Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Interview

Aalmoezenier onderzocht gewetensnood bij veteranen: ‘Militair werk verandert mensen’

14 januari 2026

Aalmoezenier Sanneke Brouwers: “Veel militairen hebben een morele motivatie: je waagt je leven niet zomaar.”
Foto: Jesper Oosterlaak

Er is te weinig aandacht voor de morele vragen van militairen, vindt aalmoezenier Sanneke Brouwers. Daarom deed ze onderzoek naar de moraliteit van het militaire beroep. “Schuld kan destructief worden.”

Wanneer Sanneke Brouwers terugkijkt op de achttien jaar waarin ze aalmoezenier is binnen de Nederlandse krijgsmacht, ziet ze vooral één ding duidelijker dan ooit: het gesprek over morele vragen en gewetensnood bij militairen moet veel explicieter gevoerd worden.

Begin december promoveerde ze aan de Tilburg School of Catholic Theology op haar onderzoek naar gewetensnood bij veteranen. Wat gebeurt er met een mens wanneer je weet wat juist is om te doen, maar niet kúnt handelen? En wat betekent dat voor identiteit, geloof en samenleving?

Vijandsbeeld

Brouwers studeerde theologie, groeide op in Nijmegen, is getrouwd en werkt bijna twee decennia bij Defensie. Acht jaar geleden ontstond het idee om promotieonderzoek te doen.

De vraag naar de moraliteit van het militaire beroep begon al eerder, toen ze nauw betrokken was bij de zorg voor militairen die werden uitgezonden naar Afghanistan. Tijdens de opleidingsperiode viel haar iets op wat haar niet meer losliet.

Ze zag hoe jonge militairen soms zonder veel reflectie een vijandsbeeld overnamen van hun instructeurs. Niet in een oorlogsgebied, maar gewoon op Nederlandse bodem. Het triggerde haar vraag waarom er binnen het zorgsysteem wel aandacht was voor gedrag, trauma en adaptatie, maar nauwelijks voor de morele component van militair werk.

‘Kompas opnieuw ijken’

“Militairen keren altijd terug via een derde locatie om af te schakelen”, vertelt ze. “Er wordt veel gepraat over gedragsmatige aanpassing. Het is misschien spannend om weer in de auto op de snelweg te rijden.”

“Dat is belangrijk, maar er werd weinig gezegd over de morele lading van een missie. Terwijl je op uitzending een heel ander moreel kompas hebt dan thuis. Dat kompas moet opnieuw geijkt worden.”

Doen wat gezegd wordt

Die spanning werd het uitgangspunt van haar onderzoek. Moral distress, moral injury, gewetensnood: termen die de afgelopen jaren steeds vaker klinken, maar waarvan Brouwers benadrukt dat ze niet nieuw zijn. “Voor katholieken is het woord gewetensnood heel vertrouwd. Maar het is natuurlijk niets nieuws dat mensen in oorlog gewetensvragen krijgen. Wat wel nieuw is, is hoe we erover praten.”

“Ik geloof dat er altijd ruimte is voor verzoening. Dat is een diepe christelijke overtuiging.”

Juist in de militaire context is dat gesprek noodzakelijk, omdat militairen handelen binnen een strikte bevelsstructuur. “Zij kunnen niet hun eigen morele kompas volgen, maar moeten doen wat gezegd wordt. Dat is uniek. En ze worden bijna altijd ingezet in situaties waarin menselijke waardigheid onder druk staat.”

‘Religieuze motivatie’

Als aalmoezenier ziet ze de morele worstelingen van dichtbij. Over de vraag of dit haar eigen geloofsleven beïnvloedt, hoeft ze niet lang na te denken: “Ik zie dat militair werk mensen verandert. Dat geldt ook voor mij.”

“Je hoort over wat er in de wereld misgaat. Voor mij is dat verbonden met het geloof. Ik denk dat we ons dat aan moeten trekken. Het is een religieuze motivatie om dit te beschrijven en aandacht te vragen voor wat er echt gebeurt.”

Alsnog iets betekenen

Zelf ervoer ze ook morele spanning toen zij werd uitgezonden naar Turkije, in de periode dat de Syrische burgeroorlog op z’n hevigst was. Hoewel de Nederlandse missie daar relatief rustig verliep, zagen militairen via luchtbeelden de vernietiging van Aleppo.

advertentie

“Dat zijn ook oorlogshandelingen. De abstracte oorlogsvoering baart mij zorgen. Het gevaar is dat oorlogsvoering daardoor op afstand voelt, terwijl de impact enorm is.”

