

Als asielzoeker ben je vaak een nummer, een dossier of een krantenkop. Maar daarachter schuilt een mens: iemand als ik, die vanuit Pakistan naar Nederland is gevlucht om aan religieus geïnspireerd geweld te ontsnappen. Dit is mijn verhaal.
Als we elkaar in een trein in Nederland waren tegengekomen, hadden we elkaar waarschijnlijk vriendelijk toegelachen voordat we onze reis vervolgden. Voor u zou ik slechts een medereiziger zijn geweest, een gezicht in de menigte, een onbekende onderweg van het ene station naar het andere. Maar voordat u mij zo ziet, wil ik me eerst graag aan u voorstellen.
Mijn naam is Romail Gill. Voordat ik een immigratiedossier werd, leefde ik een heel gewoon leven. Net als miljoenen andere mensen begon mijn leven niet met asiel, interviews of officiële documenten. Het begon met familie, vriendschappen, school, de kerk, gelach en dromen. Wanneer mensen over Pakistan horen, denken ze vaak aan politiek, conflicten of nieuwsberichten in het avondjournaal. Ik herinner me iets heel anders.
Dit artikel is niet gevonden
Ik herinner me het geluid van de kerkklokken op zondagochtend en de kerstvieringen vol muziek en gelach. Mijn moeder hoefde mij op zondag nooit twee keer wakker te maken: zodra ze de kerk noemde, was ik me al aan het aankleden.
Ik herinner me hoe ik met mijn vrienden over de binnenplaats van de kerk rende totdat iemand riep dat de viering bijna begon, en hoe mijn ouders mij leerden dat geloof niet alleen iets was wat we beleden, maar iets wat we iedere dag in praktijk brachten door vriendelijkheid, eerlijkheid en respect voor anderen. Dat zijn de herinneringen die mij hebben gevormd, lang voordat angst mijn leven binnendrong.
Als kinderen vonden we avontuur in de allerkleinste dingen, zoals helpen met het schoonmaken van de kerkklok, hoog in een smalle toren met oude houten trappen die onder onze voeten kraakten. Toen iemand daar op een dag ineens “Boe!” fluisterde, rende iedereen zo snel mogelijk de trap af. Pas beneden beseften we dat het enige monster in de toren gewoon een van onze eigen vrienden was. Meestal duurde het lachen veel langer dan de schrik zelf.
‘Officiële documenten leggen data en besluiten vast, maar nooit het gelach van kinderen die zich voorbereiden op een kerstspel’
Kerstmis was weer een tijd vol pure opwinding. Net als veel christelijke scholen over de hele wereld organiseerde mijn school ieder jaar een kerstspel. Ik speelde met trots een van de Drie Wijzen. Een van de jongens speelde bijna altijd Maria, wat ons natuurlijk eindeloos veel redenen gaf om hem vóór de repetities een beetje te plagen.
Officiële documenten leggen data en besluiten vast, maar nooit het gelach van kinderen die zich voorbereiden op een kerstspel. Die herinneringen lijken misschien klein, maar voor mij zijn ze onbetaalbaar.
Iemand anders die een blijvende indruk op mijn jeugd heeft achtergelaten, was onze pastoor. Elke zondag leek hij een eindeloze voorraad snoepjes ergens in zijn zakken verborgen te hebben. Nu ik erop terugkijk, besef ik dat de snoepjes zelf nooit het belangrijkste waren. Het was de vriendelijkheid die erachter schuilging. Als kinderen geloofden we dat hij een soort magische jaszak had die nooit leeg raakte.
Misschien was het niet die zak die zo bijzonder was, maar de stille vriendelijkheid van een man die niet besefte dat hij herinneringen creëerde die een kleine jongen tientallen jaren later nog altijd met zich mee zou dragen. Ik heb nooit ontdekt waar al die snoepjes vandaan kwamen. Maar dat was mijn eerste les in genade: als kind steek je gewoon je hand uit en ontdek je dat iemand al besloten heeft vriendelijk voor je te zijn.
Naarmate ik ouder werd, werd het leven langzaam steeds serieuzer. Ik ging naar katholieke missiescholen, waar het onderwijs was gebaseerd op de waarden van de Bijbel en om veel meer draaide dan examens en rapporten. Pas jaren later besefte ik dat veel van de waarden die ik in de Nederlandse samenleving terugvond, al tijdens mijn schooltijd in mijn hart waren geplant.
