Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Commentaar

Meer ‘voorbeeldjongeren’ voor Kerk en samenleving graag

Rondom het Jongerenjubileum in Rome deze zomer werd ik meermaals gebeld door Hilversumse redacties of ik aan wilde schuiven bij een praatprogramma hierover. Ik was helaas met vakantie, antwoordde ik, maar ik gaf de tip om een van mijn jongere collega’s te bellen op de KN-redactie: die behoren immers zélf tot de besproken generatie, hebben ook verstand van zaken en kunnen ook prima uit hun woorden komen. Maar steeds luidde het antwoord: “Bedankt, maar we hebben toch liever iemand met de nodige ervaring in dit soort programma’s.”

Een dieper euvel

Ik snap het, maar ik snap het ook niet. Hoe kun je nou ervaring eisen als je niet ook de kans biedt om ervaring op te doen? En waarom laat men liever iemand over jongeren praten dan dat er met die jongeren zelf gesproken wordt?

We zijn een talkshowdemocratie geworden, waarin het recht van de sterkste soundbite telt

Sowieso raakt dit aan een dieper euvel waarmee de (schijn)wereld van talkshows te kampen heeft: dat men steeds terugvalt op dezelfde vertrouwde deskundigen in een veel te beperkte kaartenbak. Begrijp me goed: ik ben blij dat ik inmiddels in dat korte lijstje  deskundigen onder de ‘k’ van ‘katholiek’ vermeld sta in de Hilversumse rolodexen. Maar daar mogen van mij best wat meer namen staan.

Oude kletskousen

En dan mag je nog blij zijn als ze je echt om je deskundigheid vragen: helaas zitten er ook te veel oude-bekende stamgasten aan de praattafels die vooral steeds opnieuw worden uitgenodigd omdat ze goed zijn in het – niet gehinderd door enige kennis ter zake – roepen van domme dingen. Die dan weer ophef veroorzaken, en ophef zorgt voor kijkers, en dat is kennelijk het enige wat telt; een serieus inhoudelijk debat voeren is bijzaak. We zullen het in de aanloop naar de verkiezingen nog genoeg gaan meemaken helaas; we zijn een talkshowdemocratie geworden, waarin het recht van de sterkste soundbite telt.

Wat een verademing, ja een verrijking en een verdieping van het debat, zou het zijn als die welbekende oude kletskousen vaker overgeslagen werden en in plaats daarvan onervaren jongeren vaker een serieus podium kregen. Niet om een vlotte babbel of jeugdige uitstraling. Niet alleen om ‘de’ jongeren een stem te geven, of om meer jongeren aan te spreken. Maar omdat ze iets te melden hebben voor jong én oud.

Jongerenheiligen?

Dat geldt ook voor de twee jongeren die komende zondag in Rome heilig worden verklaard, Carlo Acutis en Pier Giorgio Frassati. We noemen ze ‘jongerenheiligen’, maar eigenlijk is het een misleidende term. Ja, ze waren jong toen ze stierven en de Kerk noemt ze heilig, maar ze zijn niet per se heiligen voor jongeren alleen. Ze worden niet heiligverklaard om tegen jongeren te zeggen: “Kijk eens, iemand die net zo jong en modern was als jullie en toch ook een voorbeeldige katholiek!” (Helaas valt dat type betutteling soms wel te beluisteren.)

Pelgrims bij de relieken van Carlo Acutis in een kerk in Rome, tijdens het Jongerenjubileum afgelopen zomer.
Foto: CNS - Lola Gomez

Maar nee, als ze al ‘voorbeeldjongeren’ zijn, zijn ze een voorbeeld voor alle mensen. Ze zijn er voor heel de kerkgemeenschap, ze maken deel uit van die ‘gemeenschap van heiligen’ die nu net alle grenzen van taal, nationaliteit en generatie overstijgen – ja, die zelfs lak hebben aan de grens tussen leven en dood, maar ondanks de bijkomstigheid van hun overlijden vrolijk met ons levenden mee blijven bidden. Zulke ‘voorbeeldige’ jongeren gun je niet alleen de Kerk, maar de hele samenleving.

Lees meer!

Dit commentaar is afkomstig uit Katholiek Nieuwsblad van deze week.

Dit artikel delen:

Steun katholieke journalistiek

Belangrijker dan ooit:
steun katholieke journalistiek

Ontvang het laatste nieuws in je mailbox

© Katholiek Nieuwsblad | 2026