
Pater Frans Meulemans spendeerde de helft van zijn leven als missionaris in Kameroen. Over die tijd en de rest van zijn leven heeft hij een boek geschreven, uit dankbaarheid voor zijn thuisfront en om de herinnering aan het tijdperk van de missionarissen levend te houden.
Wie het huis van pater Frans Meulemans in Brunssum binnenstapt, weet het in één oogopslag: hier woont een missionaris. Afrikaanse maskers en trommels hangen aan de muren, samen met een indrukwekkende collectie foto’s.
Bijzonder is de zwart-witreeks aan de muur naast de trap: de veertien kruiswegstaties, ooit uitgebeeld door catechumenen van pater Meulemans, met een termietenheuvel als Golgotha.
Frans Meulemans, lid van de Missionarissen van Mill Hill, heeft de helft van zijn leven – veertig jaar – in Kameroen doorgebracht. Na in 1968 al stage in het land te hebben gelopen, vestigde de geboren Limburger zich er in 1973 als missionaris.
Dit artikel is niet gevonden
Vier decennia lang werkte hij op verschillende plekken in het land, tot hij in 2012 vanwege zijn gezondheid voorgoed terug naar Nederland moest. In zijn onlangs gepubliceerde memoires, getiteld Achter de horizon, beschrijft hij niet alleen zijn tijd in Afrika, maar ook zijn leven voor en na die periode.
Toen pater Meulemans een jaar of zeven geleden besloot om de pen op te pakken, liep hij nog lang niet rond met het idee om een boek te schrijven, vertelt hij. “Ik begon wat dingen voor mezelf op te schrijven, vooral over mijn jeugd, als binnenpretje. Een beetje kijken of ik Gods hand kon ontdekken in mijn leven.”
Toen hij een stuk of twintig bladzijden vol had geschreven, kreeg een van zijn parochianen die in handen. Zij was onmiddellijk enthousiast. “Ze was onderwijzeres en begon meteen mijn fouten te verbeteren”, lacht pater Meulemans. “Ik had al die jaren natuurlijk nauwelijks Nederlands gesproken.”
Kameroen was mijn wereld. En dan ineens – boem, paf – moet je terug naar Nederland.
Door deze aansporingen schreef hij verder, tot aan zijn priesterwijding in 1972. “Toen vond ik het wel genoeg.” Er werd een boekje van gemaakt dat binnen de parochie werd verspreid. Al gauw bleek dat lezers ook wilden weten wat de pater in Afrika beleefd had.
Meulemans besloot om weer aan het schrijven te slaan, en wel om twee redenen. “Ik heb een enorm thuisfront gehad hier in Limburg. Daar heb ik veel steun van gehad – ook financiële steun voor projecten in Kameroen – waar menig missionaris jaloers op zou zijn. Uit dankbaarheid moest ik daarom dit boek wel schrijven.”
Daarnaast hoopt hij in zijn boek de herinnering aan het missiewerk uit de vorige eeuwen levend te houden. Dat is hard nodig, ziet hij: waar de oudere generaties vaak nog wel weten wat missionarissen waren en wat zij in het buitenland gingen doen, is die kennis er onder jongeren nauwelijks.
“De missietijd van de negentiende en twintigste eeuw was een enorm imposante beweging: duizenden priesters, religieuzen en leken zijn naar de missie vertrokken. Ik stond er stomverbaasd van dat dat in zo’n korte tijd vergeten is.”
Toen Meulemans vijftig jaar geleden als jonge pater in Kameroen arriveerde, kwam hij in aanraking met geheel andere culturen dan de zijne. “De wereld is overal hetzelfde, maar toch heel anders – of overal anders, maar toch hetzelfde”, filosofeert hij. “Ik kwam in aanraking met verschillende stammen, elk met een eigen cultuur. Die leren begrijpen en waarderen vond ik wel een uitdaging.”
Maar toen pater Meulemans na veertig jaar terugkeerde in Nederland, ervoer hij misschien nog wel een grotere cultuurshock. “Mijn land is zo veel veranderd, dacht ik.”
Dit artikel is niet gevonden
In de tijd dat hij tot priester werd gewijd, had de secularisatie weliswaar al ingezet, maar zaten de kerkbanken nog steeds vol. “Het geloof was iets vanzelfsprekends. Toen ik terugkeerde, was dat idee weggevaagd.”
Aan de individualisering van de samenleving kon hij maar moeilijk wennen. “Iedereen moet hier zijn eigen boontjes doppen. Je staat er alleen voor en moet het zelf uitzoeken. In Afrika is de gemeenschap veel groter; iedereen bemoeit zich met elkaar, maar het heeft ook iets moois.”
