Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Interview

Bidden in woord en beeld: Willem Jan Otten en Paul van Dongen over hun nieuwe boek, samenwerking en geloof

Illustrator Paul van Dongen (links) en schrijver Willem Jan Otten.
Beeld: Lot de Pont | Mark Kohn

In Amen – eerder verschenen als de serie Onuitsprekelijke verzuchtingen in KN – onderzoeken schrijver Willem Jan Otten en beeldend kunstenaar Paul van Dongen wat bidden werkelijk betekent. Tijd voor een gesprek over hun samenwerking, vriendschap en persoonlijke geloofsreizen.

De KN-lezers kennen jullie natuurlijk door jullie series in de krant. Hoe is jullie samenwerking ooit ontstaan?

Paul: “Willem Jan en ik kennen elkaar al ruim twintig jaar en wilden altijd iets samen doen, maar dat duurde even. Na zijn feuilleton De Mis die we moeten missen vroeg hij me mee te werken aan een nieuwe serie: hij zou de tekst doen, ik het beeld. Dat leek me heel leuk. Nadat we met hoofdredacteur Anton de Wit overlegden over de praktische kant, begonnen we meteen. Het was flink aanpoten, maar het lukte allemaal en we bleken goed op elkaar ingespeeld.”

Willem Jan: “We deden al vaker dingen samen. Als ik bij een uitgeverij een boek had, vroeg ik vaak of Paul het omslag kon maken. De basis van onze samenwerking ligt in onze vriendschap. We zijn altijd geïnteresseerd geweest in elkaars werk en we merkten dat we goed en intensief over geloof konden praten, iets wat zeldzaam is. Eigenlijk is onze samenwerking gewoon een soort voortzetting van dat gesprek. Dankzij de stukken in de krant hadden we een aanleiding om dat regelmatig te doen.”

Zijn jullie altijd katholiek geweest?

Paul: “Ja, ik wel. Maar ik ben ook heel lang weg geweest uit de Kerk, zoals bijna iedereen van mijn generatie. Ik ben als kind gedoopt, zelfs op tridentijnse wijze. Maar in de jaren zestig begon het al te rommelen. Mijn ouders kregen nare ervaringen met de pastoor en waren er helemaal klaar mee, en ik geef ze geen ongelijk, al vind ik het jammer. Dus ik ging ook de Kerk uit.

Pas rond mijn veertigste begon er iets te knagen. Er gingen dingen mis in mijn leven en ik kwam tot inkeer, al was het een lange weg. Via kunstenaar Marc Mulders leerde ik Willem Jan kennen, en dat werd een vriendschap die ook heel vruchtbaar bleek voor mijn geloof.”

https://www.kn.nl/inspiratie/

Willem Jan: “Ik ben geboren in Amsterdam. Mijn ouders scheidden toen ik tien was en daarna woonde ik met mijn moeder en broer in Hilversum. Ik kom echt uit een kunstenaarsmilieu. Mijn moeder voedde me alleen op en haar wereld was Montessori, dus humanistisch, niet religieus. Ik ben dus zonder Kerk en zonder gebed opgegroeid. En dat is belangrijk, want je merkt dat je gelovig bent als je begint te bidden.

In mijn jeugd was er een kennis die me probeerde mee op te voeden. Van hem leerde ik het Onzevader. Ik bad het niet, maar het zat wel in mijn hoofd, als een soort mantra. Dus hoewel ik zonder religie ben opgegroeid, droeg ik die woorden altijd bij me. Wat ze echt betekenden, ontdekte ik pas toen ik katholiek werd.

Op mijn 43ste begon dat bekeerproces, op mijn 49ste ben ik gedoopt. Dat kleine beetje geloof dat ik al had, in de vorm van dat gebed, kreeg toen pas betekenis. Sindsdien ben ik echt een ‘liturgiekatholiek’: ik houd van de Mis en heb die ook nodig om mijn vaak rommelige geloofsleven structuur te geven. Ik geniet er echt van. Ik ben veel kerkelijker geworden dat ik ooit had gedacht.”

Ik zag in de flaptekst van het nieuwe boek staan: ‘Waar je om vraagt, wordt van jou gevraagd’. Wanneer heb je dat zelf ervaren, dat gebed iets van je terugvroeg?

