Hoofdredacteur

Van een mediagenieke monnik veranderde hij in korte tijd in een paria. Na ruim een jaar in de luwte verbreekt Thomas Quartier nu het stilzwijgen in een boek waarin hij openhartig schrijft over zijn gefnuikte idealen en zijn falen. Of hij zijn critici ermee overtuigt is zeer de vraag, maar Quartier schreef toch een pijnlijk eerlijke analyse van het monastieke leven van vandaag.
We lezen graag succesverhalen. Over mensen die hoog klimmen en hun dromen waarmaken. Juist ook in onze katholieke kerkgemeenschap snakken we daarnaar, na jarenlang berichten over krimp, kerkverlating, kerksluiting, ruzie en ellende binnen de kerk- of kloostermuren die nog wél overeind staan. Dan nemen we dankbaar de verhalen tot ons van bevlogen jonge mannen en vrouwen die hun hele ziel en zaligheid geven aan die Kerk. Bijvoorbeeld door kloosterling te worden…
En wie over dat ongewone levenspad nog een beetje mooi kan schrijven en spreken ook, wordt door ons al helemaal omarmd. Zijn boeken vinden gretig aftrek, hij wordt geïnterviewd door alle media, uitgenodigd voor lezingen door heel het land.
Dit artikel is niet gevonden
Maar dan blijkt die mens ook ineens ‘maar’ een mens. Met fouten, gebreken, een weerbarstig karakter, meerdere gezichten. Media krijgen lucht van diens onhebbelijkheden, oude misstappen worden openbaar gemaakt. En genadeloos trekken we hem van het voetstuk waar we hem zelf op hadden getild…
Een gewetensvraag: gunnen we hem dan nog weerwoord, keuren we hem nog een blik waardig? Lezen we het boek waarin hij beschrijft hoe hij het klooster weer verliet met even oprechte belangstelling als het boek waarin hij beschreef hoe hij het klooster betrad?
Waarschijnlijk niet, tenzij we – nieuwsgierig en sensatiezuchtig als we van nature zijn – hopen dat we smeuïge details, beschuldigingen, ontboezemingen te lezen krijgen. Want misschien nog wel liever dan over mensen die hoog klimmen, lezen we over mensen die diep vallen.
Het hier beschreven sjabloon is op vele mensen, situaties en schandalen van toepassing, maar ik heb het in dit geval natuurlijk over Thomas Quartier (1972). Een tijdlang gold deze theoloog en religiewetenschapper als de poster boy van het nieuwe benedictijnse kloosterleven, waar hij erudiet over kon spreken en schrijven, met humor, geestdrift en onmiskenbaar charisma.
Hij deed het goed in de media, zijn lezingen waren verre van dor en saai, hij publiceerde goed gelezen artikelen en boeken en schopte het tot Theoloog des Vaderlands.
In november 2024 kwam het moment dat Quartier van zijn voetstuk getrokken werd. Om iets dat ongeveer vijf jaar eerder was gebeurd: hij had toen een innige vriendschap gehad met een novice in Doetinchem, een vriendschap die in ruzie eindigde, waarna de inmiddels uitgetreden novice zijn beklag deed over grensoverschrijdend gedrag door Quartier.
Dit artikel is niet gevonden
De zaak was indertijd onderzocht door de abt van de Sint-Willibrordabdij, ook abten en priors van andere abdijen werden geraadpleegd en betrokken bij het onderzoek. Indringende gesprekken werden gevoerd met alle betrokkenen, lessen werden getrokken en het dossier werd afgesloten. De abt gelaste zelfs de vernietiging ervan, in verband met de privacy van de betrokkenen.
Dat dat niet gebeurd was, bleek dus eind 2024, toen het integrale dossier ineens door anonieme bronnen aan diverse mediaredacties werd toegestuurd. Het heeft er alle schijn van dat Quartier als bliksemafleider fungeerde: want dit gebeurde precies op het moment dat de Leuvense abdij waar Quartier inmiddels woonde onderzocht werd door zowel justitie als het generalaat van de eigen orde, vanwege misstanden waarbij Quartier niet of slechts zijdelings betrokken was.
‘Voor Quartier zelf zat er niets anders op dan stilzitten en geschoren worden terwijl de mediastorm over hem heen raasde’
Zo het inderdaad een doelbewuste lastercampagne was, trof die doel: alle persaandacht ging uit naar Quartier, over de andere – in sommige gevallen ook beduidend ernstigere – zaken ging het nauwelijks nog.
Kortom: het hele zaakje stinkt en rammelt aan alle kanten. Maar zeker zo onfris is de regelrechte karaktermoord door vak- en geloofsgenoten die de (inmiddels ex-)benedictijn vervolgens te verduren kreeg. In De Gelderlander oordeelde een gerenommeerd kerkhistoricus – namen zal ik niet noemen – dat Quartier “ongeschikt is voor het kloosterleven”.
Een ander theoloog van naam liet geen mogelijkheid onbenut om Quartier via Facebook de les te lezen: “Zonder nederig zelfinzicht en grondige therapie is er voor deze man geen plaats in de kerkelijke bediening”, fulmineerde hij onder meer.
Een narcist, dominant, een ijdeltuit, een manipulator, en het ergste: een misbruikpleger – dat alles zou Quartier zijn. Terwijl: van seksueel misbruik is in deze hele kwestie voor zover bekend geen sprake. En wat alle psychologische kwalificaties verder ook waard zijn: strafbaar zijn ze niet.