Toen ze na terugkomst in Nijmegen betrokken raakte bij vrijwilligerswerk in de noodopvang voor Syrische vluchtelingen, voelde dat als een manier om alsnog iets te betekenen. “Je bouwt vriendschappen op. Het gaf me het gevoel dat ik iets kon doen wat daar niet kon.”

Machteloosheid

Die machteloosheid vormt een belangrijke conclusie van haar onderzoek. Militairen zijn getraind om te handelen. Worden ze tegengehouden, om politieke of operationele redenen, dan kan dat diep ingrijpen. Brouwers noemt Srebrenica als voorbeeld, maar ook Libanon.

Wat veteranen raakt, is niet alleen de machteloosheid ter plaatse, maar vooral het gebrek aan maatschappelijke erkenning daarna. “Het is afschuwelijk om erbij te staan en niet te mogen ingrijpen. Maar daarna niet erkend worden, dat gaat misschien nog dieper.”

“Militairen zijn loyaal. Als die loyaliteit niet beantwoord wordt, tast dat het vertrouwen in mensen, politiek en samenleving aan.”

Dader, overlever, gefaalde helper

Binnen haar onderzoek onderscheidt ze onder andere de militair als dader, overlever of gefaalde helper. Vooral die laatste rol raakte haar, “omdat daar die machteloosheid zo in zit”.

“Veel militairen hebben een morele motivatie. Je waagt je leven niet zomaar. Als je dan vanuit die motivatie iets niet kunt doen of iemand teleurstelt, raakt dat heel diep.”

Trauma

Voor de interviews in haar onderzoek sprak ze vijfentwintig veteranen. Een deel van hen had PTSS (posttraumatische stressstoornis). Dat maakt moral distress niet hetzelfde als trauma, maar het kan wel samen voorkomen.

“Het lijden in de wereld geeft ons de kans om verbinding te maken.”

“PTSS kan complex zijn”, legt Brouwers uit. “Dan is het belangrijk om te kijken of er ook een morele laag speelt. Soms bemoeilijkt de morele belasting of het gevoel in de steek te zijn gelaten de integratie in de samenleving. Veteranen die in het groen blijven lopen, altijd een slaapzak bij zich hebben of liever in het bos slapen. Dat gaat over identiteit.”

Schuld en schaamte

Die identiteit speelt een grote rol bij schuld en schaamte, begrippen die voor Brouwers ook theologisch betekenisvol zijn. “Schuld is een moreel gezond gevoel. Het confronteert ons met wat we niet goed hebben gedaan en zet ons in beweging om te leren, te herstellen.”

“Maar schuld kan ook destructief worden. Schaamte is nog ingewikkelder, omdat het over de identiteit gaat. Iemand die zich schaamt, trekt zich terug.”

Brouwers tijdens een bezoek aan het Mariaheiligdom in Lourdes.
Foto: eigen foto

Ze probeert in zulke situaties te laten zien dat een mens meer is dan zijn rol of zijn fouten. “Ik geloof dat er altijd ruimte is voor verzoening. Misschien niet voor dat specifieke incident, maar wel elders. Dat is een diepe christelijke overtuiging.”

De Kerk kan volgens haar een belangrijke rol spelen door te bidden voor slachtoffers, vluchtelingen en veteranen, en door het gesprek over oorlog en veiligheid niet te mijden. “Geloven is niet alleen iets van de kerkelijke ruimte. Het is ook in het dagelijks leven, de ander tot naaste zijn. Het lijden in de wereld geeft ons de kans om die verbinding te maken.”

Geen stappenplan

Over de concrete inzet van haar onderzoek is ze voorzichtig. Het levert geen stappenplan op, maar wel inzichten die de praktijk kunnen verdiepen. Bijvoorbeeld over het explicieter meenemen van morele vragen in veteranenzorg.

“Het enige wat ik heb gedaan is ervaring in kaart brengen. Gewetensnood is niet iets dat je wilt uitbannen. Het is juist een teken van geestelijke gezondheid. Je zou je geen krijgsmacht willen voorstellen waarin mensen daar geen last meer van hebben.”

Dit artikel delen: