben ik ervan overtuigd dat kerken een soort ‘natuurlijke evangelisatiekracht’ bezitten, die geen enkele menselijke bemoeienis nodig heeft. Sterker nog, die bemoeienis werkt eerder averechts.

We mogen vertrouwen op de natuurlijke vertelkracht van de stilte – want dat is de stem van God

Het laatste waar je op zit te wachten als je in de sacrale stilte van een koele kerk binnentreedt, is een enthousiaste vrijwilliger die je de oren van de kop begint te tetteren over de bouwhistorie, de bijzondere glas-in-loodramen of de diepere betekenis van de kruiswegstaties. We mogen, nee moeten vertrouwen op de natuurlijke vertelkracht van de stilte – want dat is de stem van God.

Drommen toeristen

Niet voor niets trekken kerken, kapellen en kathedralen zeker in de zomer drommen toeristen, die heus niet allemaal zo kerks zijn. Natuurlijk kun je daar allemaal ‘aardse’ redenen voor opnoemen: culturele belangstelling, een gratis of goedkoop museum, of inderdaad domweg omdat het er zo lekker koel is binnen. Natuurlijk komen die er niet per se geloviger naar buiten dan ze er binnen gingen.

advertentie

Maar toch. Iets spreekt daar tot de harten van mensen, dat lijdt geen twijfel.

Letterlijke en figuurlijke verkoeling

Is de Kerk, zo vroeg Ludwig De Vocht zich onlangs in Tertio af, in staat om anno 2026 – behalve die letterlijke verkoeling tijdens een hittegolf – ook figuurlijke verkoeling te bieden? Een uitstekende vraag, die we ons als kerkgemeenschap moeten blijven stellen.

Zelf denk ik dat letterlijk en figuurlijk niet eens zo heel ver uit elkaar hoeven te liggen, zoals ik met het bovenstaande probeerde te betogen. Die letterlijke, lichamelijke ervaring brengt ook een figuurlijke, geestelijke ervaring met zich mee.

Ander klimaat

Maar om nog iets dieper op de metaforische dimensie in te gaan: de kracht van een kerk en dé Kerk is dat er binnen een ander klimaat heerst dan buiten. Dat er warmte is waar het buiten guur is. Dat er verkoeling is waar buiten de gemoederen verhit raken. Stilte waar er buiten tumult is. De Kerk moet om die reden nooit gelijkvormigheid met of aanpassing aan de wereld nastreven: dan verlies je precies deze kracht.

Airco op standje vrieskiest

Maar ook daarvoor mogen we vertrouwen op de natuurlijke eigenschappen van het letterlijke en figuurlijke bouwwerk. Bij sommige gelovigen bestaat de neiging om dit te begrijpen als een soort actief afzetten tegen de wereld; het baldadig uitventen van anti-modieuze, politiek incorrecte, soms ronduit hatelijke meningen.

Maar in feite creëer je dan slechts nieuw lawaai, een op een andere wijze onaangenaam klimaat. Alsof je de airco op standje vrieskist zet terwijl het buiten dertig graden is. Ook niet fijn. Kerken hebben nu net geen airco nodig. Die bezitten een soort natuurlijke onverschilligheid ten opzichte van de elementen. Ze trekken zich gewoon niets aan van hitte en kou, van modes en meningen. Dat type vriendelijke onverschilligheid moeten we koesteren. Letterlijk en figuurlijk.

Lees meer

Dit artikel is afkomstig uit Katholiek Nieuwsblad van deze week.

Dit artikel delen: