Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Spotprent van de Engelse schrijver G.K. Chesterton door James Montgomery Flagg, 1914.
Beeld: Wikimedia Commons

Essay

Wakker worden: Chesterton versus de complotdenkers

Politicoloog en historicus

08 juli 2026

De mens zoekt graag houvast in logische en bevredigende theorieën. Ketterijen, waan- en complotdenken zijn daar extreme varianten van. Dit soort theorieën maken de werkelijkheid kleiner dan zij is. De katholieke Britse schrijver G.K. Chesterton roept juist op je te laten verrassen door een werkelijkheid die grootser is dan wij kunnen bevatten.

De recente NPO-serie Wakker in Paraguay volgt Nederlanders die naar Paraguay zijn gevlucht omdat ze ervan overtuigd zijn dat de Nederlandse overheid het slechtste met hen voorheeft. Of eigenlijk: ze denken dat iedere vorm van overheid het slechtste met haar burgers voorheeft, maar in Paraguay is deze overheid nou eenmaal zo zwak dat die geen bedreiging vormt.

Allesverklarende theorie

In aflevering twee zien we hoe een paar van deze complotdenkers tijdens een cursus Spaans worden geconfronteerd met mensen die niet in hun theorie geloven en daar ook nog eens goede redenen voor hebben. Al pratend over de coronapandemie zegt de taaldocente: “Hier kent iedereen elkaar. Wij kenden ook de artsen. Als zij verkeerd geïnformeerd waren of verkeerd geïnstrueerd, dan wisten zij dat niet, want zij geloofden echt wat ze zeiden.”

Een beeld uit de NPO-serie 'Wakker in Paraguay'.
Foto: VPRO

De ‘wakkere’ Nederlanders weten wel beter dan in zulke duidelijke overheidspropaganda te geloven. Een van hen vraagt dan ook: “Hoe weet je dat? Dat ze niet werden beloond of bedreigd?” Dan klinkt er uit de mond van een medecursist een antwoord waar de complotdenkers geen rekening mee hadden gehouden in hun allesverklarende theorie van gemanipuleerde of manipulerende artsen: “Omdat ook zij stierven.”

Menselijkheid als tegengif

Deze scène herinnerde mij aan wat de Britste schrijver G.K. Chesterton (1874-1936) zegt over de ondoordringbare logica van drie andere theorieën: ketterijen, waanbeelden en atheïsme. Maar ook aan het tegengif dat hij daar honderd jaar geleden tegen bood: menselijkheid. Ik geloof dat zijn lessen ons vandaag kunnen helpen om te gaan met complotdenkers en ons ook kritisch laat kijken naar ons eigen gebruik van theorieën.

advertentie

Maar eerst: wat is een theorie eigenlijk, en wat doet een theorie? Volgens mij gebruikt de mens theorieën (wetenschappelijk, politiek, religieus, ethisch) om een realiteit, die eigenlijk te willekeurig of complex is om zomaar in te kunnen leven, behapbaar te maken.

Als dit gepaard gaat met een besef dat een theorie per definitie een versimpeld beeld van de realiteit laat zien, is dit prima. Maar als je dit besef verliest, verval je in een verabsolutering van je theorie en ben je niet meer ontvankelijk voor de complexiteit, gelaagdheid, schoonheid en tegelijkertijd de afschuwelijkheid van alles in het aardse bestaan dat niet in je theorie past.

Ketters

Een van de theorieën waartegen Chesterton zich richt zijn ketterijen. Dit zijn theorieën die wat logica betreft een bevredigend verhaal over de religieuze werkelijkheid vertellen, maar wel een verhaal dat aan deze werkelijkheid geen recht doet. Als je bijvoorbeeld kijkt naar het manicheïsme, de ketterij die Augustinus vóór zijn bekering een tijdje heeft aangehangen, zien we duidelijk hoe een logische en bevredigende theorie over het natuurlijke en bovennatuurlijke tot een in essentie foutieve overtuiging komt.

Augustinus was tot deze ketterij aangetrokken omdat het een logisch alternatief bood op de onbevredigende christelijke theorie van goed en kwaad: hoe kan God tegelijkertijd almachtig en liefdevol zijn, en toch het kwaad toestaan? Komt het kwaad dan van een goede God? Het manichese alternatief leert dat de goede god een gelijkwaardige strijd voert met de kwade god, waarbij alle kwade dingen de overwinningen van de kwade god zijn.

Waandenkers

Klinkt redelijk, zou je zeggen. Maar hiermee doet deze ketterse theorie dus de complexiteit tekort: als we de Bijbel moeten geloven, bijvoorbeeld het boek Job, is de strijd tussen God en de duivel niet een gelijkwaardige strijd, maar staat God boven de duivel. Zo’n verhaal is echter te complex om in een logisch kloppende theorie te passen.

Hoewel het verleidelijk is om complotdenkers weg te zetten als wappies, moeten we beseffen dat zij een oprechte poging doen om de chaotische werkelijkheid begrijpelijker te maken

In zijn kritiek op de gesloten theorieën van atheïstische evolutionisten uit zijn tijd vergelijkt Chesterton hun wereldbeeld, polemisch als hij altijd is, met dat van waandenkers. Een waandenker heeft een absurde maar wel logische opgebouwde theorie over hoe de werkelijkheid in elkaar steekt, bijvoorbeeld dat iedereen ter wereld het op zijn welzijn voorzien heeft, of dat hij God is.

