Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

H. Franciscus van Assisi ondersteund door engelen; prent van Lucas Vorsterman
Beeld: Rijksmuseum Studio - bewerking KN

Essay

Hoe radicaal kunnen we zijn? Waarom de Kerk nog steeds Franciscus-figuren nodig heeft

Hoofdredacteur

01 oktober 2026

800 jaar na zijn dood is Franciscus van Assisi nog altijd een populaire heilige, bijna een allemansvriend. Terwijl hij welbeschouwd een zeer radicale figuur was, die ook de kerkelijke gevestigde orde van zijn tijd stevig uitdaagde. Kunnen we hem vandaag de dag eigenlijk nog wel echt navolgen? Een verkenning in het spoor van Kingsnorth en Chesterton.

Ongemak. Dat voelt de lezer van het recent verschenen boekwerk Tegen de Machine van Paul Kingsnorth gegarandeerd. Dat zal ook precies de bedoeling zijn geweest van de auteur; van behaagzucht kun je hem in ieder geval niet betichten.

Technologie als afgod

Kingsnorth wil ons wakker schudden, laten zien hoe we als samenleving verstrikt zijn geraakt in een verwoestend technologisch vooruitgangsdenken dat onze planeet en ons hele menszijn bedreigt. Geen lichte kost dus, maar hij schrijft het toegankelijk en aantrekkelijk op. Zijn vlijmscherpe analyses slaan niet zelden de spijker op de kop.

Paul Kingsnorth, Tegen de Machine. Een zoektocht naar menselijkheid in een tijdperk van technologie

Uitgeverij: KokBoekencentrum

Pagina’s: 320 | € 29,99

> BOEK BESTELLEN

Het is daarom gemakkelijk om heel ver mee te gaan met de redeneringen van Kingsnorth, maar ongemakkelijk om vooral de laatste, radicale consequenties die hij trekt na te volgen. Hij heeft gelijk, denk je al lezend, technologie is inderdaad een afgod geworden, een gouden kalf, een moloch en mammon.

Rechts of links?

Waar hij zelf zulke bijbelse beeldspraak gebruikt, bedoelt deze tot het christendom bekeerde Engelse schrijver dat bepaald niet metaforisch. ‘De Machine’ is voor hem een metafysische realiteit, een antichrist die zich als verlosser voordoet maar ons uiteindelijk in het verderf stort.

En hij laat overtuigend zien dat zowel politiek rechts als links dit valse idool kritiekloos aanbidt. Hij citeert instemmend zijn grote landgenoot G.K. Chesterton:

Fouten blijven maken is de aangelegenheid van progressieven, voorkomen dat fouten rechtgezet worden die van conservatieven.

Het roer om

Reden waarom Kingsnorth, ooit een linkse eco-anarchist, de milieubeweging vaarwel zei. Ook die is gekaapt door het grootkapitaal, ook die is met wollig geklets over ‘duurzame oplossingen’ vooral bezig met hoe we zo weinig mogelijk aan onze egoïstische, consumentistische leefwijze hoeven te veranderen.

Dat moest toch anders kunnen: hij gooide het roer radicaal om. Hij verliet het kosmopolitische Londen en ging met zijn gezin op het Ierse platteland wonen, waar hij in hoge mate zelfvoorzienend leeft.

Tussen droom en daad…

Precies hier wordt het ongemakkelijk om hem na te volgen. Moeten we dan inderdaad allemaal maar als een kluizenaar gaan leven? Iedereen zal daar heus weleens van dromen. Maar ja, de “praktische bezwaren” die Elsschot al “tussen droom en daad” zag staan, zullen we ook wel kennen. De hypotheek moet worden afgelost, de kinderen naar school, die buurvrouw die slecht ter been is heeft onze hulp nodig. Daarbij: kan dit überhaupt wel? Het zou een boeltje worden als iedereen op het Ierse platteland ging wonen…

advertentie

En zelfs al de kleinere keuzes van Kingsnorth, zoals de smartphone afzweren, zijn toch zo eenvoudig niet. Ook hier: we zullen de aandrang allemaal weleens voelen om dat ding uit het raam te smijten. Maar ja, het is toch ook ons venster op de wereld, waarin we al onze contacten en conversaties en dierbare fotoherinneringen bewaren, en daarbij kun je in de huidige samenleving toch niks meer zonder…

De Machine lacht in zijn knuisten, want dit is precies hoe hij ons in zijn klauwen houdt, zo begrijpen we dankzij Kingsnorth. Maar als puntje bij paaltje komt laten we ons toch uitlachen en kiezen we liever voor de gemakkelijke weg.

Een moderne Franciscus

Hoewel hij hem nergens in dit boek noemt, is het zeker niet vergezocht om Kingsnorth een moderne navolger van Franciscus van Assisi te noemen. Iemand die de roepstem van Jezus hoort, de banden met zijn oude leven resoluut verbreekt, alle schepen achter zich verbrandt. Franciscus trok, zo wil de legende, en plein public de kostbare kleren van zijn vader uit, die hoopte dat zijn zoon net als hij een respectabel koopman zou worden. In plaats daarvan zwoer Franciscus dat hij voortaan alleen God nog maar ‘vader’ zou noemen.

