Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Interview

Jos van Gennip: ‘We moeten onze katholieke erfenis herinvesteren’

Hoofdredacteur

19 mei 2026

Jos van Gennip: “Er ligt een stuk geestelijk kapitaal, de vraag is bovenal: wat doen we daarmee?”
Foto: Steffie Galetta

Een “executeur testamentair”, zo ziet oud-senator en Socires-oprichter Jos van Gennip zichzelf op de eerste plaats. “Dat klinkt misschien wat somber, maar we hebben een rijke erfenis als katholieken, zowel in materiële als in immateriële zin. Daar moeten we iets mee.”

Als hij met een dienblad met koffie de woonkamer binnenloopt, verontschuldigt hij zich voor “het mannenhuishouden”. Jos van Gennip knikt naar de stapeltjes kranten, tijdschriften en boeken op de salontafel. Zijn vrouw is net in een verzorgingstehuis opgenomen. Een hele verandering na zestig jaar huwelijk, zegt hij met een wrange glimlach.

Idealen

Maar zodra de bandrecorder aangaat, benadrukt hij: het hoeft niet zo nodig over hem persoonlijk te gaan. Misschien gaat het in de media wel te vaak over ‘de mens achter de politicus’. Hij heeft het liever over de inhoud. Over ideeën en idealen, over goed samenleven, rechtvaardigheid, menselijke waardigheid. Belangrijke rode draden in zijn leven, in zijn inzet voor ontwikkelingssamenwerking, als topambtenaar, als CDA-senator, en de laatste kwarteeuw als oprichter en bezieler van de denktank Socires.

‘Er klopt werkelijk niets van dat cliché van de fabrikant die tegen de pastoor zegt: “Hou jij ze maar dom, dan hou ik ze arm”’

Dat hij zijn persoonlijke leven niet helemaal buiten beschouwing kan laten, begrijpt hij ook wel. Onlangs verscheen een interviewboek met hem, geschreven door journaliste Aukje van Roessel, dat daarom zowel een persoonlijke terugblik op zijn leven als een inhoudelijke beschouwing over zijn kernwaarden is geworden. De dubbelzinnige titel ervan, Omzien, zinspeelt op die tweeledige insteek. “Op een of andere manier schijnt dat ook goed te werken, tot mijn eigen verrassing. Want het boek is al aan de derde druk toe.”

Met de paplepel

87 jaar is Jos van Gennip inmiddels. Die kranten, boeken en tijdschriften liggen er niet voor de sier: hij probeert nog steeds op de hoogte te blijven. Van wat er in de wereld gebeurt, en ook van wat er in de Kerk gebeurt – Tertio, The Tablet en Katholiek Nieuwsblad zijn ook vaste waarden op zijn salontafel.

advertentie

Opinieartikelen schrijven, zoals hij veel en graag gedaan heeft, daar begint hij niet meer aan. Maar opinies heeft hij nog volop. Ze zijn gestoeld op katholiek-sociale principes die hij met de paplepel ingegoten kreeg. Als boerenzoon uit het Brabantse Nuenen maakte hij dat roemruchte ‘rijke roomse leven’ nog volop mee.

Tegen het clichébeeld

Natuurlijk hoef je de tijd niet te romantiseren, zegt hij, maar hij verzet zich toch stellig tegen het latere clichébeeld dat de ‘almachtige’ katholieke Kerk toen vreselijk bekrompen en betuttelend was.

“Ik heb die periode zowel privé als sociaal-institutioneel als zeer weldadig ervaren. Ik zou hier letterlijk niet meer zitten als de nonnen mij als vroeggeboren baby niet in leven hadden gehouden. Het onderwijs dat ik genoot bij de paters was van hoog niveau. Ook het vooroordeel dat vrouwen werden achtergesteld wil ik corrigeren: eind negentiende eeuw waren katholieke meisjes juist het best opgeleid van alle bevolkingsgroepen.”

Europese idealen

In de eerste helft van de twintigste eeuw, zo gaat Van Gennip bevlogen verder, was de katholieke Kerk de belangrijkste motor achter de humanisering van landbouw en economie, het ontstaan van de moderne verzorgingsstaat en de geboorte van de Europese eenheidsidealen.

“Men vergeet nogal eens hoezeer paus Pius XII zich daar persoonlijk voor heeft ingespannen. Hij pleitte al vlak na de oorlog voor een Europese monetaire unie, en sloot politieke kopstukken als Konrad Adenauer en Alcide De Gasperi vrij letterlijk op in Castel Gandolfo tot zij een plan voor de toekomst van Europa hadden bedacht.”

Sociale actie

Maar ook dichter bij huis is het maatschappelijke belang van de Kerk niet te onderschatten. “Neem een pater Gerlacus van den Elsen, de norbertijn die indertijd onder meer de Boerenleenbank oprichtte, voorloper van de Rabobank. Hij was een pionier van de sociale actie, met name van de coöperatieve beweging. Dat heeft Brabant echt groot gemaakt. Er klopt werkelijk niets van dat cliché van de fabrikant die tegen de pastoor zegt: ‘Hou jij ze maar dom, dan hou ik ze arm.’ In werkelijkheid hebben zoveel geestelijken zich juist enorm ingezet voor de geestelijke en sociaaleconomische ontwikkeling van de boerenprovincies.”

Van kleinseminarie naar universiteit

Om het toch weer wat persoonlijker te maken: als tiener ging Van Gennip naar het kleinseminarie, wat hem enorm vooruithielp in het leven. Van een oprechte roeping tot het priesterschap was geen sprake, maar dat gold voor de meeste leerlingen daar.

Jos van Gennip
Foto: Steffie Galetta

“Dat wist iedereen, de priester-leraren ook”, lacht Van Gennip. “Maar het was de uitgelezen route om hogerop te kunnen komen als je de hersens had om te gaan studeren.” Dat werd een rechtenstudie in zijn geval, in Nijmegen.

Vakbond voor missionarissen

Maar zijn prille loopbaan zou een onverwachte wending nemen toen hij, pas 26 jaar oud, een telefoontje kreeg of hij directeur wilde worden van het Centraal Missie Commissariaat (CMC). Een erg aantrekkelijke baan was het niet: de hoogtijdagen van de missie waren voorbij, al fungeerde het CMC nog als een soort vakbond voor ongeveer 9000 religieuzen wereldwijd.

Keerden die paters en zusters terug naar Nederland, dan konden ze nergens aanspraak op maken: geen ziekenfonds, geen bijstand, velen niet eens een AOW. De Nederlandse overheid ging ervan uit dat hun ordes en congregaties daar wel voor op zouden draaien, maar die hadden daarvoor veelal ook het geld niet. Van Gennip pleitte hoogstpersoonlijk voor verandering van deze situatie bij KVP-minister Marga Klompé, en met succes.

Rijke erfenis

Maar de echte opbrengst van zijn werk, zo concludeert hij nu, gaat verder dan het regelen van eerlijke pensioenen voor die 9000 missionarissen – het ging uiteindelijk om hun nalatenschap. “In die tijd heb ik ontdekt hoe belangrijk het is om executeur testamentair te zijn. Dat klinkt misschien wat somber, maar we hebben een rijke erfenis als katholieken, zowel in materiële als in immateriële zin.”

advertentie

“Dan kun je drie dingen doen. Het eerste is: bij de pakken neer gaan zitten, verzuchten dat die tijd voorbij is, en het vervolgens allemaal loslaten. De tweede mogelijkheid is: het willen restaureren, blijven dromen dat die goede oude tijd weer terugkomt.”

Voor die beide opties, zo maakt Van Gennip duidelijk, voelt hij weinig. Hij heeft altijd voor de derde weg willen kiezen. “En dat is: herinvesteren. Er ligt een stuk kapitaal, ook in geestelijk opzicht, dus de vraag is bovenal: wat doen we daarmee?”

Met blote poten in de rijstvelden

In het geval van de missionarissen betekende de herinvestering van hun missie vooral: het verankeren in de Nederlandse politiek en samenleving van de notie van ontwikkelingssamenwerking. Daaraan spendeerde hij ook zijn energie, in zijn tijd bij het CMC, maar vooral ook toen hij in de jaren tachtig op het ministerie van Buitenlandse Zaken kwam te werken.

‘Het is onzin om te beweren dat ontwikkelingssamenwerking niet werkt. Voor India zamelden we vijftig jaar geleden nog geld in omdat miljoenen mensen er omkwamen van de honger. Tegenwoordig exporteert India rijst – hallo!’

“Vanzelfsprekend was dat toen niet”, herinnert hij zich. “Er heerste in Den Haag de houding van: ontwikkelingssamenwerking? Laat dat toch lekker aan de Wereldbank en de Verenigde Naties over! Maar ik zei dan: nee, we moeten een voorbeeld nemen aan die paters, die met hun blote poten in de rijstvelden stonden om de boeren daar te helpen om efficiënter rijst te verbouwen. Maar die ook heel goed aanvoelden dat je niet met een westerse visie over die culturen heen moest walsen, maar eerst eens daar je oor te luister moest leggen.”

‘Linkse hobby’?

Dit pleit was succesvol, ook doordat er ministers voor ontwikkelingssamenwerking kwamen, die jarenlang en niet toevallig vanuit de KVP en later vanuit het CDA afkomstig waren. Van Gennip kan zich er dan ook vreselijk boos om maken dat ontwikkelingssamenwerking de laatste jaren door liberalen en populisten verdacht wordt gemaakt als een soort ‘linkse hobby’, en bij opeenvolgende VVD-kabinetten een ondergeschoven kindje werd.

“Het is toch van den zotte dat een politicus als Wilders nog niet eens zo lang geleden durfde te roepen dat ze ‘dan maar wat meer honger hebben in Afrika’? Steeds maar weer wordt herhaald: het werkt toch niet, het is weggegooid geld, het komt in handen van corrupte regimes.”

“Natuurlijk zijn er dingen fout gegaan in het verleden, maar het is onzin om te beweren dat het niet werkt. In bijvoorbeeld Indonesië is de welvaart enorm toegenomen dankzij ontwikkelingssamenwerking. Voor India zamelden we vijftig jaar geleden nog geld in omdat miljoenen mensen er omkwamen van de honger. Tegenwoordig exporteert India rijst – hallo!”

Groene idealen

Maar hij geeft toe: het thema is de christendemocraten in de jaren dat hij senator en directeur van het Wetenschappelijk Bureau van het CDA was langzaam maar zeker uit handen geglipt. Net als dat andere grote thema waar hij bevlogen over kan vertellen: duurzaamheid.

“Groen wordt tegenwoordig heel sterk geïdentificeerd met links, terwijl er zoveel elementen in zitten waarvan ik zou zeggen: dat moet een christendemocratie kunnen omarmen.”

Grootschalige landbouw

Ook dit is een kwestie van herinvestering van katholiek erfgoed, denkt hij – een erfenis die heus ouder is dan de klimaatencycliek Laudato si’ van paus Franciscus.

“Meer dan een eeuw geleden was er al een enorme discussie in Brabant tussen de al genoemde pater Van den Elsen en pastoor Hendrik Roes van Deurne. Dat was ook zo’n pionier van de katholieke emancipatie, maar Roes zette erg in op de technische verandering: verkaveling, ontginning, beekjes rechttrekken, zo groot mogelijke stallen. Pater Van den Elsen zei: laat dat landschap intact, laat de heggen staan, want die hebben ook hun functie. Maar hij trok aan het kortste eind, de technische hervormers wonnen. Nu, honderd jaar na dato, heeft Van den Elsen toch echt gelijk gekregen.”

Redelijke midden

Van Gennip blijft bij al deze thema’s geloven in een redelijk middengeluid, gestoeld op christelijk sociale principes als solidariteit, subsidiariteit, menselijke waardigheid en gerechtigheid. Maar de secularisering speelt de gehele politiek parten, ziet hij ook.

“Veel denkers, ook niet-christelijke, hebben de laatste jaren al geconcludeerd dat het wegebben van geloof de kwaliteit van onze democratie en samenleving niet ten goede is gekomen. Paus Benedictus XVI zei het mooi toen hij in Berlijn het parlement toesprak: de democratie leeft van waarden en van vooronderstellingen die ze zelf niet kan produceren. Die komen altijd van buitenaf – bronnen van waarden zoals een religieuze traditie die overdraagt. Als dat verdwijnt, dan verandert democratie in niet meer dan een dictatuur van de meerderheid. Dan missen we iets. Het haardvuur dat de zaak warm houdt, brandt dan niet meer.”

Nieuwe scheidslijnen

Maar de verhouding van geloof, politiek en samenleving is in een heel nieuwe fase aan het belanden – daarvan is hij overtuigd. Met nieuwe kansen voor de Kerk, wat onder meer blijkt uit de hernieuwde belangstelling die er onder nieuwe generaties lijkt te zijn voor geloof.

advertentie

“Wat het precies gaat betekenen voor de Kerk weet ik niet, maar ik geloof wel in wat de Tsjechische priester en filosoof Tomás Halík signaleert: dat de nieuwe scheidslijnen niet zozeer zullen liggen tussen gelovigen en ongelovigen, maar tussen geëngageerde, gedreven en verantwoordelijke mensen enerzijds, en de onverschilligen, de cynici, de verkwisters van de wegwerpcultuur anderzijds.”

‘Ik tel mijn zegeningen’

En ja, verzucht hij, als hij die kranten en tijdschriften op zijn salontafel leest, lijkt het soms wel alsof die laatste groep aan het winnen is. “Maar ik weiger een verbitterde oude man te worden. Ook dat hoort bij het optimistische katholieke geloof dat ik van huis uit heb meegekregen. Ik tel mijn zegeningen. En blijf bidden voor een betere wereld. Want ook dat is iets moois dat paus Benedictus ooit zei: wie kan bidden, is nooit eenzaam.”

Aukje van Roessel, Omzien met Jos van Gennip

Uitgeverij: Prometheus

Pagina’s: 160 | € 21,99

> BOEK BESTELLEN