Tegenargumenten zijn kansloos

De geslotenheid van de theorie zorgt ervoor dat alle mogelijke tegenargumenten in het waanbeeld gepropt kunnen worden. Hoewel de werkelijkheid zoveel complexer en verrassender is dan deze persoon denkt, zal hij of zij hier op basis van logica niet van overtuigd kunnen worden.

Datzelfde geldt volgens Chesterton voor atheïsten die er heilig van overtuigd zijn dat alle hogere waarden die mensen aan iets toekennen, zoals ethiek of religie, menselijke constructen zijn.

Overlevingsmechanisme

In een ontroerend hoofdstuk in zijn boek De magie van het geloof omschrijft theoloog Kees van Ekris hoe mensen die lijden aan waanbeelden met alle macht proberen vat te krijgen op een wereld die voor deze personen onleefbaar is geworden, eventueel als gevolg een specifiek trauma, “daarbij gebruikmakend van een logica die voor ieder ander onnavolgbaar is, maar voor de persoon in kwestie levensnoodzakelijk. Het is een overlevingsmechanisme, een wanhopige, vindingrijke poging tot coherentie, tot innerlijke orde; een strategie om het eigen leven leefbaar te houden”.

En hier komen we dan weer terug bij de complotdenkers uit Paraguay. In principe kan je een complottheorie gelijkstellen aan een waan, alleen dan op het niveau van de hele samenleving. Hoewel het verleidelijk is om complotdenkers weg te zetten als wappies – en ik betrap mezelf ook vaak op een schampere reactie op hun uitingen – moeten we beseffen dat, net zoals de psychische patiënten bij Van Ekris, zij een oprechte en wanhopige poging doen om de chaotische en complexe werkelijkheid wat simpeler en begrijpelijker te maken.

Dikke pech

En zoals de psychische patiënt misschien een persoonlijk trauma heeft waardoor hij zijn vertrouwen in de mensen om zich heen heeft verloren, kan een complotdenker iets traumatisch hebben meegemaakt waardoor hij zijn vertrouwen in de hele samenleving of de overheid heeft verloren, zoals de impact van coronamaatregelen of de afschuwelijke gevolgen van de toeslagenaffaire.

‘Een wijs mens verspilt geen energie aan het weerleggen van de logica, maar probeert contact te maken met de angst onder de waan’

De waarheid, dat het kwaad ze willekeurig is overkomen, dat het gewoon dikke pech was, biedt natuurlijk minder houvast en bevrediging dan de gedachte dat iets of iemand jou bewust het leven zuur maakt.

Wijze les

Het probleem en de oorzaak zijn intussen duidelijk: de realiteit waarmee mensen te maken hebben is soms te willekeurig, pijnlijk en complex, en een absoluut geloof in een specifieke versimpelende theorie biedt hierin houvast. Maar is er ook een oplossing? Van Ekris laat bovenstaand citaat volgen door een les die Chesterton ons honderd jaar geleden ook al leerde: “Een wijs mens verspilt geen energie aan het weerleggen van de logica, maar probeert contact te maken met de angst onder en in de waan.”

Maar wat moet je dan tegen deze patiënt zeggen, als logica geen zin heeft? Chesterton heeft daar een duidelijk antwoord op: laat zien dat je meegaat in hun redenatie, dat je hen serieus neemt, maar laat zien dat hun redenatie fundamenteel tekortdoet aan de zaken die het leven de moeite waard maken, zoals “hoop, moed, dichtkunst en initiatief”. Doe een beroep op de menselijkheid die wij allen delen.

Een erg kleine God of duivel

Juist omdat de taaldocente en medecursist uit Wakker in Paraguay laten zien dat ze meegaan in het paradigma van de complotdenkers, zijn ze in staat om dit paradigma door te prikken. Door te refereren aan het sterven van individuele artsen dwingen ze de complotdenkers om vanuit hun simpele theorie naar iets onverklaarbaars als menselijke zelfopoffering te kijken.

Zo oppert Chesterton om tegen een waandenker die ervan overtuigd is dat hijzelf God is te zeggen: “Als dat zo is, vind ik God wel erg klein.” Tegen de complotdenkers uit Wakker in Paraguay die ervan overtuigd zijn dat de overheid gelijkgesteld kan worden aan de duivel, zou ik in navolging van Chesterton dan ook zeggen: “Als dat zo is, vind ik de duivel wel erg klein.”

Bescheidenheid en zelfkritiek

Volgens mij draait heel Chestertons oeuvre dan ook om dit simpele idee: God is groter, absurder en verrassender dan wij ons kunnen voorstellen, net als de slechtheid van de duivel. De duivel valt niet te reduceren tot iets kleins als de Nederlandse overheid, maar is een macht die in ieder van ons werkzaam is – hoe fijn het ook is om de duivel alleen in de allergrootste misdadigers te zien. Hoe meer je dit benadrukt, hoe groter het verlossende en absurde offer van Christus wordt.

Chestertons visie van orthodoxie roept op om altijd naar de grootheid van God te blijven zoeken. Probeer God niet te vatten in een logische maar ketterse redenering, maar bekleed jezelf met de deugden van bescheidenheid en zelfkritiek, en maak jezelf ontvankelijk voor de gedachte dat de waarheid nog vele malen groter is dan wij met onze logica en gevoelens kunnen bevatten.

Lees meer

Dit artikel is afkomstig uit Katholiek Nieuwsblad van deze week.