

Het Tweede Vaticaans Concilie veranderde het leven in de kloosters ingrijpend. Stichting Echo organiseerde een studiedag over deze ontwikkelingen en publiceerde de bijdragen in een bundel met de titel Vernieuwing en voltooiing. “Na het concilie zie je een waaier aan veranderingen, maar ook crisissen.”
Niet alleen vernieuwing, maar ook voltooiing. Want de vernieuwingen konden niet voorkomen dat vooral in de Westerse wereld het aantal roepingen sterk terugliep. Dat betekende het einde van veel congregaties, vooral de actieve congregaties die zich richtten op zorg en onderwijs. Hun werk was hier voltooid.
Stichting Echo publiceerde al een groot aantal studies over het religieuze leven, vertelt voorzitter Joep van Gennip. De stichting is in 1995 opgericht door drie vrouwelijke historici uit Nijmegen om onderzoek te stimuleren naar met name vrouwelijke ordes en congregaties in de negentiende en twintigste eeuw.
Tot die tijd was er namelijk nauwelijks nog gedegen onderzoek gedaan naar hun geschiedenis. Daaraan bleek veel behoefte: een groot aantal vrouwelijke, maar ook mannelijke ordes en congregaties gaf Echo opdracht om hun geschiedenis te onderzoeken en te publiceren. “Nu hebben we onze doelstelling verbreed naar ordes en congregaties in de Lage Landen”, aldus Van Gennip.
Tijdens de colloquia en studiedagen van de stichting bleek dat er nog steeds nieuwe invalshoeken te vinden zijn om de geschiedenis van ordes en congregaties te onderzoeken. “In het verleden hebben we verschillende thema’s aangesneden, zoals religieuzen en recreatie en vermaak, religieuzen tijdens de Tweede Wereldoorlog en de missie.
De laatste studiedag ging dus over vernieuwing en voltooiing: welke veranderingen zijn er geweest, maar ook hoe de spiritualiteit is hernieuwd. Sommige congregaties hadden een maatschappelijk doel, zoals ziekenzorg. Op een gegeven moment neemt de overheid dit over. Dan zie je dat die herbronning doorzet en dat men op andere terreinen actief wordt, bijvoorbeeld in vrijwilligerswerk.”
De bundel bevat niet alleen bijdragen van onderzoekers. Ook de religieuzen zelf komen aan het woord. Van Gennip: “We hebben hun gevraagd wat vernieuwing en voltooiing voor hen betekent. Mensen herinneren zich dingen op verschillende manieren of kijken er anders tegenaan dan anderen, maar dat mag in dit geval. Een stukje ervaring naast de theorie.”

Die vernieuwing begon niet tijdens het Tweede Vaticaans Concilie, maar was al eerder ingezet. Al tijdens de jaren dertig werden er vragen gesteld bij de traditionele opvattingen over het kloosterleven. Ook nam het aantal intredingen af, al gold dat niet voor alle congregaties. “Sommige floreren dan juist, met name de missiecongregaties.”
“Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt er op de pauzeknop gedrukt, zou je kunnen zeggen. Tijdens de jaren vijftig gaan er dingen, hortend en stotend, veranderen”, legt Van Gennip uit. “Men gaat vragen stellen bij de spiritualiteit van de eigen orde of congregatie.
Het was geen dankbaar werk om in die tijd een orde of congregatie te besturen, om de eenheid tussen de flanken te bewaren
Die is altijd heel ‘geharnast’ weergegeven. Je ziet dat men dan weer teruggaat naar de bronnen, naar de teksten van Franciscus, Ignatius, Vincentius. Die worden opnieuw vertaald en dan ziet men: dat is een andere vertaling dan wat in onze constituties staat weergegeven.”
