Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Illustratie: Gary Waters - Ikon Images

Essay

Tijdperk in transitie: Lessen uit de gekantelde publieke opinie over transgenderbeleid

Voormalig (vice)fractievoorzitter NSC

02 september 2026

Gaandeweg begint onze ‘tolerante’ postmoderne samenleving slijtageplekken te vertonen. Juist in de discussie over geslachtsverandering bij jongeren is dat goed zichtbaar.

Uit een onlangs gepubliceerde peiling van Maurice de Hond blijkt dat bijna twee derde van de Nederlanders wil dat ons land terughoudender wordt met puberteitsremmers en hormonen bij kinderen. Slechts 19 procent van de Nederlanders denkt dat artsen betrouwbaar kunnen voorspellen of de wens van een kind om van geslacht te veranderen blijvend is. Daarmee lijkt de huidige publieke opinie in te druisen tegen het ruime transgenderbeleid dat de afgelopen kabinetten voorstonden.

Alles moet kunnen?

Hebben de verschillende regeringen de publieke opinie onderschat of is de tijdsgeest veranderd? Beide. Er is vooral de laatste jaren een belangrijke groep geweest die moeite had met de alles-moet-maar-kunnen-mentaliteit. De dominante politieke opinie, die ook doorklonk in de bestuurlijke maatregelen, was echter dat mensen die twijfelden aan hun geslacht vooral de ruimte moesten krijgen om zelf te bepalen wie, wat en hoe ze wilden zijn.

Dat de publieke en daarmee straks ook politieke discussie nu vrij plotseling lijkt te zijn gekanteld, illustreert dat we aan het begin van een nieuw tijdperk komen.

Trots op de tolerantie

Het postmodernisme dat eind jaren zestig opkwam, ontmantelde oude waarheden en introduceerde grijstinten. Het vaagde autoriteit en absolute claims weg en trok ideologische systemen zoals religie, wetenschap en de natiestaat van hun voetstukken.

Het risico bestaat dat het verlangen naar wie je zou willen zijn zwaarder gaat wegen dan de aanvaarding van wie je bent

Nederland is historisch sterk postmodern geweest. Tekenend is ons alternatieve volkslied, 15 miljoen mensen, waarin we het “land van duizend meningen” en “wars van betutteling” heten te zijn. We gingen prat op onze nationale nadruk op persoonlijke autonomie. Trots waren we op onze tolerantie: iedereen mocht zijn zoals ’ie is, iedereen kon zijn eigen waarheid koesteren. Je eigen identiteit? Die bepaal je zelf. De rol van de overheid hierbij? Die faciliteerde vooral die individuele vrijheid. D66 is daar de exponent van, maar ook bij de VVD zit dit postmoderne in het DNA. Tolerantie en liberalisme leken lang inwisselbaar.

Maar het postmodernisme met al z’n rijkdom en keuzevrijheid verloor langzaam maar zeker betekenis en lijkt nu zelfs geheel in te storten. Er zijn slijtageplekken en de behoefte naar nieuwe gemeenschappelijke waarden groeit. De kanteling van het publieke debat rond het Nederlandse transgenderbeleid illustreert deze overgang goed.

Gewend aan comfort

Een eerste slijtageplek van het postmoderne tijdperk is de overvloed en de verwendheid die onze maatschappij is binnengeslopen. Het gros van de Nederlanders is gewend geraakt aan comfort. Vrede, veiligheid, een warm huis, lekker eten: het wordt allemaal als vanzelfsprekend aangenomen. Verwendheid zien we ook in de afname van de weerbaarheid en plichtsbesef.

advertentie

En die verwendheid zit ook in de manier waarop mensen tegenwoordig omgaan met hun eigen identiteit – of het nu je gender of de maakbaarheid van je spiegelbeeld is (‘lookmaxxing’). Het risico bestaat dat het verlangen naar wie je zou willen zijn zwaarder gaat wegen dan de aanvaarding van wie je bent. Natuurlijk, het is een belangrijke verworvenheid dat jongeren met aanhoudende genderdysforie die lijdensdruk ervaren in uiterste gevallen en met hulp van specialisten de begeleiding kunnen krijgen om van geslacht te veranderen. Maar de meegaandheid waarmee we nu omgaan met jonge mensen die twijfelen aan hun geslacht, is een uiting van een doorgeslagen recht op maakbaarheid.

