Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Essay

‘Een papieren Lourdes’: de betovering van Lieke Marsman

Dichter, essayist en schrijver

04 juni 2026

Dichteres Lieke Marsman (1990-2026)
Foto: Uitgeverij Pluim/Tom Cornelissen

Dichter Lieke Marsman (35) is op 4 juni overleden. Auteur Willem Jan Otten publiceerde vorig jaar een essay in Katholiek Nieuwsblad over haar hoopgevende boek Op een andere planeet kunnen ze me redden, waarin ze haar ongeneeslijk ziek-zijn onder ogen kwam. 

In 2006 ben ik met mijn broer naar Lourdes gereden. Het was mijn idee. Michiel, toen 53, was na bijna een halve eeuw suikerziekte blind aan het worden. Als consequentie van dichtslibbende haarvaten verloor hij het gevoel in handen en voeten; hij had ternauwernood een hartklap overleefd, bewoog zich per scootmobiel voort, vreesde bij elk ontstekinkje dat een been zou worden afgezet. 

Geen hoop op genezing 

Hij was sinds een reanimatie niet bang voor de dood – wel voor “kwijlend vegeteren” (zijn woorden) na een hersenbloeding. Hij had pijnen.   

Toen ik hem voorstelde naar Lourdes te gaan, zei hij: “Maar je weet toch dat ik er geen barst van geloof?” 

Ik zei dat hij niet hoefde te vrezen dat ik verwachtte dat hij in Lourdes zou genezen. Toch wilde ik naar Lourdes, en niet naar de beste dokter, of hem afleiden in Disney World. Ons ondanks hoopte ik kennelijk op iets. Op een inwilliging? 

Mirakel van Michiel 

Ik wist dat hij sceptisch stond tegenover mijn bekering. Dat hij zich liet overhalen, herinner ik me, tien jaar na zijn dood, als een blijk van broederliefde – waar we geen van beiden erg goed in waren. Hij had niets met wat hij “autoritair en georganiseerd geloof” noemde, maar voelde dat deze tocht belangrijk voor mij was.  

Vrees niet, dit wordt geen verhaal van een bekering-binnen-de-familie. En ook niet van een Mirakel van Michiel. Op de terugweg kon hij dezelfde verkeersborden niet lezen als op de heenreis, en, hoe hij ook met zijn vingertoppen over het dashboard streek, het gevoel kwam er niet in terug. 

advertentie

En toch was er iets gebeurd op het terrein vol rolstoelen en in de rij voor de grot waar na de Mariaverschijningen een bron is ontsprongen, en waar hij eindeloos lang zijn handen heeft uitgestrekt naar de druppels uit de rotswand, tot hij een spettertje meende te voelen. 

Iets te danken 

We verlieten zonder wonder Lourdes, maar waren vreemd opgetogen. Later heb ik het in een boek proberen uit te leggen – maar dat, zei hij, verwoordde niet hoe betoverend het geweest was. Waarom je er naar terug wil. 

Later las ik bij Blaise Pascal: “Wat mijn ziekte betreft, ik heb aan haar ongetwijfeld veel meer te danken dan aan mijn gezondheid.” Toen hij dit noteerde, was Pascal onbehandelbaar ziek, eigenlijk stervende. Hij leed, modern gezegd, ‘uitzichtloos’, en zonder pijnstillers.  

Geheimzinnig: ‘te danken’. Aan uitzichtloos lijden iets te danken hebben 

Onder ogen 

In haar filosofische dagboek Op een andere planeet kunnen ze me redden is Lieke Marsman, een van onze sterkste dichters, haar onbehandelbare kanker onder ogen gekomen. Al lezende besef je dat niemand ontkomt aan zulk onder ogen komen. 

‘Ik beoefen steeds vaker iets wat op bidden lijkt’

Marsman weigert in haar boek iedere uitzichtloosheid, en toch blijft ze weg bij de dooddoener dat lijden zin heeft. Niet door haar sterfelijkheid te ontkennen, maar door juist met meedogenloze precisie haar onttakeling tegemoet te lopen, met de moed van de hoop op het onmogelijke, of juist: op het nimmer onmogelijke.  

Ze wordt daarbij gedragen door de betoverende overtuiging die een religieuze genade-ervaring is – dat al wat is door een Bewustzijn wordt gedacht. 

Eigenaarschap 

Welbeschouwd doet ze wat Pascal met ‘te danken hebben aan’ doet: nadat ze hoop op behandeling heeft opgegeven, houdt zij op met de ziekte ter verantwoording te roepen, maar neemt zij (haar eigen term) er het eigenaarschap van op zich. 

“Door haar eigen falen aan te gaan, de droefheid in te zeilen waarnaar zij heeft geleefd, en, ten slotte, de armen van het niets in te lopen, de wonderen van God uitschreeuwend.” Dat zijn woorden van dichter Christian Wiman, in Mijn heldere afgrond, waar Marsmans mysterieus troostrijke boek een zuster van is. 

Papieren Lourdes 

Toen ik Marsman uit had, herinnerde ik mij de terugrit uit Lourdes. Vanwaar de opgetogenheid? Was er een beginnetje gemaakt?  Met het eigenaarschap van de ziekte, “ook al zou dat leiden naar de dood”? 

Een papieren Lourdes, dat heb je uit, als je Marsman hebt gelezen. 

Waakvlam 

“Ik beoefen steeds vaker iets wat op bidden lijkt”, schreef ze, “ik weet ook niet wat je anders kunt mompelen als je het gevoel hebt dat je geest wegbrandt, dat de waakvlam van je ziel de briketten van je persoonlijkheid heeft aangestoken en nu smeulen ze, je gemoedsrust blijkt van polyester. Wat anders dan – God, help; help, God.”

De laatste woorden van het boek zijn: “En tot die tijd wil ik altijd een oproep tot leven zijn.” 

Moge Lieke Marsman deze oproep blijven zijn. Moge ze gedacht blijven worden door het Bewustzijn en eraan deelnemen, “zoals een vlam aan het vuur dat haar voedt”. 

advertentie