
Hoofdredacteur
Het was toeval, maar vorige week hadden we op onze website twee columns naast elkaar staan, waarvan de ene kop de strekking had dat katholieken de Koran moeten lezen, en de andere dat katholieken vooral niet de Bijbel moeten lezen. Slechte verstaanders of onwelwillende lezers konden zomaar concluderen dat we voortaan het Islamitisch Nieuwsblad heten. Wat uiteraard niet het geval is, maar slechte verstaanders en onwelwillende lezers lezen en verstaan toch wel wat ze graag willen lezen en verstaan.
Hebt u ook weleens het gevoel dat katholieken vandaag vooral bedreven zijn in langs elkaar heen praten? Dat we het goed kunnen vinden met elkaar, zolang we het maar nergens over hebben?
Het bijeenhouden van verschillen is geen gemakkelijke opgave, maar het kán
En zodra we het wel ergens over hebben, dat we elkaar dan om het minste of geringste in de haren vliegen? Dat we onze oordelen over anderen wel erg snel klaar hebben, en niet zo gemakkelijk meer herzien?
Juist nu we het feest van Pinksteren naderen is het goed om dat eerlijk onder ogen te zien. Met Pinksteren vieren we dat mensen met heel verschillende achtergronden elkaar, met een klein beetje hulp van de Heilige Geest, plots feilloos konden verstaan. Maar dan ook echt: zonder misverstanden, zonder voorbehoud, zonder oeverloze discussies, maar ook zonder koetjes en kalfjes en zalvende eufemismen.
Da’s toch werkelijk een wonder. Bezoek de online fora eens wanneer een Duitse bisschop iets aardigs bedacht meent te hebben, of wanneer het Vaticaan een werkstuk over het een of andere controversiële onderwerp heeft afgescheiden, en je ziet snel dat Pinksteren voor menig katholiek nog heel, héél ver weg is.
Over Vaticaanse werkstukken gesproken: vorige week bracht een van de studiegroepen van de synode over synodaliteit een rapportage uit die precies over dit probleem gaat. Vrij vertaald draait het in dat rapport hierom: hoe praten we in de Kerk met elkaar over ingewikkelde onderwerpen zonder elkaar de kop af te bijten?
Dit artikel is niet gevonden
Een van de eerste aanbevelingen overtuigde me eerlijk gezegd niet direct: wees voorzichtig met woorden, aldus de synodale studiegroep, praat niet over “controversiële” onderwerpen maar over “opkomende” onderwerpen. Ja zeg, fraai is dat; omzeil het met eufemistische taal – wat een onzin!
Ook ik moest even iets nauwkeuriger en welwillender doorlezen voor het bij mij begon te ‘pinksteren’: het terechte punt dat deze studiegroep maakt, is dat we in dergelijke kwesties voorbij de theorieën moeten durven gaan, voorbij denkkaders van ‘pro’ en ‘contra’, voorbij schema’s die zulke kwesties reduceren tot een technisch vraagstuk dat ‘opgelost’ dient te worden.

Dat is de paradigmawisseling die hier bepleit wordt: weg van de abstracties, terug naar de ontmoeting met concrete personen. Want dat is het christendom in de kern: de ontmoeting met de levende Zoon van God. Die ontmoeting geeft ons uiteindelijk de nodige geestkracht om ons verstaanbaar te maken en ook een ander echt te verstaan.
Voor conflict in onze Kerk hoeven we dan ook helemaal niet zo bang te zijn, zo vertelde ‘transitiecoach’ Jakob van Wielink me in een goed gesprek dat ik onlangs met hem had (zie hier de neerslag daarvan). Conflict is iets anders dan strijd; het is het vruchtbaar bijeenhouden van de verschillen die er nu eenmaal zijn tussen mensen.
Dat is geen gemakkelijke opgave, maar het kán. Het eerste pinksterfeest, waarover we (als we de ‘controversiële’ columns even negeren) kunnen lezen in de Handelingen van de Apostelen, vormt daarvan het onomstotelijke bewijs. Voor de goede verstaander tenminste.

Dit artikel is afkomstig uit Katholiek Nieuwsblad van deze week.
Er zijn geen artikelen gevonden