<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Commentaar

Extremen

Anton de Wit 14 februari 2019
image
De term ‘red-pillmoment’ is een verwijzing naar de rode pil die in de film The Matrix zorgt voor de openbaring dat je in een systeem gevangen zit.

De extremist is zelden iemand die zijn eigen opvattingen extreem vindt. Integendeel, hij vindt zichzelf volkomen normaal; de rest van de wereld is extreem in zijn ogen.

Hij zoekt en vindt bewijzen, en hoe meer hij vindt, hoe duidelijker het hem allemaal wordt: de grote meerderheid van mensen is het spoor bijster. Hij zoekt en vindt gelijkgestemden, en hoe meer hij met hen van gedachten wisselt, hoe duidelijker het hem wordt: zij, de trotse dwarsdenkers, volgen het enige juiste spoor. Dat ze erom verketterd worden, bewijst enkel hun heilige gelijk.

Universeel

Dit mechanisme is tamelijk universeel, het komt voor bij links en rechts, bij gelovigen en ongelovigen, bij aanhangers van elk denkbaar ‘isme’ van veganisme tot jihadisme en ja, ook katholicisme.

En hoewel van alle tijden, heeft het in onze huidige tijd wel een nieuwe dynamiek gekregen dankzij internet. Daar vindt iedere extremist immers moeiteloos zijn geestverwanten en bronnen die hem in zijn gelijk bevestigen.

Radicalisering

Afgelopen week publiceerden de Volkskrant en De Correspondent de resultaten van een gezamenlijk onderzoek, waaruit blijkt dat de algoritmen van videokanaal YouTube radicalisering in de hand werken. Mensen die, al is het voorzichtig, belangstelling tonen in gematigd rechts gedachtengoed, worden via de aanbevolen video’s meegezogen in steeds radicaler rechtse propaganda.

Uiteindelijk ervaren velen dat als een ‘ontwaken’ – een ‘red-pillmoment’ heet het in internetjargon; een verwijzing naar de rode pil die in de film The Matrix zorgt voor de openbaring dat je in een systeem gevangen zit. De ironie is natuurlijk dat deze zelfverklaard verlichte geesten zelf als geen ander gevangen zitten in de matrix van hun eigen door algoritmen in stand gehouden internetbubbel.

Geloofsprobleem

Ten diepste is dit een geloofsprobleem. Niet op een platte wijze, zo van: ‘steeds minder mensen geloven dús zijn ze vatbaarder voor radicale ideeën’. Zo simpel ligt het niet, want zoals ik al zei komt dit ook onder gelovigen voor – denk ook maar aan de recente bekering van ex-PVV’er Joram van Klaveren tot de islam.

Nee, het gaat om de aard van dat geloof, preciezer: om hoe wij omgaan met datgene wat we niet weten, niet zien, niet begrijpen. Accepteren wij de beperktheid van onze waarneming en ons begrip, of gaan we wantrouwig op een zelfstandige zoektocht uit, totdat we een antwoord, hét antwoord menen te hebben gevonden?

Modieus, maar gevaarlijk

Dat laatste is modieuzer, het past bij onze moderne idealen van autonomie en individualisme. Maar het is ook gevaarlijk: het maakt dat we ons paradoxaal genoeg enerzijds door niemand meer iets laten vertellen, maar anderzijds juist uitermate beïnvloedbaar worden, en vatbaar voor velerlei extreme opvattingen.

Dit is precies waarom de katholieke traditie hamert op gemeenschap, op leraarschap, op (nog zoiets hopeloos onmoderns) autoriteit.

Matiging

Natuurlijk moet daarin ook ruimte bestaan voor individualiteit, maar die zaken bieden wel houvast, toetsen onze eigengereide ideeën, vullen ons aan in onze beperktheden en blinde vlekken, corrigeren dwalingen, maken open voor andere zienswijzen.

Kortom: ze matigen ons. Ze maken ons wat bescheidener in die (al dan niet door algoritmes aangejaagde) neiging om onszelf normaal en de rest van de wereld gek te vinden. Zo’n bescheiden, gematigd geloof is harder nodig dan ooit.