Ook viel het de gerepatrieerde pater op dat “iedereen hier haast heeft”. Volgens hem is dat zelfs de oorzaak van de geloofscrisis in Nederland: “Mensen hebben gewoon een te volle agenda. Ze hebben simpelweg helemaal geen tijd meer voor God en voor het spirituele. We kunnen hier dus een heleboel leren van Afrika.”
Pater Meulemans’ terugkeer naar Nederland in 2012 gebeurde niet vrijwillig. Hij wordt vanwege een aneurysma (een verwijding van een bloedvat) en een hernia naar Nederland gehaald.
Na zijn behandeling mag hij van de artsen terug naar Afrika, maar de oversten van Mill Hill besluiten anders: omdat de medische zorg in Kameroen beperkt is, vrezen ze dat Meulemans een last voor anderen wordt.
Dit artikel is niet gevonden
Voor hem was dat een grote klap. “De mensen daar waren mijn familie geworden. Kameroen was mijn wereld. Ik had gehoopt er te sterven en begraven te worden. En dan ineens – boem, paf – moet je terug. Dat was heel pijnlijk. Het heeft ook wel een paar jaar geduurd voordat ik dat te boven was gekomen.”
Dertien jaar later heeft de pater in Brunssum weer zijn plek gevonden. “In het begin had ik moeite om de geïndividualiseerde samenleving te begrijpen. Maar na een tijdje bleken de mensen hier ook alleraardigst te zijn. Ze hebben allemaal oortjes in om muziek te luisteren, maar als je ze aanspreekt, gaan ze uit hun weg om je te helpen.”
“Ergens is het ook wel triest, dat al die goede, lieve, weldenkende mensen helemaal afgesloten zijn van het essentiële. Het doet me nog altijd pijn om dat te zien.”
Voor het beeld dat missionarissen naar het buitenland gingen om ‘Gods Woord te verkondigen’ is Meulemans allergisch. “De missionaris die op de markt op een zeepkist gaat staan om mensen te overreden: dat is een karikatuur”, zegt hij.
Wie met een superioriteitsgevoel ergens naartoe gaat om te missioneren, is al direct een mislukking.
“De meeste energie gaat naar aanwezig zijn en helpen waar je kunt. Het gaat om de bevrijding van de hele mens: emanciperen, opkomen voor gerechtigheid. In Afrika is ook veel mis: corruptie, het lijden van de armen. Een hele kleine groep rijken heeft het voor het zeggen. Als Kerk ben je zo’n beetje de enige die voor de mensen op kan komen, want de rest hebben ze allemaal klein gekregen en monddood gemaakt. Daar heb ik mijn bescheiden steentje aan mogen bijdragen.”
Toen pater Meulemans naar Kameroen vertrok, liep de tijd van de Europese missionarissen al op zijn einde. Nu zijn de rollen omgedraaid: Europa is missiegebied geworden. In Meulemans’ eigen parochie is bijvoorbeeld de uit India afkomstige kapelaan Vijay Nallipogu actief.
Goede raad heeft pater Meulemans volop voor deze moderne missionarissen: “Je moet echt van de mensen houden.” Wie met een superioriteitsgevoel ergens naartoe gaat om te missioneren, is al direct een mislukking, vindt hij.
Deze pagina is niet gevonden
“Je moet de maatschappij aanvaarden zoals die is en omarmen als de jouwe. Dat wil niet zeggen dat alles positief is. Integendeel, we hebben een enorme bijdrage te maken, maar je moet wel echt van mensen houden en ze willen begrijpen. Pas dan heb je iets te bieden.”
Pater Meulemans begon jaren geleden te schrijven om Gods hand in zijn leven te ontdekken. Is hem dat ook gelukt? Wat hem betreft wel. “Het mooie van je oude dag is dat je veel meer tijd hebt om na te denken. Ik zie slecht, ik hoor slecht, de wereld wordt steeds stiller.”
“Ik kan geen Mis meer vieren; ik concelebreer meestal met kapelaan Vijay, neem af en toe een preekje voor mijn rekening. Ik bezoek wat eenzame en aan huis gebonden mensen. Maar ik ben een gelukkig mens en daar zie ik Gods hand in, meer en meer. Als ik die nu nog niet zie, dan zal ik ’m nooit zien.”

Frans Meulemans, Achter de horizon. Memoires van een missionaris
Uitgeverij: Missiebureau Roermond
Pagina’s: 360 | € 19,50
ISBN: 9789090412436