Redacteur

Ontkerkelijking, kerksluitingen en een kleiner wordende gemeenschap vormen het decor waarin bisschop Hans van den Hende leidinggeeft aan het bisdom Rotterdam. Toch laat hij zich niet meeslepen door somberheid of bestuurlijk denken alleen. In een gesprek over missie, geloof en verantwoordelijkheid staat hij stil bij het zeventigjarig jubileum van zijn bisdom.
Beleidsnota’s, begrotingen en fusietrajecten. Het zijn allemaal processen waar een bisdom mee te maken krijgt in deze tijden van ontkerkelijking. Maar voor bisschop Hans van den Hende (62) draait het vooral om wat er in de harten van gelovigen gebeurt. “Het belangrijkste is dat we ons steeds opnieuw richten op de missie die wij van de Heer hebben ontvangen”, benadrukt hij. “Documenten en procedures zijn daaraan ondergeschikt.”
Het gesprek is nog maar net begonnen of de van oorsprong Groninger vertelt over een anekdote uit het jaar 1983. Het was 4 oktober, de dag van de verschijning van het allereerste exemplaar van Katholiek Nieuwsblad, toen de jonge student Van den Hende zich naar de Bruna in Utrecht snelde om de nieuwe krant te kopen. De krant verscheen toen nog twee keer in de week, het aantal abonnees lag beduidend hoger, evenals het aantal katholieken dat een Mis bezocht.
Dit artikel is niet gevonden
In lijn met de situatie van de Nederlandse Kerk werd KN gaandeweg steeds kleiner, memoreert de bisschop, gezeten aan een lange massieve houten tafel in zijn bisschopskantoor in hartje Rotterdam. Ook zijn bisdom moet het hoofd zien te bieden aan de uitdagingen van een krimpende Kerk. Maar de situatie lijkt de bisschop niet al teveel te verontrusten. Er zijn redenen genoeg om een bisdomsjubileum te vieren, zegt hij, maar wel met realisme.
“We zijn kleiner geworden als Kerk. Je moet soms kerkgebouwen sluiten. Dat is een pijnlijk proces. Dus je viert niet feest alsof er niks aan de hand is. Dit jubileumjaar is voor mij een moment om te markeren: zo ver heeft de Heer ons gebracht. En een moment om samen met Hem op weg te gaan. Ik wil dit jubileumjaar met diepgang markeren.”
Dat gebeurde onder meer met een bisdombrede eucharistieviering afgelopen zondag, waarmee het zeventigjarig jubileumjaar werd geopend. De activiteiten rondom het jubileum verschijnen nog op de site van het bisdom, vertelt de bisschop, het jaar zal vooral in het teken staan van de missie van de Kerk. Een breed begrip, waar veel parochies tegenwoordig invulling aan proberen te geven. Wat bedoelt hij er precies mee?
Deze pagina is niet gevonden
“Waartoe zijn wij Kerk? Niet omwille van onszelf, maar om de boodschap van Christus te verkondigen. We willen in het komend jaar ook als gelovigen meer verbinding met elkaar zoeken. Ik hoop dat het jubileum mensen extra enthousiast hiervoor maakt. Maar ook dat mensen ontdekken dat we als Kerk Gods woord allereerst verkondigen en zijn liefde voorleven.”
Wat betekent dat concreet voor parochies en gelovigen in uw bisdom?
“Het doopsel roept ons op om onze roeping te ontdekken en onze verantwoordelijkheid als Kerk te voelen, jong en oud, lokaal en internationaal. Onze missie is niet alleen voor onszelf. Door te vieren, te getuigen en te dienen brengen we anderen dichter bij Christus. Het vraagt een gezamenlijke inzet van iedereen, geleid door de Heilige Geest. Dat betekent ook dat we een gewetensonderzoek moeten doen. Hoe werkt de zondag bijvoorbeeld door in ons leven? Hoeveel waarde hechten wij aan de zondag als gezamenlijke start als katholieken op de dag van de verrijzenis?”
Hoe ondersteunt u gelovigen om dit bewustzijn te vergroten?
“De afgelopen jaren hebben we themajaren gehouden om aspecten van het geloof te verdiepen, zoals een jaar van het gebed, van het Woord van God of van de sacramenten. Je merkt dat deze thema’s op veel plaatsen in het bisdom opnieuw gaan leven, wat vooral helpt voor mensen die hun geloof moeilijk onder woorden kunnen brengen.”

Sommige zeggen: het lukt mensen niet om zelfbewuster hun geloof te beleven omdat de Kerk te ver van hen afstaat. Hoe reageert u op deze kritiek?
“Je kunt als bisschop heel snel de neiging krijgen om jezelf daartegen te verdedigen met allerlei argumenten. Maar dat is niet nodig. Waar wij als Kerk de deur open kunnen zetten voor het Evangelie moeten we dat doen. Dat betekent tegelijkertijd dat we onze identiteit als Kerk van Christus moeten vasthouden en verdiepen.
“De centrale plaats van de eucharistie mag niet verdwijnen. We mogen de diaconie niet laten ondersneeuwen. We moeten als Kerk proberen nog beter gestalte te geven aan onze roeping. Tegelijkertijd kunnen we mensen vragen wat zij bij zouden kunnen dragen als leerling van de Heer. Ik hoop dat mensen met pijn, teleurstellingen of verwijten, die te boven kunnen komen.”
Voor welke uitdagingen staat het bisdom Rotterdam?
