
De zomervakanties zijn overal begonnen, de paus doet het rustig aan in Castel Gandolfo en wie er op mediaredacties nog wel aan het werk is, is vooral druk met staren naar hoe snel de komkommers groeien. En precies op dat moment besluit het Vaticaan nog even een documentje af te scheiden waarin het routeplan van de volgende fase van de synode wordt uitgestippeld.
Ik betrapte mezelf er ook op dat ik er met niet meer dan een schuin oog, een half opgetrokken wenkbrauw, naar keek. Eens even zien: oktober 2028 komt het hele spul pas weer samen in Rome. Mooi, da’s een lange synodale zomervakantie voor ons allemaal!

Maar zo werkt het natuurlijk niet; ook nu weer zal er een landelijke en een continentale (evaluatie)fase zijn, ook nu is er weer ‘huiswerk’ voor ons allemaal.
Voelt het inderdaad als huiswerk, als strafcorvee? Moet u ook al zuchten bij het idee? Of denkt u misschien: “Het zal allemaal wel, het gaat mij niet aan”? U bent ongetwijfeld niet de enige. Synodemoeheid, onverschilligheid en zelfs regelrecht cynisme zagen we ook bij de vorige fasen van dit door paus Franciscus geïnitieerde en door paus Leo omarmde hervormingstraject voor de hele kerkgemeenschap.
De opeenvolgende pausen hechten er zo aan, omdat wij het eigenlijk niet zo gewend zijn om op die manier met elkaar te praten en vooral ook naar elkaar te luisteren. En precies omdat we het niet gewend zijn, wordt niemand er ook écht enthousiast van. Het momentum voor synodaliteit vasthouden tot 2028 zal nog een knap lastige klus zijn, want dat momentum is er eigenlijk nooit geweest.
Openlijke weerstand was er niet eens zo veel, eerder een soort puberale weerzin – moet dat nou? Zoals ik ook zou horen als ik mijn kinderen vanavond bijeenroep om te overleggen over hoe we de zomervakantie gaan invullen als gezin. Gezucht en gesteun, rollende ogen, glazige blikken. Maar de vragen en uitdagingen zijn er toch, of we er nu over praten of niet. Zo is het met de synode evenzeer.
Ja maar, wij doen al iets met de ‘missionaire Kerk’, klinkt het in sommige parochies en bisdommen, dus wij hoeven niet óók iets met de ‘synodale Kerk’, want dat is toch in feite hetzelfde? Nou, nee, dat is het niet – ze hangen zeker samen met elkaar, maar zijn toch echt iets anders: het verschil wordt heel helder uitgelegd door de aanstaande bisschop van Groningen-Leeuwarden, Ronald Cornelissen in dit interview met KN, lees dat vooral. Hij legt ook met aanstekelijk enthousiasme uit waarom het belangrijk is om missionair én synodaal te zijn als Kerk.
Wie het maar ‘zinloos gepraat’ vindt, die snap ik, maar zinloos praten doen mensen toch wel. Wat zou het mooi zijn als we daar wat zinvol luisteren aan toe kunnen voegen. Naar elkaar en naar de Geest, want daar was het eigenlijk om te doen.
![]() | Lees meer!Dit commentaar is afkomstig uit Katholiek Nieuwsblad van deze week. |
Er zijn geen artikelen gevonden