Willem Jan: “De zin komt een paar keer voor in de stukken over het Onzevader. Die stukken vormen eigenlijk het hart van het boek, en het waren ook de delen waar ik me het meest op verheugde toen we begonnen met schrijven. De reeks is begonnen als een onderzoek voor mezelf: wat is dat vreemde fenomeen van bidden precies? Bidden is een unieke vorm van bewustzijn, nauwelijks onderzocht in vergelijking met dromen of rationeel denken.

In een wereld waarin alles om succes draait, is bidden bijna een provocatie, een stille aanklacht tegen die cultuur

Tijdens het schrijven ontdekte ik dat juist het Onzevader dat fenomeen heel duidelijk laat zien. Dat gebed is als een fuik: je bidt naar buiten, tot God, maar gaandeweg wordt het een vorm van zelfonderzoek. De vragen die het Onzevader stelt, keren zich naar binnen. Aanvankelijk lijkt het alsof je iets van buitenaf verwacht: iets waar je om vraagt en dat van God moet komen. Maar naarmate je verder bidt, merk je dat het eigenlijk van binnenuit moet komen.

Vooral bij de zin: “vergeef ons onze schuld, zoals ook wij vergeven onze schuldenaren” kantelt het helemaal: wat je vraagt, wordt van jou gevraagd. Dat herken ik ook bij andere gebeden. Als ik bid om vergeving, onderzoek ik eigenlijk mezelf: wat moet er vergeven worden? En vaak merk ik dan dat ik mezelf moet vergeven.”

Je noemt bidden ook een soort antilichaam tegen de succescultuur. Hoe zie je die spanning tussen het stille gebed en de druk om zichtbaar en productief te zijn?

Willem Jan: “Een van de wonderlijke dingen aan gebed is dat het volstrekt improductief is. Je produceert letterlijk niets. Zelfs als ik voorbeden opschrijf, publiceer ik ze niet. Als schrijver ben ik gewend dat denken leidt tot productie. Tot zinnen, gedichten, teksten. Gebed is het tegenovergestelde: een manier van denken die niets oplevert, maar mij juist volledig vervult.

Dat staat haaks op de productiedwang van de samenleving. In een wereld waarin alles om gelding en succes draait, is bidden bijna een provocatie, een stille aanklacht tegen die cultuur. In mijn parochie zie ik opvallend veel jongeren de laatste jaren, vooral sinds covid. Volgens mij zoeken ze juist iets buiten die ratrace, een uitweg uit de druk van prestatie en snelheid.”

En jullie hebben ook zo’n bekering als deze jongeren doorgemaakt?

Paul: “Ja, ik eigenlijk wel. Geloof is een voortdurend bewegen met vallen en opstaan. Toen Willem Jan mij belde voor wat later Wie zeggen de mensen dat Ik ben werd, zat ik juist in een heel donkere periode. Ik ging nog wel naar de kerk, maar vaak zonder aandacht. Toch zei ik ja, omdat ik Willem Jan vertrouwde.

Die samenwerking heeft mijn geloofsleven echt nieuwe inhoud gegeven. We spraken elkaar heel regelmatig, bijna zoals een Mis, en gingen in die gesprekken heel diep. Dat heeft me goed gedaan. Het geloof moet je elke dag opnieuw ontdekken. Het is niet iets dat je eenmaal begrijpt en dan met je meedraagt.

En ook met de nieuwe reeks over het gebed dacht ik in eerste instantie: hoe moet ik daar als kunstenaar iets mee? Bij het vorige boek konden we gemakkelijk samen beelden verzinnen, maar nu vroeg hij me juist om nog dichter bij mijn eigen werk te blijven, vanuit de mystiek en de natuur. Dat heb ik gedaan.

Alles wat me te binnen schoot, tekende en etste ik. En dat heeft mij ook weer heel goed geholpen om toch mijn eigen geloof of de kwaliteit daarvan weer eens onder de loep te nemen. Je hebt elkaar gewoon nodig om überhaupt in het geloof overeind te blijven.”

Hoe verloopt jullie samenwerking praktisch?

Willem Jan: “Nou, heel simpel. Ik had een vrij grote lijst met dertig onderwerpen die ter sprake zouden kunnen komen in verband met bidden. De ondertitel van het boek luidt Essay over bidden, maar dat was oorspronkelijk Over bidden, dromen, doezelen en poëzie. Dus vier manieren om je verbeelding te gebruiken, anders dan rationeel oplossend denken.