Ook Franciscus verkoos armoede en eenvoud daarmee boven een comfortabel leven. Ook Franciscus eren wij inmiddels, mede dankzij de veelbesproken encycliek Laudoto si’ van de paus die zijn naam droeg, als een held van een dieper ecologisch bewustzijn.

Flierefluiter

Het radicale van Franciscus’ levenskeuzes verliezen we daarbij echter makkelijk uit het oog. We hebben een vrij ongevaarlijke flierefluiter van hem gemaakt, een cartoonkarakter dat gezellig met de vogels kwettert, broeder zon begroet en en passant het knusse kerststalletje uitvindt. Intratuin blij, Greenpeace blij, iedereen blij.

Maar een allemansvriend was de echte Franciscus bepaald niet. De ook door Kingsnorth aangehaalde G.K. Chesterton maakte dat al heel duidelijk in de prachtige biografie die hij in 1923 schreef van Franciscus – en die binnenkort in een nieuwe Nederlandse vertaling verschijnt.

G.K. Chesterton, Franciscus van Assisi

Uitgeverij: Adveniat

Pagina’s: 192 | € 22,99

> BOEK BESTELLEN

Deze ‘nar van God’, zo signaleerde Chesterton, wordt wat al te gemakkelijk aan de moderne modes aangepast. Zelfs antigodsdienstige sceptici lopen met hem weg, prijzen hem als een soort rebel tegen het kerkelijke establishment, maar alles wat de scepticus niet aanstaat – bovenal natuurlijk zijn diepgelovige kant – wordt weggelaten.

Preken in de onderbroek

Andersom wordt in de vrome volksdevotie dat geloof enorm benadrukt, maar het rebelse van Franciscus weggepoetst tot er een mierzoet devotieprentje overblijft. Chesterton probeerde in zijn levensschets, geschreven rond de tijd dat hij zelf toetrad tot de katholieke Kerk, een derde weg te vinden, waarin de ongemakkelijke kanten niet weggelaten worden.

Wie van ons gaat zó ver in de ascese, in de zelfverloochening, in de zelfvernedering als Franciscus?

En ongemakkelijk was ook Franciscus wel degelijk. Hij was buitengewoon streng en veeleisend voor zichzelf en voor de mensen om zich heen. Een veelzeggend voorbeeld is het verhaal, opgetekend in de Fioretti, hoe hij zijn medebroeder Rufinus opdracht geeft om te preken in een kerk.

Rufinus, een introverte stotteraar, sputtert wat tegen. Franciscus wordt daar boos om en gebiedt hem om in zijn onderbroek te gaan preken in de kerk. Rufinus gehoorzaamt nu wel. Franciscus krijgt dan direct spijt, en besluit zelf ook te ondergaan wat hij zijn broeder had opgedragen. Die dag stormden er dus twee minderbroeders onaangekondigd in hun onderbroek een kerk binnen, om de kansel te beklimmen en vurig te preken over zonde en boetedoening.

Voor gek verklaard

Kunnen we het ons voorstellen? Wat zou er gebeuren als Franciscus en Rufinus dit vandaag de dag in uw kerk zouden proberen? Ze zouden al overmeesterd zijn voor ze het middenschip bereikten en als ‘verward persoon’ door de politie worden afgevoerd.

Ook de inwoners van Assisi verklaarden hen destijds overigens voor gek, maar ze waren toch tot tranen geroerd toen ze de preken eenmaal hoorden.

Daad bij woord

Maar ook hier weer de diepere vraag: kunnen we Franciscus écht in zijn radicaliteit navolgen? Willen we dat wel? Wie van ons gaat zó ver in de ascese, in de zelfverloochening, in de zelfvernedering als Franciscus? Vrijwel niemand, ik ken zelfs geen franciscaan die nog zo ver gaat. Zijn wij daarom minder goede katholieken?

advertentie

Roep niet te snel: “Natuurlijk niet!”, want eerlijk gezegd: ik weet dat zo net nog niet. Franciscus heeft toen in die preek in z’n onderbroek het kerkvolk zeker opgeroepen tot een radicale ommekeer in hun leven, maar hij heeft daarbij vrijwel zeker niet gezegd: “Maar een beetje anders tegen de zaken aankijken is ook voldoende, jullie hoeven heus niet allemaal arme sloebers te worden zoals ik.” Nee, hij eiste nu net daden, praktische consequenties, daadwerkelijk afstand nemen van alles waaraan wij gehecht zijn.

Zo oud als het Evangelie

Deze spanning is uiteindelijk zo oud als het Evangelie zelf. Jezus adviseerde de rijke jongeling ook niet vrijblijvend om zijn materiële bezit ten goede te gebruiken en er vooral niet te veel aan te hechten. Nee, hij maande hem om letterlijk alles wat hij had te verkopen en aan de armen te geven.

