Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Erfgoed

Uit het straatbeeld verdwenen: de Zusters van Bethlehem

Zusters van Bethlehem dragen een kandelaar in de kapel.
Foto: Louis van Paridon

Bij het KDC hoor ik regelmatig de verhalen van collega’s en bezoekers van een vorige generatie, die met weemoed terugkijken op de zusters die vroeger door de Nijmeegse straten struinden.

Het zal een bekend beeld zijn geweest in elke grote stad van ons land: de Zusters Onder de Bogen in Maastricht, de Zusters van de Choorstraat in Den Bosch, de Zusters van Liefde in Tilburg en de Zusters van Bethlehem in Nijmegen, om maar een paar voorbeelden te noemen. Wie waren toch die vrouwen die nu uit het straatbeeld verdwenen zijn?

Grote zorgen

De Nijmeegse orde werd in 1919 gesticht door kapelaan Hiëronymus Koolen (1877-1956) van de (in de oorlog verwoeste) Sint-Dominicuskerk, als de Zusters Dominicanessen van het Allerheiligst Sacrament. Koolen maakte zich grote zorgen over de erbarmelijke kraamzorg bij de Nijmeegse arbeidersgezinnen en hij zocht daarvoor hulp bij de Kerk en de burgerij.

Toentertijd konden arme gezinnen niet rekenen op overheidshulp. Gelukkig vond hij vier vrouwen bereid om deze taak op zich te nemen, onder wie Jorritsma-Vonck de Both en Johanna Krusemeijer, die de eerste en tweede zuster overste zouden worden.

Kraamopleiding

De dames waren echter ten tijde van hun aanmelding nog geen religieuzen. Ze kregen daarom een theologische spoedcursus en een kraamopleiding. Zij waren lekenzusters, dat wil zeggen dat zij een eenvoudige gelofte aflegden, waardoor zij toestemming hadden om administratieve en huishoudelijke taken te doen – in tegenstelling tot de koorzusters, waarvan verwacht werd dat ze de hele dag bezig waren met het gebed.

Naast kraamzorg bekommerden de zusters zich ook om het verbeteren van de situatie van vrouwen en kinderen in het algemeen. Ze waren in die zin de eerste welzijns- en opbouwwerkers. Vergeet niet: de benedenstad van het Nijmegen van de jaren 1920-1930 zou in moderne ogen wel als een sloppenwijk beschreven kunnen worden.

BANNEhttps://www.kn.nl/erfgoed/

Groter pand

Doordat de nood onder de bevolking zo groot bleek, breidde het aantal leden van de orde al snel uit naar enkele tientallen. In 1929 verhuisden de zusters daarom naar een groter pand op de St. Antoniusplaats, Huize Bethlehem genaamd – onder die bijnaam zouden ze voortaan bekend komen te staan.

In de jaren 1940 breidde de orde haar activiteiten uit naar Roermond en Leiden. Maar met de opkomst van de verzorgingsstaat in de naoorlogse jaren was hun werk steeds minder noodzakelijk. Rond de eeuwwisseling stopten de zusters met hun activiteiten. Het archief werd toen overgebracht naar het Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven te Sint Agatha.

Dit artikel delen: