
In een tijd waarin kloosters steeds vaker hun deuren sluiten, lijkt de roeping tot het religieuze leven in Nederland een stille wederopstanding door te maken. In het dominicanenklooster in hartje Rotterdam woont pater Augustinus Aerssens (29), een van de jongste mannelijke kloosterlingen van Nederland. Ook hij ziet dat steeds meer jongeren interesse tonen in het geloof.
Broeder Augustinus leeft samen met zeven medebroeders in het dominicanenklooster in Rotterdam. Dat hij ooit kloosterling zou worden, had hij als kind nooit kunnen vermoeden. Opgroeiend in Assen was het geloof voor Augustinus lange tijd volstrekt afwezig.
Een vakantie in het Zuid-Franse Béziers bracht verandering. “Als toeristen bezochten we een kathedraal. Ineens had ik een gevoel dat God daar aanwezig was. Daar had ik niet veel woorden voor, want ik was niet met geloof opgevoed. Dat heb ik daarna verder verkend.”
Op vijftienjarige leeftijd werd Augustinus gedoopt. Kort daarna begon hij als misdienaar in de parochie. Na zijn middelbare school ging Augustinus naar het seminarie. Tijdens zijn studie theologie aan de Universiteit van Tilburg ontdekte hij het religieuze leven.
Gaandeweg groeide het besef dat zijn roeping verder ging. Steeds meer begon Augustinus te beseffen dat het gemeenschappelijk leven en broederlijk delen onderdeel waren geworden van zijn roeping. In 2023 werd hij priester gewijd, waarna hij in Leuven een jaar pastoraal actief was naast het afronden van zijn masterstudie Theologie.
Inmiddels woont broeder Augustinus met zeven medebroeders in het hart van Rotterdam, op een steenworp afstand van het Erasmus MC. Van buiten oogt het dominicanenklooster als een statig herenhuis uit vervlogen tijden.
Binnen is het verrassend licht en huiselijk. De entree verraadt met zijn donkerblauwe loper op de traptreden en sierlijke bronzen stalen leuning nog iets van de uitstraling van een klooster.
Achter een witte glazen deur met houten omlijsting verschijnt broeder Augustinus, gehuld in het witte habijt van de orde. In de woonkamer staan een bank en stoelen zoals in elk ander huis en liggen boeken in de vensterbank. Alleen een televisie ontbreekt. De keuken is stil en opgeruimd.
Wie denkt dat achter de muren enkel stilte schuilgaat, vergist zich. Het beeld dat veel mensen hebben van kloosters is dat ze leeg of vergrijsd zijn. Maar dat klopt niet helemaal. De oudste broeder is zestig en de jongste is Augustinus zelf. “Voor kloosterbegrippen is dit een jonge gemeenschap.”
Juist doordat we anders zijn, hebben we iets bijzonders te bieden.
“We hebben genoeg initiatieven om jongeren in contact te brengen met het geloof”, zegt hij. “We bedienen parochies, werken aan universiteiten – een medebroeder aan die van Rotterdam en een aan die van Tilburg – publiceren podcasts en hebben sinds kort een dominicaanse jongerengroep, die hier af en toe langskomt.”
De betrokkenheid van de dominicanen reikt verder dan het klooster alleen. Ze preken met woorden, in beeld en geluid op diverse kanalen en via verschillende media. Met bijdrages aan podcasts zoals de Kloostercast, gezangen op het YouTubekanaal OP-Chant en medewerking aan het wekelijkse Geloofsgesprek op NPO 2 zoeken zij de dialoog in woord, beeld en geluid.
Regelmatig verschijnen er nieuwe bijdragen, waarmee zij hun missie ook digitaal voortzetten. “We maken gebruik van smartphones en computers. Dat hangt wel af van de orde, maar wij hebben het nodig voor ons werk. We gebruiken het voor onze communicatie en online verkondigingen.”
Toch zit de aantrekkingskracht van het klooster niet in aanpassing aan de tijd, maar volgens Augustinus juist in het verschil. “Ik denk juist dat de waarde in het contraculturele zit. Hoe meer wij proberen op de rest van de maatschappij te lijken, hoe minder aantrekkelijk dit leven wordt. Juist doordat we anders zijn, hebben we iets bijzonders te bieden.”
Verder werkt Augustinus in het studentenpastoraat in Rotterdam. Iets wat hem daar opvalt, is dat de geloofsgemeenschap groeit. “Op zondag tijdens de Mis zit hier tweehonderdvijftig man. Veel van die jongeren hebben geen enkele achtergrond in het geloof. Je zou kunnen denken dat ze uit een andere kerkgemeenschap komen of dat hun ouders iets met het geloof hebben, maar dat is vaak niet het geval.”
De verklaring daarvan ligt deels in de afgelopen crisisjaren. “Jongeren hebben tijdens de coronapandemie onzekerheid en eenzaamheid gevoeld. Tegelijkertijd leven we in een tijd van mondiale dreigingen, zoals oorlogen en klimaat. Jongeren stellen zichzelf existentiële vragen. Via internet of publieke figuren als de Canadese psycholoog Jordan Peterson komen zij bij het katholieke denken uit.”
Voor jongeren met een seculiere achtergrond voelt het klooster als iets drastisch anders. En dat is ook zo. “Het kloosterleven is geen beroep. Ik ga niet om vijf uur naar huis. Je woont hier, leeft samen met medebroeders en legt geloften af. Het is een radicaal andere levensstijl dan waar veel van hun leeftijdsgenoten naar streven.”
Toch is het juist die radicaliteit van het kloosterleven die aantrekkelijk blijft. “Jonge mannen die hun weg in het geloof vinden, verwachten uitgedaagd te worden. Net als in de sport stellen ze zichzelf doelen.”
In de jaren zestig waren er veel maatschappelijke revoluties, die ook hun weerslag hadden op de Kerk. De Kerk wist niet goed te reageren en veel van de structuur werd onderuit geschoffeld. Sindsdien waren de intredingen op één hand te tellen.
Maar sinds tien jaar geleden is er iets veranderd. “Lange tijd heerste het stigma dat het niet cool was om naar de kerk te gaan. Terwijl ik nu merk dat mensen toch nieuwsgierig worden. Mensen willen weten of er iets anders mogelijk is. Jongeren nemen vrienden mee naar de kerk, zelfs als zij niets met religie hebben.”
Het kloosterleven is geen beroep. Ik ga niet om vijf uur naar huis.
De groei is er wel, maar mondjesmaat. “Ik ben realistisch. Het wordt nooit meer zoals vroeger, met honderden kloosters en duizenden kloosterlingen.”
Maar volgens Augustinus heeft het kloosterleven zeker toekomst. “Kijkend vanuit gelovig perspectief zeg ik dat het een roeping is, het is God die mensen aantrekt. Ik geloof dat Hij dat zal blijven doen.”
Nieuwe gegadigden krijgen tijd om kennis te maken. “We hebben twee gastenkamers. Als mensen serieus overwegen om in te trekken, nodigen wij ze uit om beter kennis te maken en mee te leven. Soms komen ze er dan achter dat het gebedsritme en samenleven hen juist aanspreekt.”
“Maar wij kiezen niet wie er intrekt, het is de overste die ons in het huis heeft geassigneerd. Op de een of andere manier moet je zorgen dat het in de groep werkt. Met de ene heb je automatisch een klik en met de ander misschien minder. Naarmate de tijd vordert, ontstaat er zeker iets waardevols.”
Augustinus vindt het belangrijk dat jongeren de tijd krijgen. “Onder de achttien jaar mag je überhaupt niet intreden. Maar wij vragen sowieso dat iemand eerst studeert en zelfstandig leert leven. Het klooster is geen vlucht, het is een bewuste keuze. De gebedstijden zijn bij ons openbaar en daarbij kan iedereen aansluiten.”
“Niet iedereen die hier intreedt, blijft. Zij kijken eerst of ze hier gelukkig kunnen worden. Sommigen proberen het een tijd, maar kiezen vóór hun plechtige professie dan toch een ander pad. Dat is ook goed. Ze hebben zich serieus verdiept, gezocht en geprobeerd.”
Wat volgens Augustinus essentieel is, is de intentie. “Je moet jezelf afvragen: wil ik op deze manier leven? Is het mij waard om alles op te geven voor God en voor deze gemeenschap? Het klooster biedt daarvoor ruimte.”
Er zijn geen artikelen gevonden