“Het heeft iets ironisch: als hoofdredacteur van The New York Review of Books maakte ik een themanummer over #MeToo-daders die niet door justitie maar wel door sociale media zijn veroordeeld. En nu sta ik zelf aan de schandpaal.” Aldus Ian Buruma onlangs in Vrij Nederland.
Voor een poging wat nuance aan te brengen in een overspannen debat werd Buruma ontslagen en publiekelijk door de mangel gehaald. Dat is méér dan ironisch, dat is de gekte ten top.
De mantel der liefde is besmeurd
Dat seksueel wangedrag een onderwerp van discussie is geworden, is toe te juichen. Van toedekken kan geen sprake meer zijn, noch in de Kerk, noch in de samenleving. De mantel der liefde is besmeurd en gescheurd. Maar de discussie kan niet eerlijk en zuiver gevoerd worden wanneer we ons niet bewust zijn van de uitwassen ervan.
De nuchtere Nederlandse commentaren deden de kwestie-Buruma af als typisch Amerikaanse hysterie. Maar ik denk dat dit voorbeeld op een mondiale tendens wijst, waarbij de morele verontwaardiging het uitschreeuwt nog vóór de redelijkheid de gemoederen heeft kunnen bedaren.
Gezagscrisis
In essentie is dat een gezagscrisis: we vertrouwen het oordeel niet meer toe aan een hogere instantie – niet aan justitie, niet aan de politiek, niet aan kerkelijke gezagsdragers, en uiteindelijk bovenal niet aan God. Al die ooit gezaghebbende stemmen zijn verstomd, onbetrouwbaar verklaard. Wijzelf willen oordelen, onverbiddelijk en onmiddellijk. We zijn terug in een tijd van pek en veren.
Niet alleen de barmhartigheid, maar ook de rechtvaardigheid is dan uiteindelijk zoek. Dat is al meermaals gebleken in de #MeToo-discussie, en hetzelfde geldt voor het debat over kerkelijk misbruik. Een oordeel van de rechter doet niet meer ter zake; een publieke beschuldiging is voldoende om iemands reputatie en carrière definitief kapot te maken (in het geval van mogelijke kerkelijke misbruikplegers niet zelden postuum).
Terughoudendheid
Niet alleen nieuwe en sociale media, maar ook traditionele kranten en omroepen doen er gretig aan mee. Logisch, dat behoort ook tot onze journalistieke opgave, en ik ben ervan overtuigd dat de klassieke media in ons land daar doorgaans op zorgvuldige en integere wijze mee omgaan. Maar ik denk dat wij ons er wel goed bewust van moeten zijn dat ook zuivere journalistiek onzuivere dynamieken van publieke verontwaardiging kan voeden. Zeker als mensen het verschil niet meer kennen tussen een aanklacht in de media en het oordeel van een rechter.
Terughoudendheid in berichtgeving over dit soort kwesties wordt door sommigen ook uitgelegd als erover zwijgen, het toedekken of vergoelijken. Ik zie zulke terughoudendheid als een impopulaire, maar noodzakelijke journalistieke deugd in onze tijd.
Verdieping
Pek en veren
Hoofdredacteur
28 september 2018
“Het heeft iets ironisch: als hoofdredacteur van The New York Review of Books maakte ik een themanummer over #MeToo-daders die niet door justitie maar wel door sociale media zijn veroordeeld. En nu sta ik zelf aan de schandpaal.” Aldus Ian Buruma onlangs in Vrij Nederland.
Voor een poging wat nuance aan te brengen in een overspannen debat werd Buruma ontslagen en publiekelijk door de mangel gehaald. Dat is méér dan ironisch, dat is de gekte ten top.
De mantel der liefde is besmeurd
Dat seksueel wangedrag een onderwerp van discussie is geworden, is toe te juichen. Van toedekken kan geen sprake meer zijn, noch in de Kerk, noch in de samenleving. De mantel der liefde is besmeurd en gescheurd. Maar de discussie kan niet eerlijk en zuiver gevoerd worden wanneer we ons niet bewust zijn van de uitwassen ervan.
De nuchtere Nederlandse commentaren deden de kwestie-Buruma af als typisch Amerikaanse hysterie. Maar ik denk dat dit voorbeeld op een mondiale tendens wijst, waarbij de morele verontwaardiging het uitschreeuwt nog vóór de redelijkheid de gemoederen heeft kunnen bedaren.
Gezagscrisis
In essentie is dat een gezagscrisis: we vertrouwen het oordeel niet meer toe aan een hogere instantie – niet aan justitie, niet aan de politiek, niet aan kerkelijke gezagsdragers, en uiteindelijk bovenal niet aan God. Al die ooit gezaghebbende stemmen zijn verstomd, onbetrouwbaar verklaard. Wijzelf willen oordelen, onverbiddelijk en onmiddellijk. We zijn terug in een tijd van pek en veren.
Niet alleen de barmhartigheid, maar ook de rechtvaardigheid is dan uiteindelijk zoek. Dat is al meermaals gebleken in de #MeToo-discussie, en hetzelfde geldt voor het debat over kerkelijk misbruik. Een oordeel van de rechter doet niet meer ter zake; een publieke beschuldiging is voldoende om iemands reputatie en carrière definitief kapot te maken (in het geval van mogelijke kerkelijke misbruikplegers niet zelden postuum).
Terughoudendheid
Niet alleen nieuwe en sociale media, maar ook traditionele kranten en omroepen doen er gretig aan mee. Logisch, dat behoort ook tot onze journalistieke opgave, en ik ben ervan overtuigd dat de klassieke media in ons land daar doorgaans op zorgvuldige en integere wijze mee omgaan. Maar ik denk dat wij ons er wel goed bewust van moeten zijn dat ook zuivere journalistiek onzuivere dynamieken van publieke verontwaardiging kan voeden. Zeker als mensen het verschil niet meer kennen tussen een aanklacht in de media en het oordeel van een rechter.
Terughoudendheid in berichtgeving over dit soort kwesties wordt door sommigen ook uitgelegd als erover zwijgen, het toedekken of vergoelijken. Ik zie zulke terughoudendheid als een impopulaire, maar noodzakelijke journalistieke deugd in onze tijd.
Dit artikel delen:
Gerelateerd nieuws
Heiligen
Cyprianus werd onthoofd omdat hij weigerde zijn christelijk geloof op te geven
Achtergrond
Engelse premier Andy Burnham wil af van ‘archaïsche’ anti-katholieke wet
Er zijn geen artikelen gevonden
Meest bekeken artikelen
Corona en het einde der tijden
Onderzoek: religie op je cv? Dan minder kans op een sollicitatiegesprek
Kardinaal Burke eregast bij Rosary Rally in Amsterdam: ‘Zijn heldere stem mag ook in Nederland klinken’
Er zijn geen artikelen gevonden