“We leven in een tijd waarin mensen heel individualistisch opgroeien. Ik hoop dat we kunnen toegroeien naar het besef dat we een gemeenschap vormen. Niet zozeer in sociologische zin, maar dat wij bij hetzelfde lichaam van Christus horen. Het is belangrijk dat mensen de Kerk als hun thuis ervaren, maar ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid voelen.”
Wat bedoelt u daarmee?
“Wanneer je een kerk moet sluiten is er veel pijn. Zeker voor mensen die veel dierbare herinneringen koesteren aan hun kerk dicht bij huis. Ik hoop dat mensen in deze situatie niet een stapje terug doen. Ik hoop dat wanneer je opnieuw moet herschikken, nog evenveel mensen zich betrokken voelen vanuit hun doopsel om Christus te verspreiden. Ons bisdom heeft de opdracht om juist in tijden van ontkerkelijking, zich te herschikken om weer te kunnen groeien. We zijn geen instituut van afbouw, we zijn gesticht door Christus. Ook in moeilijke omstandigheden laat de Heer ons niet in de steek. Hij roept ons om onze zending nog serieuzer te nemen, ook wanneer je kerken sluit of minder mensen hebt.”
Zijn er ontwikkelingen die u als bisschop verontrusten, of situaties waarover u zich zorgen maakt?
“De zorgen van een bisschop zijn niet uniek. Als ik kijk hoe ouders met de nieuwe generatie kinderen moeten optrekken, vraagt dat veel verantwoordelijkheid. Er zijn natuurlijk wel zorgen, bijvoorbeeld over de verdeeldheid in de landelijke politiek. Waar vind je nog samenhang? Je deelt als bisschop in dezelfde zorgen en problemen van anderen. Maar binnen deze situatie heeft de Heer mij geroepen. Het is mijn taak om bisschop te zijn. De Heer zal mij nooit boven mijn krachten beproeven, daar ben ik van overtuigd.
“Ik ben ook bezorgd voor de mensen die God niet kennen. Ik zal me hierbij niet snel neerleggen of denken: ‘Dan zijn het er maar minder.’ Hoe kunnen we weer nieuwe mensen voor de Heer winnen? Hoe kunnen we Christus dichterbij brengen? Ik hoop dat we dit met de kracht van de Geest blijven doen en ook vruchten mogen zien. Dat is mijn grootste wens.”
'Ik hoop dat ik in woord en daad Christus laat spreken. Dat ik mensen uitnodig en niet afstoot. Dat is natuurlijk iets anders dan alleen de dingen roepen die een ander graag hoort.'
Waar put u nog verder hoop uit als bisschop?
“Het besef dat de Heer dit van mij vraagt. Of ik nou leuke, moeilijke of pijnlijke situaties meemaak. Alles is ondergeschikt aan het feit dat het mijn roeping is om bisschop te zijn. Daar put ik vreugde en hoop uit.”
Onze wereld maakt roerige tijden mee, gekenmerkt door oorlog, polarisatie en ideologische discussies. In hoeverre kan de Kerk een relevante stem hebben in onze samenleving?
“De katholieke sociale leer is een enorme rijkdom die de Kerk heeft. Paus Leo XIII (paus tussen 1878 – 1903, red.) schreef de encycliek Rerum Novarum in de tijd van de industriële revolutie. Hierin stelde hij dat de waardigheid van de menselijke persoon centraal staat. Uiteindelijk loopt de sociale leer door met de grote encycliek Laudato Si over de eerbied voor de schepping.
“Ik denk dat voor onze Kerk die sociale leer een hele belangrijke basis vormt voor onze inbreng in het maatschappelijk leven. Paus Benedictus zei: ‘Je kunt niet alle besluiten van politici overnemen, de rode draad is de liefde van Christus.’ Van daaruit kunnen wij spreken over onderwerpen als solidariteit, de waarde van het gezin of de waardigheid van de persoon bij geboorte, in leven en dood. En dat proberen we zo veel mogelijk te doen, hoewel je als Kerk slechts een stem vormt in het geheel. Maar ik denk dat we als Kerk nog steeds veel te bieden en te zeggen hebben, dat moeten we blijven doen.”
Deze pagina is niet gevonden
Wat zou u tegen mensen willen zeggen die niet geloven of de Kerk de rug hebben toegekeerd?
“Godsdienstvrijheid is een groot goed, maar betekent niet dat het voor God niet uitmaakt wat je kiest. Ik hoop dat we, met respect voor de vrijheid van iedere mens, toch mensen kunnen uitnodigen om hun hart te openen voor Christus. Het gaat er niet om onze overtuiging op te leggen, maar dat de Heer kan werken in het hart van mensen. Ook in mensen die de Kerk de rug hebben toegekeerd of nog niet hebben stilgestaan bij de waarde van het evangelie. Ik hoop, zonder mensen te overrulen of te bedisselen, dat zij in vrijheid de liefde van Christus leren kennen. En ik hoop dat ik daarin geen belemmering vorm.”
In welke zin?
“Dat ik zelf vanuit het geloof mag leven. Niet als een anti-voorbeeld, maar als teken dat het een verrijking van je leven is als je met God door het leven gaat. Dat is iets anders dan dat ik verwaand in de etalage ga zitten. Ik hoop dat ik in woord en daad Christus laat spreken. Dat ik mensen uitnodig en niet afstoot. Dat is natuurlijk iets anders dan alleen de dingen roepen die een ander graag hoort. Het gaat erom dat het evangelie hoorbaar, zichtbaar en voelbaar is.”
Dit artikel is afkomstig uit Katholiek Nieuwsblad van deze week.
Er zijn geen artikelen gevonden