Mijn moeder Salima wijdde 32 jaar van haar leven aan het geven van christelijk godsdienstonderwijs op een katholieke school. In die tijd verkeerde mijn familie in ernstige financiële moeilijkheden en konden mijn ouders het schoolgeld niet altijd betalen. Mijn moeder legde ons verzoek om hulp voor aan een Ierse zuster, die haar vervolgens meenam naar een priester. Nadat hij ons verhaal had aangehoord, besloot hij mijn schoolgeld kwijt te schelden.
Deze pagina is niet gevonden
Op die leeftijd voelde ik vooral opluchting dat ik gewoon op school kon blijven, samen met mijn klasgenoten. Veel later begreep ik pas echt wat zij mij hadden gegeven. Zij hadden de toekomst van een kind beschermd. Het is een van de redenen waarom ik nooit de mensen ben vergeten die stilletjes het leven van een ander veranderen zonder om erkenning te vragen.
Ik rondde mijn opleiding af, ging werken en begon langzaam een zelfstandig leven op te bouwen. Toen ontving ik op een doodgewone dag een Facebookbericht van iemand die ik nog nooit had ontmoet. Het bevatte slechts één woord: “Hallo.” Dit eenvoudige woord zou het begin vormen van een vriendschap die langzaam uitgroeide tot liefde. Die vriendschap leidde uiteindelijk tot een huwelijk.
Dit artikel is niet gevonden
Na ons huwelijk kregen we te maken met ernstige religieus gemotiveerde bedreigingen, waardoor onze veiligheid in gevaar kwam. Omdat ik mijn familieleden in Pakistan niet in gevaar wil brengen, kan ik geen details over die dreigementen geven. Om aan het gevaar te ontsnappen, verkochten we ons huis, maar de opbrengst was slechts voldoende om één van ons Pakistan te laten verlaten.
Ik koos ervoor om mijn vrouw als eerste in veiligheid te brengen. Terwijl zij aan het onmiddellijke gevaar ontsnapte, bleef ik achter. Ik trok van de ene plek naar de andere en wachtte op een kans om zelf in veiligheid te komen. Pakistan verlaten was nooit mijn droom. Ik vertrok niet op zoek naar een beter leven. Ik vertrok omdat ik de kans wilde krijgen om in veiligheid te leven.
Uiteindelijk kon ik via gezinshereniging naar Nederland komen en me bij mijn vrouw voegen. Toen ik aankwam, geloofde ik oprecht dat de moeilijkste periode van mijn leven eindelijk voorbij was. Voor het eerst in jaren voelde ik me veilig. Later eindigde mijn huwelijk in een scheiding.
‘Ik vertrok niet op zoek naar een beter leven. Ik vertrok omdat ik de kans wilde krijgen om in veiligheid te leven’
Ondanks de scheiding bleef ik vastbesloten een stabiele toekomst in Nederland op te bouwen. Tegelijkertijd liepen ook mijn moeder, mijn zus en mijn nichtje gevaar. Zij maken niet gewoon deel uit van mijn leven; zij zijn mijn leven. Dat ik ver weg was terwijl hun veiligheid onzeker bleef, baarde me voortdurend zorgen en versterkte mijn verantwoordelijkheidsgevoel voor hen.
Ik leerde Nederlands omdat ik deel wilde uitmaken van de samenleving die mij veiligheid had geboden. Ik studeerde hard en slaagde voor mijn inburgeringsexamens. Ik vond een fulltimebaan, werkte hard en betaalde belasting, net als ieder ander. Stap voor stap begon Nederland voor mij steeds meer als thuis te voelen. Het krijgen van een vast arbeidscontract en mijn promotie naar een kantoorfunctie behoorden tot de prestaties waar ik het trotst op was.
Daarna diende ik een aanvraag in zodat mijn moeder me in Nederland kon komen bezoeken. Pas toen begon de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) mijn verblijfsstatus te onderzoeken. Ik kreeg te horen dat er een probleem was met mijn verblijfsvergunning, omdat ik volgens de IND had nagelaten mijn scheiding door te geven.
De gemeente had de IND al geïnformeerd over de wijziging van mijn burgerlijke staat. Ik leverde bewijs aan waaruit bleek dat deze melding was gedaan. Pas toen erkende de IND dat mijn dossier binnen de eigen administratie was kwijtgeraakt.
In plaats van de fout te herstellen, kreeg ik slechts twee keuzes: terugkeren naar Pakistan of de volledige immigratieprocedure opnieuw beginnen. Terugkeren naar Pakistan was geen reële mogelijkheid, omdat het gevaar daar niet was verdwenen. Daarom koos ik ervoor opnieuw te beginnen en diende ik een nieuwe asielaanvraag in.
