
Wie in de zomermaanden op een zondag door het zuiden des lands rijdt – en dan met name door de dorpen – kan wel eens voor een onverwachte verrassing komen te staan.
Althans, zo overkwam het mij recentelijk dat al het wegverkeer voor ruim een half uur werd stilgelegd, want een defilé van de lokale schutterij kwam langs. De folkloristische uniforms met vaandels en musketten zijn een prachtig zicht en nemen ons ruim vierhonderd jaar terug in de tijd.
In de vroegmoderne tijd begonnen burgers zich te organiseren in lokale burgerwachten, die de sociale veiligheid binnen een stad of dorp moesten garanderen. Zij traden op bij onrust, brand en andere calamiteiten. Van een landelijke politiemacht of brandweer was er toen nog geen sprake en op hulp van het leger kon een dorp niet altijd rekenen.
Nee, burgers moesten zich vooral zelf weerbaar maken. Deze schuttersgilden werden georganiseerd naar militair voorbeeld en zij oefenden met doelschieten, kanonnen laden, brand blussen en marcheren. De beroemdste schutterij uit de Nederlandse geschiedenis is het gezelschap van kapitein Frans Banninck Cocq uit Amsterdam, te zien op Rembrandts schilderij De Nachtwacht (1642).
Schuttersgilden hadden sterke banden met hun parochiekerk. Een gilde was vernoemd naar de lokale patroonheilige of een beschermheilige van soldaten, zoals de heilige Martinus of de heilige Joris. Ze beschermde de kerk tegen bandieten en liep mee tijdens sacramentsprocessies.
De Fransen waren absoluut geen fan van de burgerwachten en hun loyaliteit aan de rooms-katholieke Kerk.
Na de Reformatie verdwenen daarom ook veel schutterijen boven de rivieren. Tijdens de Franse bezetting werden zij echter allemaal opgeheven, want de Fransen waren absoluut geen fan van de burgerwachten en hun loyaliteit aan de rooms-katholieke Kerk.
Een kleine eeuw later vond er een heropleving plaats. Gedurende de periode van het Rijke Roomse Leven tussen 1860 en 1960 werden veel schutterijen in Limburg, Noord-Brabant, Zeeland en Gelderland heropgericht. De schutterij hoorde immers bij het katholiek-maatschappelijke erfgoed.
En hoewel zij de politietaak niet meer uitvoeren, bleef de ceremoniële rol van het schuttersgilde bij lokale kerkelijke vieringen bestaan. Ook de mores en rituelen, die teruggrijpen op die paramilitaire oorsprong, bleven bewaard. De gilden werden echter wel gezelschapsverenigingen waarbij muziek en de schietsport de voornaamste onderdelen vormden.
Hieruit kwamen onder meer de schuttersfeesten voort, waarvan het Oud-Limburgs Schuttersfeest (gehouden in Belgisch en Nederlands Limburg sinds 1876) de grootste is. In 2008 en 2014 werd het O.L.S. in respectievelijk Vlaanderen en Nederland uitgeroepen tot immaterieel cultureel erfgoed.
Er zijn geen artikelen gevonden