
Nieuw ingevoerde regels voor de Romeinse Curie zouden het einde kunnen inluiden van het Latijn als officiële taal van kerkelijke instituten. Maar zal het echt zo’n vaart lopen?
Op sociale media werd het her en der al samengevat als: ‘Vaticaan schaft Latijn af’. Goed voor ophef natuurlijk, en het zou inderdaad wat zijn: is het niet net één van die onnavolgbare, prachtige eigenaardigheden van de katholieke Kerk dat zij een dode taal als voertaal in leven houdt?
Maar zoals wel meer op sociale media was de bewering wat al te kort door de bocht. Wat is er echt aan de hand? Op 23 november, hoogfeest van Christus Koning, zette paus Leo XIV zijn handtekening onder een tweetal documenten die eigenlijk alleen voor Vaticaanse insiders interessant zijn: het Algemeen regelement van de Romeinse Curie en het Algemeen regelement van het personeel van de Romeinse Curie.
In feite was het niet veel meer dan de bureaucratische vertaalslag van wat paus Franciscus in 2022 al in zijn apostolische constitutie Praedicate Evangelium – een soort ‘grondwet’ voor het kerkelijke bestuursorgaan – had geschreven. De regelementen behandelen vooral praktische zaken, van arbeidsomstandigheden tot de beveiliging van IT-systemen.
Maar saillant in dit opzicht is het uiterst summiere hoofdstukje XIII, artikel 50, van het eerstgenoemde regelement. Dat handelt over de Lingue in uso, gebruikte talen.
Voor alle helderheid: daarin staat nu net niet dat Latijn wordt afgeschaft als voortaal – sterker nog, net als in eerdere regelementen bepaalt het dat alle officiële curiedocumenten “in de regel” in het Latijn moeten worden opgesteld, en dat het Vaticaanse staatssecretariaat zelfs een speciaal bureau voor de Latijnse taal in let leven roept ten dienste van de Curie.
Er wordt echter één kleine bijzin aan toegevoegd: “…in het Latijn of in andere talen” staat er. En vervolgens wordt ook nog duidelijk gemaakt dat de belangrijkste documenten ook altijd vertaald moeten worden “in de talen die tegenwoordig het meest verspreid zijn”.
De reden lijkt simpel: hoezeer we het Latijn ook waarderen, weinigen spreken of lezen het nog echt, en dat maakt de communicatie tussen kerkelijke instituten er niet makkelijker op. De geest van dit document is er sowieso één van verstaanbaarheid, transparantie en dienstbaarheid van de Curie aan bisdommen en gelovigen wereldwijd – precies zoals Praedicate Evangelium beoogde.
In de praktijk zou dit goed kunnen betekenen dat het Latijn inderdaad steeds zeldzamer gaat worden in officiële documenten – zo bevestigden niet bij naam genoemde Vaticaanse officials ook tegen de Catholic Herald. Maar het is zeker niet zo dat Latijn opeens wordt losgelaten als voertaal.
Nog zo’n heerlijke katholieke eigenaardigheid: wij katholieken schaffen geen regels af wanneer ze beginnen te knellen, we voegen gewoon een paar nieuwe regels toe.
Er zijn geen artikelen gevonden