Voorafgaand aan het schrijven en het maken van de illuminatie, zoals wij het bijbehorende beeld zijn gaan noemen, belden we elkaar op zondagavond. Dan bespraken we welk onderwerp we die week behandelden. Meestal had ik daar een plan bij, want het was mijn taak om te zorgen dat het geheel klopte en alles uit elkaar voortvloeide.

Bijvoorbeeld: ‘Als een merel zingt, is dat dan ook bidden? Kunnen dieren bidden?’ Daar had ik al een klein beeld bij. Terwijl we praatten, sparden we: ik check of mijn gedachtegang hout snijdt of zin heeft.”

Bidden is aandacht geven, tijd stilzetten, en dat doe je ook als je een schelpje, vlindertje of bloemetje tekent

Paul: “Dit boek over bidden is heel erg naar binnen gekeerd. De gedachten gaan diep en worden bijna onstoffelijk. In eerdere projecten was alles open en naar buiten gericht en ‘springerig’. Hier moest ik een houvast vinden. Tijdens mijn natuurwandelingen viel mijn oog op dingen – en wat bleef hangen, dat moest iets met het onderwerp te maken hebben.

Zo gaat een van de stukken over het gebed van Dominicus, een gebed met gebaren. Ik zag het voor me, en het viel samen met een tuin vol slakken. Het leek wel een choreografie van beestjes. Ik heb ze mee naar mijn atelier genomen, getekend en geëtst. Misschien lijkt het op het eerste gezicht los te staan van de tekst, maar het past er prachtig bij. Net zoals bij middeleeuwse gebedenboeken: kleine illustraties in de kantlijn lijken los te staan, maar dragen eraan bij.”

https://www.kn.nl/donaties/

Willem Jan: “Paul had zichzelf een heel duidelijke opdracht gegeven: binnen deze reeks uitsluitend uit de natuur putten. Een wijde maar tegelijkertijd heel erg beperkte opdracht, wat ik heel interessant vond. Een kunstwerk is zo goed als de afspraak die de kunstenaar met zichzelf gemaakt heeft. Ik voelde steeds sterker dat Pauls bezigheid op zichzelf een vorm van bidden is. Het is aandacht geven aan de scheppingsgever. Al die tekeningen samen vormen een soort dankbaarheidshymne voor de schepping.”

Paul: “Ja, ik vond het belangrijk om één techniek te kiezen. Ik wilde alle creaturen tekenen tot aan de zesde scheppingsdag; geen mensen, geen zoogdieren. Bidden is aandacht geven, tijd stilzetten, en dat doe je ook als je een schelpje, vlindertje of bloemetje tekent.”

Wat hopen jullie dat lezers ontdekken in het nieuwe boek?

Paul: “Het boek kan heel behulpzaam zijn voor mensen die niet goed weten hoe ze moeten bidden. Het biedt manieren om even terug te keren tot jezelf of de wereld stil te zetten. Het heeft ook mij geholpen om zorgvuldiger te worden. Het gaat over nadenken over bidden, en is geen gebedenboek in de klassieke zin. Maar het laat zien wat er gebeurt als je in contact wil komen met God. Iedereen herkent dat, gelovig of niet.”

Willem Jan: “Maar wacht even: het is geen zelfhulpboek. Het is geen: hoe moet ik bidden? Het is een boek dat verwondering uitspreekt over hoe verwarrend bidden kan zijn. Tegelijkertijd ben ik zelf geen geniaal bidder. Er bestaan trouwens ook geen talentvolle bidders. Het verlangen naar bidden is wat telt.”

Hoe houd je gebed bespreekbaar zonder het te versimpelen, zeker in een tijd waarin religieuze taal ouderwets klinkt?

Willem Jan: “Ik probeer het bespreekbaar te maken. Iedereen weet al wat bidden is. Veel mensen gaan biddend met hun doden om, ook zonder geloof. Het gebeurt vanzelf. Mensen die het doen, verlangen ernaar. Het Onzevader is het gebed der gebeden. Het vormt het hart van het boek. Als je mensen wil vertellen wat bidden is, begin dan met het Onzevader. Door er woord voor woord over na te denken, ontdek je opnieuw de betekenis.”

Willem Jan Otten & Paul van Dongen, Amen. Essay over bidden
Uitgeverij: Skandalon
Pagina’s: 208 | € 27,99
> BOEK BESTELLEN

Dit artikel delen:

Steun katholieke journalistiek

Belangrijker dan ooit:
steun katholieke journalistiek

Ontvang het laatste nieuws in je mailbox

© Katholiek Nieuwsblad | 2026