Maar goed, voor Quartier zelf zat er niets anders op dan stilzitten en geschoren worden terwijl deze mediastorm over hem heen raasde. Hij weigerde commentaar te geven, interviewverzoeken hield hij af. Ook dat kwam hem uiteraard op kritiek te staan, maar feit is dat hij het hoe dan ook nooit goed had kunnen doen. Zwijgt hij, dan nemen de moraalridders van de sociale-media-arena het hem kwalijk dat hij zwijgt. Spreekt hij, dan nemen diezelfde moraalridders het hem kwalijk dat hij spreekt.
Dat bleek ook wel toen afgelopen november de aankondiging kwam dat Quartier toch zijn kant van het verhaal zou vertellen, en wel in boekvorm – Katharsis getiteld, inmiddels verschenen bij uitgeverij Van Warven. De al genoemde theoloog blies zijn morele verontwaardiging direct weer hoog van de Facebook-toren: “Ik zou haast willen roepen: het gaat niet om jou, het gaat om het slachtoffer. Jouw katharsis wordt pas relevant in de mate dat die het slachtoffer dient!”
Dit artikel is niet gevonden
Hier zien we de perverse logica van de cancelcultuur aan het werk, waarin het simplistische onderscheid tussen ‘daders’ en ‘slachtoffers’ tot onwrikbaar dogma verheven is, waarin de ‘dader’ op geen enkel mededogen meer hoeft te rekenen en zelfs alle recht van spreken verliest. Een wraakzuchtige roep om ‘rechtvaardigheid’ zonder enige barmhartigheid – wat is daar nog christelijk aan? Wie zonder zonde is… Maar zelfs hooggeleerde theologen aan vermaarde katholieke universiteiten doen gewoon schaamteloos mee aan het stenen werpen.
Katharsis biedt, het viel te verwachten, alles behalve een succesverhaal. Leuk of verheffend om te lezen is het bepaald niet. En wie dan tenminste nog hoopt op smeuïge details, komt ook al bedrogen uit: Quartier gaat niet in op de voorgenoemde kwesties. Hij verweert zichzelf niet tegen de aantijgingen en hij klaagt ook niemand aan. Al is op sommige momenten te merken dat hij daarvoor flink op z’n tong moest bijten.
‘Door onze honger naar positieve verhalen is het kloosterleven de voorbije jaren enorm geromantiseerd als ideale vorm van kerkzijn’
Het zal sommigen teleurstellen, maar ook hier: wat moest hij dan? Goed doen kan hij het ook in dit boek per definitie niet. Van de passages waarin hij dieper ingaat op het denken van allerlei grote filosofen en theologen zal onvermijdelijk gezegd worden dat hij zichzelf verschuilt achter academische vergezichten. Waar hij wel ingaat op zijn eigen idealen en drijfveren zal de kritiek luiden dat hij te veel met zichzelf bezig is.
Maar misschien is het in de eerste plaats de opdracht aan de lezer om niet te veel met (zijn persoonlijke mening over) Thomas Quartier bezig te zijn. Dan leest Katharsis als een grondige, pijnlijk eerlijke analyse van het monastieke leven anno vandaag. Want laten we wel wezen: precies door onze honger naar positieve verhalen is het complete kloosterleven de voorbije jaren enorm geromantiseerd als ideale vorm van kerkzijn.
Als je Klooster Magazine doorbladert of de Kloostercast luistert, krijg je toch de indruk dat we te maken hebben met een totaal andere wereld. Een betere wereld, waarin snoezige broedertjes en zustertjes met hun wapperende rokken al psalmen neuriënd door stemmige gangen scharrelen. En tussen het bierbrouwen en kaasmaken door zo nu en dan een diepzinnige levenswijsheid te berde brengen. Vooruit, wel met een ondeugende knipoog, want het blijven heus gewoon mensen, hoor!
Maar: “Wie van buitenaf denkt dat een klooster een plek van hemelse harmonie tussen gelijkgestemde broeders en zusters is en dat ook graag zo wil houden, zal ik moeten teleurstellen”, zo schrijft Quartier terecht. Hij deconstrueert de kloostermythe grondig, zonder die evenwel geheel af te schrijven.
Dit artikel is niet gevonden
Al is hij duidelijk vele illusies armer, zijn monastieke idealen zijn ondanks alles toch verrassend gelijk gebleven. Hij was immers van meet af aan iemand die pleitte voor ‘heilige woede’ en radicaliteit, iemand die rammelde aan de poort van een in onze contreien toch echt nogal ingedut en tanend kloosterleven. Dat maakte hem enerzijds zo mediageniek, maar anderzijds was het ook een geheid recept voor conflicten in de kloostergemeenschappen waarvan hij deel ging uitmaken.
Quartier onderzoekt dit alles zonder schroom: zijn drijfveren en idealen, zijn moeilijkheden en teleurstellingen in het gemeenschapsleven, zijn “domheid en dominantie” en falen, en in het slothoofdstuk ook zijn geloof en Godsvertrouwen. Hij doet dat rauw, eerlijk, met zelfkritiek, maar God zij dank zonder dat het een soort potsierlijk publiek mea culpa wordt – wat de hijgerige cancelcultuur van vandaag wel eist.
Wie ofwel een spiritueel succesverhaal, ofwel een sensationele ontboezeming verwacht, zal door Katharsis teleurgesteld raken. Maar voorbij de simplistische meningen en oordelen is het misschien wel het meest verfrissende en belangwekkende stukje monastieke literatuur in jaren, wars van romantisering en kloosterkitsch. Louterend, en niet alleen voor Thomas Quartier zelf.

Er zijn geen artikelen gevonden