Wantrouwen in de politiek

Naast de overvloed zien we meer slijtageplekken in onze samenleving, die op een nieuw tijdperk lijken voor te sorteren. Zo zien we de kloof tussen de ‘gewone mensen’ en het openbaar bestuur, de politiek en de techbedrijven allengs onoverbrugbaar worden. Het vertrouwen in de politiek bevindt zich op een historisch dieptepunt: nog maar 21 procent van de Nederlanders vertrouwt politici en 25 procent de Tweede Kamer, aldus het CBS. De bestuurlijke bovenlaag wil die kloof wel dichten, maar het lukt niet meer om de gewone burgers te bereiken.

In de ogen van de burgers is het bestuur arrogant geworden. Nederland is autocratische trekjes aan het vertonen, zo concludeert ook de onlangs gepubliceerde Democratie Monitor. De overheersende bestuurlijke gedachte is dat de Nederlanders een ruimhartige transgenderzorg zouden voorstaan, terwijl de recente peiling het tegenovergestelde laat zien. Dat is een duidelijk voorbeeld van de huidige mismatch tussen de macht en de burgers.

Futloosheid

Een derde slijtageplek is de vermoeidheid die in de samenleving is geslopen. De puf is eruit, de wendbaarheid, het energieke. Op individueel niveau zien we een toename van burn-outs. Mensen scrollen weg in hun telefoons, draaien op snelle impulsen, vluchten in games en series en verslavingen.

We kunnen ons niet verzetten tegen de groeiende behoefte aan nieuwe waarden in de samenleving

En op institutioneel niveau vertaalt de futloosheid zich in een afnemende controlemoed van de rechtsstatelijke instituties, traagheid van grote systemen, het gevoel dat problemen complex en niet echt oplosbaar zijn.

Omstreden protocol

Een groeiend aantal mensen belandt tussen wal en schip, wordt vermorzeld in de ingewikkelde systemen van de Belastingdienst, het UWV of de pleegzorg. In het transgenderbeleid zien wij die logheid terug bij de consequente handhaving van het zogeheten Dutch Protocol. Dat is de vanaf de jaren negentig in Nederland ontwikkelde behandelmethodiek met puberteitsremmers en geslachtshormonen voor jongeren met genderdysforie. Deze behandelstrategie is de laatste jaren niet geheel onomstreden.

Er is twijfel aan de wetenschappelijke basis om minderjarigen medisch te behandelen. En ondanks het feit dat de behandeltechnieken vaak onomkeerbaar zijn en de internationale steun voor deze Nederlandse praktijk aan het afkalven is, blijft het meegaande Dutch Protocol hier gewoon standaard. Het laat zien hoe weinig wendbaar de systemen zijn geworden en hoe weinig corrigerend vermogen onze samenleving en onze politiek nog heeft.

Stellingenoorlog

Een laatste erosie-element van het huidige tijdsgewricht is dat de verbindingen tussen mensen minder worden. We zien een verdergaande individualisering, gedeelde waarden verdwijnen. Sterker nog: leefden die losse waarheden tijdens het postmodernisme nog vrijelijk naast elkaar, nu gaat men elkaars waarheid in twijfel trekken. Met veel te luide stem en harde taal. We zien polarisatie in de politiek, in de media, op straat, binnen families, zelfs binnen de wetenschap.

