
Het CRK werd opgericht na het rampzalige pausbezoek van 1985 om katholieken te bemoedigen in roerige tijden. Inmiddels waait er een andere wind: de organisatie ziet geen bestaansreden in de huidige tijd en heft zich daarom op.
Het bezoek van paus Johannes Paulus II aan Nederland in mei 1985: bij menig katholiek lopen de rillingen nog steeds over de rug bij de gedachte eraan. Wat een vreugdevol gebeuren had moeten zijn, is de geschiedenisboeken ingegaan als een zwarte bladzijde waar herinneringen aan lege straten en gewelddadige rellen staan opgetekend.
Jan Groot Wassink, Wim Witteman en Chris Menting, drie katholieke hoogleraren, waren zo teleurgesteld over alle negativiteit rond het pausbezoek dat ze besloten tot de oprichting van de Stichting Bevordering Contact Rooms-Katholieken (CRK), een organisatie die katholieken moest inspireren en verbinden.
“Het CRK was een spontane oproep na het massale landelijke protest tegen de katholieke moraal en het bezoek van de paus”, aldus Witteman, oud-voorzitter en het enige nog levende lid van het drietal.
“Het was op vrijwel elk niveau crisis in de Nederlandse katholieke Kerk. Wij waren toen overtuigd dat er toch nog veel praktiserende katholieken zouden zijn die zich ergerden aan dit massale protest en daarom openlijk wilden getuigen van hun trouw aan het leergezag en de kerkelijke hiërarchie.”
Het CRK zette zich daarvoor in door diverse activiteiten te organiseren, zoals ontmoetingsdagen en lezingen. Maar de tijden en de behoeften van katholiek Nederland zijn in de afgelopen veertig jaar veranderd.
De organisatie voelt dat aan en heeft daarom besloten om zichzelf op te heffen. Afgelopen zomer vonden de laatste vergaderingen plaats, op 5 september is de opheffing wereldkundig gemaakt.
De gedachte om het CRK op te heffen stak voor het eerst de kop op in 2016, na het overlijden van toenmalig voorzitter Nelly Stienstra, vertelt Pim Walenkamp, haar opvolger en de laatste voorzitter van de organisatie. “Nelly was heel actief. Na haar overlijden waren we nog met vier in het bestuur, waar we allemaal al lang in zaten. We vroegen ons toen af: wat gaan we doen?”
Het zijn verwarrende tijden geweest; in die tijden hebben wij ons werk gedaan en hopelijk op die manier mensen bij de Kerk gehouden.
Het CRK besloot op kleinere schaal symposia op te zetten. Dat liep enkele jaren vlotjes, tot de coronacrisis ook daar een eind aan maakte. “Dat was wel een slag”, zegt Walenkamp.
Het bestuur besloot daarom dat het tijd was om het CRK aan anderen door te geven. Aanvankelijk verliep de zoektocht naar nieuwe bestuursleden veelbelovend. “Eind april 2023 hadden we vier kandidaten gesproken. Begin 2024 werd toch duidelijk dat zij het helaas niet wilden doen. Toen zeiden we tegen elkaar: we hebben het alle kansen gegeven. Dan is het op een gegeven moment ook tijd om eerlijk te zeggen dat het ophoudt.”
Omdat ze een goede samenwerking met de leiding van de Kerk belangrijk vinden, stapten de bestuursleden naar de Nederlandse bisschoppen om hun voornemen met hen te delen. “De bisschoppen zeiden: we zijn het met jullie eens, het is tijd om nieuwe bewegingen een kans te geven”, aldus Walenkamp.
Om dat te bevorderen, heeft het bestuur besloten om het geld dat nog in de CRK-kas zit aan JongKatholiek, de jongerenafdeling van de kerkprovincie, te schenken. Volgens Walenkamp gaat het daarbij om “enkele duizenden euro’s”.
Het doel van het CRK was veertig jaar lang om “te inspireren en te verbinden”, vooral in een tijd waarin de polarisatie binnen de katholieke Kerk groot was en de Kerk ook van buitenaf veel kritiek oogstte. Walenkamp denkt dat de organisatie daar “redelijk in geslaagd is”.
Het CRK richtte zich volgens hem vooral op “gewone leken die een warme sfeer wilden voelen, die samen het geloof wilden beleven en niet geïnteresseerd waren in negatieve verhalen en zware discussies. Die zijn oververmoeiend, terwijl katholiek zijn in deze tijd in Nederland soms al uitdagend genoeg is.”
Naast de polarisatie van de jaren tachtig en negentig waren ook de crisis rond kerkelijk seksueel misbruik en het leeglopen van de kerken tijdens en na de coronaperiode momenten waarop het CRK probeerde om “mensen toch bijeen te brengen”, zegt hij.
“We zijn daarom dankbaar dat we in Nederland ondanks die tegenslagen een rol hebben mogen vervullen om de Kerk mee overeind te houden en om het gelovige volk mee op weg te houden.”
“Het zijn verwarrende tijden geweest; in die tijden hebben wij ons werk gedaan en hopelijk op die manier mensen bij de Kerk gehouden”, zegt Walenkamp. “We zien natuurlijk nu ook veel individualisme, veel materialisme en veel hedonisme in ons land. Er zijn echt wel dingen waar we ons zorgen om maken, maar ik weet niet of het veel zin heeft als ik nu, als oud-voorzitter, dat soort zaken weer ga aankaarten.”
Want dat is in het verleden wel veel gebeurd: de CRK-bestuursleden zagen het als een van hun taken om in de media voor de Kerk en haar leer op de bres te springen. Dat gebeurde veelal met opinieartikelen.
“We hebben veel van die artikelen geschreven. Ik denk dat zo’n tien, of misschien zelfs vijf procent daarvan geplaatst is – maar goed, zo gaat dat”, constateert hij nuchter. “Het had meer kunnen zijn, maar het is genoeg geweest.”
Er zijn geen artikelen gevonden