Het Tweede Vaticaans Concilie versterkte dat nog door de nadruk te leggen op die herbronning en ‘vernieuwingskapittels’ voor te schrijven. Dat had grote gevolgen, aldus Van Gennip. “Na het concilie zie je een waaier aan veranderingen, maar ook crisissen. De besturen van de ordes en congregaties proberen alles in goede banen te leiden en vrijheid te bieden.
| “Dit was ook de tijd dat veel jonge medebroeders uittraden. Vaak gebeurde dat onverwacht, had je het helemaal niet zien aankomen. Dat vond ik nogal pijnlijk, ook omdat het een verlies was van goede krachten. Het leverde ook twijfel op aan mijn eigen roeping: waarom blijf ik dan, ben ik dan gek? Uiteindelijk ben ik er sterker uitgekomen.” – Wim Flapper, salesiaan van Don Bosco |
Helaas zie je dan dat een groot deel uittreedt vanwege onvrede, of misschien omdat men de spiritualiteit niet meer kan vatten.” Behoudende leden traden uit omdat de veranderingen te ver gingen, anderen vonden juist dat de vernieuwing niet ver genoeg ging en traden om die reden uit.
Er traden nog nauwelijks nieuwe religieuzen in en overal trad krimp op. Veel congregaties verdwenen helemaal. Dat zou hoe dan ook gebeurd zijn, constateert Van Gennip, of men nu een behoudende of een vernieuwende koers had gevolgd. “Dat is heel pijnlijk geweest, omdat medebroeders en medezusters uittraden en elkaar niet meer begrepen. Het was geen dankbaar werk om in die tijd een orde of congregatie te besturen, om de eenheid tussen de flanken te bewaren.
| “In 1970 hielden wij in onze congregatie het vernieuwingskapittel. Bijna alles wat ons religieuze leven tot dan toe zin en betekenis had gegeven werd im Frage gesteld: ons Godsbeeld, ons communiteitsleven, het gemeenschappelijk gebed, onze kleding, onze plaats in kerk en samenleving, onze werkzaamheden, vrijetijdsbesteding enz. (…) Oneindig veel communiteitsgesprekken werden gevoerd, waarbij het soms hoog kon oplopen.” – Zuster Margriet van der Vliet, franciscanes van Mariadal |
Dat heeft veel pijn gedaan, hoorde ik in de interviews die ik hield. Bij de jezuïeten van het Ignatiuscollege in Amsterdam in de jaren zestig en zeventig at bijvoorbeeld een deel tussen de middag tussen twaalf en een uur, en een ander deel tussen een en twee uur, omdat ze elkaar niet konden luchten of zien. Vanaf de jaren negentig zie je dat men elkaar weer meer weet te vinden.”
In Europa en in de Westerse landen zijn de communiteiten dan wel veel kleiner geworden of helemaal opgeheven, maar wereldwijd neemt het aantal nog steeds toe, zeker in Indonesië, China en Afrika. Dat maakt het verdwijnen van zo veel ordes en congregaties in Nederland niet minder bitter voor de religieuzen die zich hebben ingezet voor de vernieuwing van het kloosterleven.
| “Tussen 1970 en nu liggen 52 jaren. In de meeste jaren hoefde onze provinciaal, bij gebrek aan kandidaten, geen contact op te nemen met een bisschop voor het toedienen van een wijding. (…) Maar dan komt 2018: twee wijdelingen! In 2020 en 2022 één wijding. (…) Dat alles stemt hoopvol.” – Tiemen Brouwer, dominicaan |
“Dat is inderdaad de tragiek”, zegt Van Gennip. “Dat je met veel novicen bent ingetreden, de jaren zestig hebt beleefd met vele uittredingen en mogelijkheden hebt gezien tot veranderingen, maar uiteindelijk erachter moet komen dat dat niet werkt. Dat is soms heel pijnlijk. Bij actieve religieuzen die werkzaam zijn geweest in ziekenzorg of onderwijs zie je dat het stopt omdat het werk ophoudt.
Maar bij de grotere ordes, die altijd wereldwijd hebben geopereerd, zie je dat de veranderingen wel doorgaan. Bij de jezuïeten bijvoorbeeld, die altijd actief naar buiten zijn getreden en dat de laatste tien jaar doen via internet, apostolaat en podcasts. Zo zie je dat zeker de grotere ordes een vertaalslag naar het heden kunnen maken. Daarmee kunnen ze mensen aanspreken en nieuw elan kweken, maar op veel kleinere schaal dan vroeger”.
| ![]() |
Er zijn geen artikelen gevonden