Ook Jezus’ oproep aan de apostelen om Hem te volgen, bevatte niet de clausule “voor zover dat past in je drukke agenda thuis en op je werk”. Om zijn leerling te zijn moesten deze eenvoudige vissers hun netten direct uit hun handen laten vallen, huis en haard verlaten, zelfs zonder om te kijken. Hun kruis opnemen; ook dat leek Hij bepaald niet overdrachtelijk te bedoelen.

Matigende trek

Als Petrus de radicale consequenties daarvan wat probeert in te tomen, maakt Jezus hem glashard voor Satan uit. Toch is het diezelfde Petrus die de rots was waarop de Kerk werd gebouwd. En die Kerk heeft in de loop van de geschiedenis die matigende trek van Petrus wel degelijk overgenomen. Moest dat ook doen, wilde zij niet als de zoveelste radicale Romeinse sekte roemloos ten onder gaan.

De Kerk blijft radicalen nodig houden om haar bij de les te houden, steeds terug te voeren tot de evangelische wortels

De vroege kerkvaders lazen behalve het Evangelie ook Griekse filosofen als Aristoteles, en leerden van hen de deugd van de gematigdheid, de gulden middenweg. Onmiskenbaar heeft dat de Kerk geholpen om zich te vestigen, haar invloed te bestendigen, wortel te schieten in zoveel verschillende tijden en culturen, en ook stevig genoeg te staan om allerlei politieke en maatschappelijke stormen te doorstaan.

Hoeveel water mag er bij de wijn?

Maar steeds was er weer die spanning: hoeveel water moet zij daarvoor bij de wijn doen? Steeds waren er de radicalen die vonden dat de Kerk te meegaand werd, te gematigd, te slap. In Franciscus’ dertiende eeuw klonk dat geluid evenzeer als het nu klinkt. Paul Kingsnorth zegt het niet zo expliciet, maar het feit dat hij als Engelsman in Ierland nota bene voor de Roemeens-orthodoxe Kerk koos, kan moeilijk anders dan als een statement richting de ‘mainstream’ katholieken en anglicanen worden begrepen.

advertentie

Wat ook opvalt in zijn boek: zijn boodschap sluit perfect aan bij zowel de ecologische encycliek Laudato si’ van paus Franciscus als bij de technologie-kritische encycliek Magnifica humanitas van paus Leo. Maar nergens verwijst hij naar deze geschriften. De reden laat zich raden: hoe kritisch deze pausen ook zijn, ze blijven genuanceerd en tot compromissen met ‘de Machine’ bereid – Kingsnorth zal ze veel te gematigd vinden.

De weg van (on)gehoorzaamheid

En hierin zit het belangrijkste verschil met de minstens zo radicale Franciscus van Assisi. Die bleef tóch altijd op die gevestigde Kerk betrokken. Hij ging nota bene hoogstpersoonlijk bij de paus om toestemming vragen voor zijn kloosterregel, terwijl veel van zijn medebroeders dat zinloos achtten.

Sommigen vonden het zelfs principieel verkeerd; dat waren de radicale franciscanen die na de dood van hun stichter in 1226 bekend werden als de fraticelli. Zij verkozen de weg van ongehoorzaamheid aan de paus en zouden allang vergeten zijn als Umberto Eco hen niet had vereeuwigd in De naam van de roos.

Smalle religie

Toch kun je zeggen: die fraticelli waren misschien wel het meest consequent in hun navolging van Franciscus, en via hem uiteindelijk natuurlijk de navolging van Christus. Chesterton noemt deze radicale afscheidingsbeweging ook in zijn Franciscusbiografie, waarbij hij laat zien dat er een punt is dat radicalisme ophoudt orthodox te zijn, maar juist tot ketterij vervalt – een les die ook voor traditionalisten vandaag relevant is.

“Elke ketterij is een poging de Kerk smaller te maken”, schrijft hij. “Als de franciscaanse beweging eveneens een nieuwe religie was geworden, zou zij uiteindelijk een smalle religie zijn geworden.”

Geworteld of ontworteld?

De Kerk blijft radicalen nodig houden om haar bij de les te houden, steeds terug te voeren tot de evangelische wortels. Daar komt de term ook vandaan; het woord radix, wortel, herkennen we erin. Maar die radicalen hebben ook de verbinding met die Kerk van eeuwen nodig als levensader, om zelf niet ontworteld te raken.

Dat is voor beide partijen hoogst ongemakkelijk, maar het is een noodzakelijk en onoplosbaar ongemak. En Franciscus van Assisi liet zien dat dat wel degelijk kan. Hij was een rare vogel, schrijft Chesterton ook, maar zijn kracht was dat hij wist waar zijn nest zich bevond – in die dikke stam van het katholicisme. “Hij nam de vreemdste en meest zigzaggende paadjes door het woud, maar het pad leidde hem altijd naar huis.”

Lees meer

Dit artikel is afkomstig uit Katholiek Nieuwsblad van deze week.