

De kerk van Rincon, een klein afgelegen dorpje op Bonaire, heeft na lange tijd een nieuwe pastoor: Alphonsus ‘Fons’ Baak (67). Van tevoren was hij gewaarschuwd dat Rincon moeilijk is vanwege de gesloten gemeenschap. “Daar merk ik niets van,” zegt hij.
Baak wordt in 1957 geboren in het Gelderse dorpje Eibergen. Daar groeit hij op in “een heerlijk groot gezin” met zes broers en twee zussen. Hoewel zijn ouders katholiek zijn, gaat hij al jong niet meer naar de kerk.
Zijn ouders zijn niet streng. Alleen wanneer zijn vader ziek wordt, moet hij mee naar Lourdes. Helaas overlijdt zijn vader als Baak zestien jaar oud is.
Zijn jonge jaren waren in de jaren zeventig. “Het was de flowerpowertijd en daar deed ik volop aan mee: veel uitgaan, laat thuiskomen.” Hij is altijd al anders dan zijn broers en zussen. “Zij zijn gewoon van huisje, boompje, beestje. Ik niet, ik wilde reizen, ontdekken. Mijn zus zei altijd: ‘Fons, je bent zo’n rare!’”
Hoewel hij tevreden is met het leven dat hij leidt – een baan als accountant, een goed salaris, een relatie – besluit hij na het zien van een verhaal in de krant zijn leven om te gooien. “Het woord seminarie knalde binnen. Ik dacht: dat is het!”
Hoewel het hem van alle kanten werd afgeraden, begon aan hij de opleiding tot priester. “Ik kwam van een boerderij, ik moest eerst een jaar Latijn en Grieks inhalen, en van filosofie had ik nog nooit gehoord. Maar de studie was een makkie, ik kon gelukkig goed leren.” Hij heeft nooit spijt gehad van deze ommekeer.
Na zes jaar opleiding gaat hij aan de slag in een parochie in Limburg. “Daar kom je heel moeilijk tussen als ‘Hollander’. Het voelde voor mij als buitenland.”
In het Caribisch gebied daarentegen heeft hij weinig moeite met aarden. Hij ontdekt de regio tijdens een project in Haïti in 1990. Daarna woont hij tien jaar lang op Curaçao. “Dat was een geweldige tijd. Het was een enorme parochie, de kerk zat altijd bomvol.”
Dan staat er opeens een bisschop uit Suriname op de stoep, die hem vraagt of hij wil helpen een opleiding voor godsdienstleraren en diakens op te zetten. Natuurlijk. “Ik ben een beetje een pionier, ik hou van aanpakken, iets opbouwen.”
Ik ben er niet om de kerk te vullen. Ik ben er om de hemel te vullen.
“In Nederland is het gewoon diensten draaien. Maar ik hoef geen gespreid bedje. Bovendien zet ik graag mijn ervaring als accountant in om een kerk financieel gezond te maken.”
Vervolgens is hij zeven jaar lang pastoor in Antriol, een traditionele wijk op Bonaire, en nog eens vier jaar in Curaçao. Deze tweede keer op Curaçao kan hij zijn draai niet vinden.
Bovendien krijgt hij te maken met diefstal en vervolgens met ernstige mishandeling. Nadat dakplaten bij de kerk zijn gestolen, confronteert hij een verdachte jongen. “Hij sloeg me keihard in m’n gezicht. Een deel van m’n gezicht is nu, bijna anderhalf jaar later, nog steeds verdoofd.”
Met de hechtingen nog in z’n gezicht moet hij diezelfde week nog naar Nederland, om afscheid te nemen van een familielid dat op sterven ligt. “Dat was een hele zware tijd. En als je ouder wordt, kun je dingen minder goed incasseren. Toen was ik wel klaar met Curaçao.”
Aan zijn tijd op Bonaire heeft hij goede herinneringen. Hij maakt dan ook een nieuwe start in Rincon, een hechte gemeenschap waar niet iedereen zomaar geaccepteerd wordt. “Rincon is echt nog een dorp, een beetje gesloten.”
“Je hebt hier een bepaalde cultuur met eigen tradities en je moet niet te veel willen binnendringen. Je moet met ze meelopen. Dat geldt ook voor het geloof: je moet het niet opdringen, maar aanreiken.”
De parochie van Rincon heeft een moeilijke periode achter de rug. Een eerdere pastoor bleef te lang hangen en vervolgens had de parochie een tijd lang geen priester. De kerk liep langzaamaan leeg.
“Laatst zei iemand tegen mij: ‘Pastoor, u trekt zoveel mensen!’” vertelt Baak. “Blijkbaar zaten er vorig jaar nog maar zo’n vijftien mensen in de kerk.” Nu zijn dat er zeker tachtig.
“Maar”, zegt Baak, “ik ben er niet om de kerk te vullen. Ik ben er om de hemel te vullen.” Moeiteloos verzorgt Baak sinds eind vorig jaar vier vieringen per week, volledig in het Papiaments, en doet hij zijn best om de mensen bij elkaar te houden. “Verbinding is ontzettend belangrijk, no?”
Het mooist aan het werk vindt Baak om de mensen met een boodschap naar huis te sturen. “Ik geef het Evangelie handen en voeten.” Op de vraag wat hij moeilijk vindt, heeft hij geen idee wat hij moet antwoorden. “Ik ben een mensenmens, maar kan goed alleen zijn, ik luister graag thuis naar Franse chansons.”
Wat Baak betreft, blijft hij dit werk nog wel even doen. Hij zit nog vol met plannen en ideeën. “Ik werd voor minimaal zes jaar benoemd. Toen zei ik: maak er maar acht jaar van, dan ben ik vijfenzeventig.”
Er zijn geen artikelen gevonden