De gepolariseerde discussie rond de intrekking van het voorstel om de Transgenderwet te versoepelen is hiervan een duidelijk voorbeeld. Een Kamermeerderheid sprak zich in 2023 per motie uit tegen het wetsvoorstel waarin jongeren al vanaf zestien jaar en zonder psychologische test van geslacht konden wisselen. Bovendien zouden zij ook weer terug kunnen wisselen van geslacht. De discussie over deze gevoelige thematiek kon alleen via zwart-witlijnen gevoerd worden. Het was een stellingenoorlog. Het kabinet durfde – ondanks de aangenomen Kamermotie – het wetsvoorstel niet in te trekken.

Overgangsfase

Het postmodernisme bracht ons rijkdom, overvloed, keuzevrijheid en tolerantie. Het waren de waarden die ons maakten tot het land-van-duizend-meningen en alles-moet-maar-kunnen. Het einde van het postmodernisme laat verwendheid zien, maakbaarheidsdrang, arrogantie van de macht en polarisatie. Onze samenleving is er nu één van topzware systemen, van een groeiende kloof tussen de macht en de burgers, en van het wegvallen van gemeenschappelijke waarden.

Nicolien van Vroonhoven: "Willen we samen op zoek naar de gemeenschappelijke waarden van het nieuwe tijdsgewricht, dan zullen de heersende instituties er goed aan doen om de uitkomsten van peilingen en maatschappelijke discussies serieuzer te nemen."
Foto: NSC

De overgangsfase waarin wij ons nu bewegen voelt als een periode van relatieve leegte, futloosheid, onderlinge afstand. Van harde omgangsvormen en eenzaamheid. We willen het allemaal anders, meer betekenisvol, harmonieuzer. Maar het lukt nog (!) niet om de overgang te maken naar de nieuwe waarden waar de samenleving naar begint te verlangen: waarheid, gemeenschap, discipline, verantwoordelijkheid en grenzen stellen.

Bescheidenheid

Hoe dat anders kan? Een nieuwe tijdgeest is als een golf die over ons heen rolt. We kunnen ons niet verzetten tegen de groeiende behoefte aan nieuwe waarden in de samenleving. We kunnen wel proberen de overgang niet zo rauw en hard te laten zijn.

advertentie

Hoe? Dat vraagt in de eerste plaats van de machtsinstituties een zekere inschikkelijkheid en bescheidenheid. Zolang de klassieke middenpartijen (de postmoderne machthebbers van de afgelopen decennia) stoïcijns blijven vasthouden aan hún gelijk en hún waarheden, houden we die botsingen en dat verzet in de samenleving en in het parlement. Het is niet voor niets dat we de afgelopen jaren zoveel nieuwe partijen en zoveel nieuwe leiders hebben zien opkomen. Het is onrustig. De bevolking is zoekende naar een nieuwe politieke stem die wél luistert, die wél begrijpt.

Tussen ‘woke’ en ‘plat populistisch’

Maar ook buiten de politiek – de media, de cultuursector, de ambtenarij, de scholen en universiteiten, de werkgevers en werknemers – lijken de instituties stevig vast te houden aan de oude postmoderne waarden en weinig ruimte te geven aan de nieuwe golf.

Willen we af van de harde controverses tussen ‘woke’ en ‘plat populistisch’, willen we samen op zoek naar de gemeenschappelijke waarden van het nieuwe tijdsgewricht, dan zullen de heersende instituties er goed aan doen om de uitkomsten van peilingen en maatschappelijke discussies serieuzer te nemen. Ook als die hen niet bevallen.

Nicolien van Vroonhoven is voormalig (vice)fractievoorzitter van de NSC-fractie in de Tweede Kamer. Zij was indiener van de aangenomen motie die de regering vraagt het wetsvoorstel dat de mogelijkheid om van geslacht te veranderen versoepelt in te trekken.

Lees meer

Dit artikel is afkomstig uit Katholiek Nieuwsblad van deze week.