Dit artikel is niet gevonden
Tijdens mijn eerste gehoor verstrekte ik alle gevraagde informatie en bewijsstukken. De IND vertelde mij dat mijn zaak voorrang zou krijgen en via een versnelde procedure zou worden behandeld. Maar noch de beloofde voorrang, noch de versnelde procedure werd ooit werkelijkheid. De voortdurende stress tastte mijn concentratie aan en maakte het steeds moeilijker om goed te functioneren op mijn werk.
In verschillende fasen verloor ik de kantoorfunctie, het vaste contract en de baan waarvoor ik zo hard had gewerkt. Mijn geestelijke gezondheid ging achteruit en de toekomst die ooit zeker had geleken, werd opnieuw onzeker. Ik wachtte niet langer alleen op een beslissing. Ik zag hoe het leven dat ik had opgebouwd langzaam uit elkaar viel. De gevolgen reikten veel verder dan mijn werk en mijn geestelijke gezondheid.
Op dat moment waren er bijna zes jaar verstreken sinds de omstandigheden mij van mijn moeder, mijn zus en mijn nichtje hadden gescheiden. Die jaren waren niet zomaar tijd op een kalender. Het waren jaren van gedwongen afstand, voortdurende zorgen en machteloosheid, terwijl de mensen van wie ik hield in gevaar bleven.
Deze pagina is niet gevonden
Ik kon niet naast hen staan, hen beschermen of hun de steun geven die ik als mijn verantwoordelijkheid beschouwde. Dit was niet langer alleen een immigratiezaak. Het ging om jaren uit een mensenleven die nooit konden worden teruggegeven. Een verloren dossier kan worden teruggevonden. Verloren jaren niet.
Wanneer ik nadenk over alles wat deze jaren ons hebben afgenomen, vraag ik me ook af hoe mijn familie zich deze periode van ons leven zal herinneren. Misschien zal mijn nichtje mij op een dag, wanneer zij ouder is, vragen: “Oom, hoe heb je al die jaren volgehouden?” Ik zal haar zeggen: “Mijn kind, telkens wanneer het leven me bijna deed opgeven, dacht ik aan jou, mijn moeder en jouw moeder. Jullie liefde en mijn verantwoordelijkheidsgevoel voor jullie allemaal gaven mij de kracht om door te gaan.”
Ik ben Nederland dankbaar dat het me veiligheid en de kans heeft geboden om mijn leven opnieuw op te bouwen. Wij Pakistaanse christenen vormen een eigen religieuze minderheid, met ons eigen christelijke geloof, onze eigen identiteit, waarden en ervaringen.

Veel van de waarden die wij met ons meedragen, zoals respect voor de menselijke waardigheid, vrijheid van geloof, gelijkwaardigheid, verantwoordelijkheid en vreedzaam samenleven, sluiten nauw aan bij die van de Nederlandse samenleving.
Die is mede gevormd door een christelijk erfgoed: een erfgoed dat leerde dat de vreemdeling een gezicht heeft, dat de kwetsbare waardigheid bezit en dat ieder mensenleven waarde heeft. Die waarden voelen voor mij niet vreemd. Ik herken ze. Onder heel andere omstandigheden en duizenden kilometers hiervandaan maakten ze ook deel uit van de wereld waarin ik ben opgegroeid.
Wij komen misschien uit kerken waarvan u de klokken nooit hebt gehoord, zingen liederen in talen die u niet verstaat en dragen verhalen mee uit een land dat velen van u nooit hebben gezien. Maar wanneer die klokken ons naar de kerk roepen, roepen ze ons tot hetzelfde geloof.
En wanneer sommigen van ons nu in Europa veiligheid zoeken, zoeken we meer dan alleen een veilig land. Misschien zoeken we ook naar dat stille gevoel dat we onze weg terug hebben gevonden tussen mensen van hetzelfde geloof. We hebben misschien heel lang ver van elkaar geleefd, maar dat hoeft niet te betekenen dat we vreemden zijn.
‘We hebben misschien heel lang ver van elkaar geleefd, maar dat hoeft niet te betekenen dat we vreemden zijn’
Wij vragen de Nederlandse bevolking onze identiteit te begrijpen en ons de kans te geven deel uit te maken van deze samenleving. Niet als vreemdelingen, maar als buren en medeburgers. Ik vraag alleen dat het systeem de mens achter elke zaak ziet en die persoon met rechtvaardigheid, zorg en waardigheid behandelt. Ik ben niet slechts een zaaknummer, een verblijfsvergunning of een dossier dat op iemands bureau ligt te wachten. Ik ben meer dan een dossier. Ik ben Romail.
Er zijn geen artikelen gevonden