fbpx
<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Opinie

De Kerk waar ik op hoop

KN Redactie 26 mei 2016
image
Foto: AP

Amoris Laetitia bevat veel moois, maar laat de gewone gelovige op een aantal punten in de kou staan.

“Openhartigheid is een teken van een christelijke houding.” Dit zei kardinaal Schönborn bij de presentatie van Amoris LaetitiaOpenhartig zijn al veel christenen geweest over deze exhortatie.

Bisschoppen en theologen hebben zich al genoeg over de theologische implicaties uitgelaten en daar ga ik me als leek nu dan ook niet aan wagen. Wat ik wel in alle openhartigheid wil doen, is vertellen wat voetnoot 329 mij als mens doet.

De eerste zeven hoofdstukken van Amoris Laetitia vond ik schitterend. Vooral het vierde is een bijzonder mooi pastoraal document over het huwelijk en de liefde.

Hoofdstuk 8

Hoofdstuk 8 gaat over het pastoraat met betrekking tot mensen die niet volgens de regels van de Kerk leven, zoals hertrouwd gescheidenen van wie het eerste huwelijk kerkelijk nog geldig is.

De kernboodschap van dit hoofdstuk is goed: benader mensen die niet aan de kerkelijke regels kunnen voldoen, barmhartig, met de grootst mogelijke liefde en het grootst mogelijke respect.

Helaas blijft de barmhartigheid wel op het menselijke vlak hangen. In de tekst worden hertrouwde stellen aangehaald die reeds kinderen hebben. Hierover zegt de paus terecht dat je van deze mensen niet kunt vragen om uit elkaar te gaan. De Kerk raadt hun wel aan om als broer en zus te leven, wat vanwege de sacramentele band die nog bestaat met de eerste huwelijkspartner niet meer dan logisch is.

Voetnoot 329

De paus realiseert zich wel dat dit erg moeilijk kan zijn voor deze mensen. In voetnoot 329 wordt daarom gezegd: “In dit soort situaties wijzen veel mensen, die bekend zijn met en welwillend staan tegenover de mogelijkheid die de Kerk hun biedt om samen te leven ‘als broer en zus’, erop dat als een aantal uitingen van intimiteit ontbreekt, ‘het vaak voorkomt dat de trouw in gevaar komt en het welzijn van de kinderen wordt geschaad’.”

Deze laatste zin suggereert dat het eigenlijk onverstandig is om in deze gevallen een celibataire levenshouding te vragen. De paus geeft hier verder geen commentaar bij waardoor de implicaties van deze voetnoot in de lucht blijven hangen. Dit zorgt voor onduidelijkheid.

Als ik over deze voetnoot nadenk, klopt er voor mijn gevoel iets niet. Waarom zou bij onthouding de wederzijdse trouw en de zorg voor de kinderen op het spel komen te staan?

Te idealistisch?

Als iemand daarmee bij zijn of haar partner zou aankomen zou mijn reactie zijn: ‘Laat je partner dan direct zijn of haar spullen maar pakken!’ Als je in zo’n geval niet eens meer uit mag gaan van trouw, houdt het voor mij een beetje op.

Ben ik te idealistisch? Mensen zijn zwak, ik weet het als geen ander, maar als de Kerk dergelijke redeneringen al niet voorziet van duidelijk commentaar, dat stellen een stuk veiligheid en geborgenheid biedt, wie dan wel?

Gods wijsheid

De regels van de Kerk staan niet op zich. Gods wijsheid zit erachter en een eeuwenlange menselijke ervaring leert dat van trouw grote genaden en uiteindelijk een groter geluk te verwachten zijn.

Dit besef komt onvoldoende naar voren in deze exhortatie. Het huwelijk wordt voorgesteld als een ideaal dat voorgehouden moet worden. Ik vraag me echter af of je mensen zo niet op het verkeerde been zet.

Het huwelijk is geen ideaal maar een sacrament, waar genadegaven aan gekoppeld zijn. De Kerk leert dat de zielen van mensen, die buiten dit sacrament om als gehuwden samenleven, in gevaar zijn.

Dat lees ik niet terug in deze exhortatie. Natuurlijk is het belangrijk om met liefde en begrip met deze mensen om te gaan, maar echte barmhartigheid houdt ook rekening met de ziel en als je het huwelijk slechts een ideaal noemt dat voorgehouden wordt, dan lijkt er in ongehuwd samenwonen niet zoveel verkeerds te zitten.

Geen ruimte voor verwarring

Vooruitlopend op commentaar, zegt de Heilige Vader in hoofdstuk 8: “Ik begrijp degenen die de voorkeur geven aan een meer strikte pastorale zorg die geen ruimte laat voor verwarring. Maar ik geloof oprecht dat Jezus een Kerk wil die aandacht heeft voor het goede dat de Geest zaait te midden van de breekbaarheid: een Moeder die, terwijl ze duidelijk haar objectieve leer uit, ‘niet afziet van het goede dat ze kan doen, hoewel ze het risico loopt dat ze besmeurd wordt met het slijk van de straat’.”

Onterecht wordt gesuggereerd dat deze zinnen in tegenstelling staan tot elkaar. Een Kerk die duidelijk haar objectieve leer verkondigt, laat per definitie geen ruimte voor verwarring.

Barmhartige Kerk

Ik hoop dat de discussie over Amoris Laetitia ertoe bijdraagt dat getrouwde stellen en celibatairen zich bij de Kerk veilig kunnen voelen en dat ze geholpen worden om te doen wat Christus zelf heeft voorgehouden. Dat is de barmhartige Kerk waarop ik hoop en waar ik om bid.

Anna Plakas is lezeres te Lepelstraat.